Lang

Na de interval trainingen van de afgelopen week had ik vandaag zin in een duurloop. Een duinloop , die ik meestal op zondag doe, zat er vandaag niet in. Gewoon een loop vanuit huis dus. Een lange duurloop. Wat is lang? Daar had ik dus deze lange duurloop alle tijd voor om over na te denken. Ik weet nog dat ik een beginnersgroep trainde en tijdens de eerste training moesten ze een minuut hardlopen. Één van de deelnemers zei toen “wat is een minuut lang”. Later maakte ik voor een ultraloopster een schema en als daar in een week geen duurloop van langer dan 20 km in zat kreeg ik een mailtje van ” goh helemaal geen lange loop deze week”. Daar liep ik dan en hoe meer ik erover nadacht hoe verwarrender het werd. Ondertussen speelden The Eagles het nummer The Long Run .

Ik wilde niet de hele route over asfalt lopen. Nu hoeft dat ook niet, want er zijn voldoende onverharde paden in de buurt. Als ik deze paden kies moet ik altijd terugdenken aan Jim Fixx die in 1977 The Complete Book of Running schreef. In het boek werd ook aandacht besteed aan de gevaren die op de loer lagen voor de hardloper. Één daarvan was de hond. 99% van de honden die ik tegenkom leveren geen probleem op. Er op vertrouwend dat ik die ene 1% niet zou tegenkomen ging ik de onverharde paden op. Toen ik er zo’n 10 km op had zitten moest ik weer denken aan lang. Een sprinter zou badend in het zweet wakker worden bij de gedachte alleen al dat hij de volgende dag 10 km moest hardlopen, terwijl de ultraloper zich nog een keer rustig omdraait want het is maar 10 km.

Ik had sinds oktober vorig jaar niet langer gelopen dan 15 km en omdat ik vandaag een afstand van zo’n 20 km in gedachten had kan ik in ieder geval zeggen dat ik een langere duurloop ging doen. Het weer was fantastisch en ik liep in een heerlijk tempo. Zo’n tempo waarvan je het gevoel hebt dat je het eeuwig ( lang ) door kan lopen. Dat tempo lag vandaag zo rond de 10 km/uur. Dat weet ik omdat ik een stukje met een loopster mee liep die vertelde dat ze 10 km/uur liep. Verder vertelde ze dat er voor haar in het schema voor vandaag een lange duurloop op het programma stond. 10 km.

Ik vind het altijd lekker om de één na laatste km wat sneller te doen en dan de laatste km rustig uit te lopen. Thuis gekomen zag ik dat ik rond de twee uur gelopen had. Is dat kort, middellang of lang? Ik laat dit graag aan u over.

Advertenties

?

Ik hoorde de bladeren ritselen achter mij op het pad waar ik net overheen ben gevlogen. Ik ben bezig met een duurloop. Geen rustige , maar een snelle. Hoe snel? Dat weet ik niet, want het einde is nog niet in zicht. Ik doe één van mijn favoriete rondjes. De eerste kilometers zitten erop en ga nu aan een stuk beginnen met veel kleine bultjes. Elk bultje vlieg ik op. Ik ga soms nog harder erop dan eraf. Ik vlieg bijna, zo hard ga ik. Een paar herten vragen zich af wat er voorbij komt gevlogen, want een vogel ben ik niet. Een snelheidsmeter heb ik niet bij me, maar ik heb het gevoel dat ik nog nooit zo hard heb gelopen. Ik ga beginnen aan de laatste 4 km. De eerste 2 hiervan lopen langs een hek. Vroeger noemden we dit de oostblokroute, zolang loop ik dit rondje al. Nog één duiningang passeren en dan de laatste twee km alles eruit naar het eindpunt. Dan zie ik door de bomen het wit waar ik moet zijn. Nog 300m. Ik doe er nog een tandje op. Mijn voeten raken de grond niet meer. Ik vlieg de laatste bocht door en …………

Bzzzz bzzzz bzzzz. Ik doe mijn ogen open en draai mij om. Mijn hand gaat automatisch naar de uit-knop van de wekker. Het dekbed ligt chaotisch op het bed. Mijn benen eronder uitstekend. Was het een droom? Hoewel ik niet bezweet ben voelt mijn lichaam als alsof ik een topinspanning heb verricht. Ik draai mij om en trek het dekbed over mij heen, want de training heb ik al gehad. Straks de stad in en ergens gaan zitten om de verbruikte energie aan te vullen.

Wel of Niet ?

Aan de auto’s die door de straat reden hoorde ik dat het nat was buiten. De banden die door de straat rolden maakten een soort waterig geluid. Zelf lag ik nog in bed. Warm, droog en in een houding die ik nog uren vol kon houden. Het was zaterdagmorgen en tijd voor een hardlooprondje. Het geluid dat ik hoorde nodigde niet echt uit om op te staan en de hardloop outfit aan te trekken. Een ritmisch gesnurk kwam van onder het bed, waar een kater op zijn pluche matje lag. Die had niet het dilemma wel of niet opstaan. Eigenlijk had ik ook geen dilemma, want ik wist dat ik mij na het rondje hardlopen heerlijk fit zou voelen. Dus eruit.

Het was een grauwe ochtend. Het regende niet echt, maar er zat een hoop water in de lucht. Genoeg om na een uur hardlopen net zo nat te worden als na vijf minuten in de regen. Dit was geen belemmering om te gaan hardlopen, want ik wilde een paar snellere stukjes in mijn rondje doen, wat de zweet productie zou opvoeren en ik dus zo wie zo nat zou worden. Al gauw kwam ik erachter dat ik niet de enige was die de keuze om wel te gaan hardlopen had gemaakt, want ik kwam menig loopmaatje tegen.

Het is niet altijd wel, want afgelopen week was ik ook tegen een niet aangelopen. De sneeuw was weg en ik dacht een fijn stukje te gaan lopen. ik had een vrije dag en het was net licht geworden. De schoenen aangetrokken en naar buiten. Ik wilde een klein rondje, ruim 6 km, gaan lopen voor het ontbijt. Al snel merkte ik dat het lopen anders ging. Er was weinig grip met de grond. Een stukje verderop zag ik een hond een bruggetje over rennen, maar toen hij er over was en een haakse bocht naar rechts wilde maken schoof hij rechtdoor het grasveld op. De verwondering in zijn ogen toen hij tot stilstand was gekomen over wat er gebeurd was maakte mij aan het lachen, maar was tegelijkertijd een waarschuwing. IJs op de weg. Toch nog even doorgelopen maar kwam al snel tot de ontdekking dat dit een niet was. Voorzichtig terug naar huis.

Zaterdagochtend was dus een wel en ik had er geen spijt van. De versnellingen gingen steeds makkelijker en sneller. De laatste kilometer rustig uit gelopen en thuis de natte kleding uitgetrokken. Jogging pak aangetrokken en op de bank een cappuccino drinken met de kater naast mij. Snurkend op de bank.

Cure training

Never Enough brult Robert Smith ( zanger van the cure ) in mijn oor. Mijn ademhaling gaat steeds sneller. Het tempo dat toch al hoog lag, gaat nog een stukje omhoog . Never enough, never enough. Mijn benen verzuren, maar ik weet dat het nog even gaat duren. Never enough, never enough. Ik zie het bruggetje en weet dat ik die nog moet nemen. De pas verkleinen, ritme omhoog. De benen lopen vol. Never enough, never enough. Mijn hele lijf brult terug, ophouden nu, ophouden nu. Ook Robert Smith vind het nu genoeg en gunt me even rust met Just Like Heaven.

Het is dinsdagmiddag en ik heb zin in een intervaltraining , maar dan anders. Een training op muziek en omdat ik net in de trein een nummer van the cure hoorde besluit ik daar op verder te gaan. Ik zet de playlist the cure aan en begin. De eerste twee nummers rustig om warm te lopen en daarna om en om. Een nummer snel, een nummer rustig.

10:15 Saturday Night (één van mijn favoriete nummers ) mag ik snel doen. Tik, tik , tik, mijn benen gaan op het ritme mee. Steeds sneller en sneller. Voor mij zie ik een scootmobiel en even later haal ik die in. De man die erin zit roept mij nog iets na, maar ik hoor niet wat. Tik, tik, tik. Ik weet dat het nummer bijna voorbij en doe er nog een tandje op voor de laatste paar seconden. Op Boys Don’t Cry mag ik weer rustig aan doen om daarna weer te versnellen op Inbetween Days.

Zo gaat het een uur door. Snel, rustig. Als laatste mag ik op A Forest rustig door het park naar huis terug dribbelen.

Volgende week misschien een training op Queen. Zal je net zien dat ik een versnelling mag doen op Bohemian Rhapsody

(Foto is een paar dagen later genomen)

Wind

De wind haalde mij in en nam het ritselen van de bladeren mee. Ik had net een drukke straat achter mij gelaten en liep nu over de vrijheidsdreef naar het Groenendaalse Bos . Ik had een lekker windje in de rug. Een fietser kwam kromgebogen over zijn stuur mij tegemoet met zijn blik op de weg een paar meter voor hem. Ik verlegde mijn looproute een metertje opzij. Ik had hem ook verbaal op mijn aanwezigheid kunnen attenderen, maar dan had ik hem zeker uit zijn kadans gehaald en dat zou jammer zijn. Hij had het met wind tegen een stuk zwaarder dan ik, die bijna werd gedragen door de wind.

Bij de molen rechts aanhouden, nog een paar honderd meter door en ik was op de plek waar ik de kern van mijn training wilde gaan doen. Liever had ik gelopen in een ander deel van het Groenendaalse Bos, maar dat had in het verleden al menig keer problemen gegeven. Het bos is in tweeën gedeeld. Ik noem het een noord en zuid deel. Het noordelijke, waar ik liever had gelopen, is ook toegankelijk voor honden. Nu vind ik dat geen probleem als ik een rustige duurloop doe, maar bij de training die ik in gedachten had wel. Ik wilde iets gaan doen met een korte interval in een pittig tempo.

In deel noord ligt het mooiste , breedste, recht uit lopende, vlakke onverharde pad van 500m uit de omgeving (vind ik). Ideaal voor een snelle training, maar menig hond ziet daar ook een leuke training in waarbij speels fysiek contact niet geschuwd wordt.

Ik liep dus door naar deel zuid. Ook daar is het fijn lopen en ik wist een mooie rechthoek waar ik mijn training zou doen. Twee lange stukken van zo’ n 150 m , aan de uiteinden met elkaar verbonden met een pad van 50 m. Dit rondje ging ik 10 keer doen. Dus 20 keer 150 m in een pittig tempo. Pittig, maar niet maximaal. Goed de grond lezen en de voeten voor(bij) gevallen takjes plaatsen. De ademhaling onder controle houden en proberen laag te houden. Niet gaan werken, maar de ontspanning blijven houden. De verbindingstukjes van 50 m rustig dribbelen en opnieuw focussen op de volgende versnelling. Kortom, een training met maximale aandacht.

Tijdens één van mijn versnellingen zag ik vanuit mijn ooghoek een paar runderen lopen. Die zouden toch niet……….

Dag 2018

Het gaat lekker. De splitsing van de gele en groene route is al in zicht. Ik ga verder op de groene. Dat betekend een kilometer lekker veel kleine heuveltjes. Het is de laatste keer hardlopen in 2018 en ik heb er zin in. Gisteren heb ik de Runkeeper app op mijn iPhone geüpdatet en vandaag heb ik gewoon zin om hem weer eens een keer te gebruiken. Ik heb de top 2000 aan staan en de dame van runkeeper brult dwars door Let Her Go van Passenger in mijn oor dat ik in een gemiddeld tempo van 4:27 min/km loop.

2018 is zo goed als teneinde en laat ik eens terugkijken. In 2018 had ik maar één loopdoel en dat was de marathon van Köln in oktober. Dat doel is behaald en ik kijk er met veel plezier op terug. Dezelfde tijd als mijn eerste stadsmarathon 35 jaar geleden en dus een mooi moment om de stadsmarathons gedag te zeggen. Het is mooi geweest. Ik schrijf wel dat ik één loopdoel had, maar eigenlijk klopt dat niet. Ik had er meerdere, maar omdat die elk jaar hetzelfde zijn was ik ze even vergeten. Het zijn doelen als blessurevrij blijven, plezier in het lopen houden en een open staan voor wat experimenteren. De eerste twee zijn gelukt en de laatste heb ik gedaan door te gaan lopen met muziek en het gebruik van run keeper. Al met al ben ik heel tevreden over hoe het hardlopen in 2018 is gegaan. Voor 2019 heb ik nog geen echt nieuw doel, maar wie weet komt dat nog.

De kilometer kleine heuveltjes zijn alweer achter de rug en loop nu op een vlak onverhard pad. Het is snel gegaan, want de dame van runkeeper verteld mij dat het gemiddelde is gedaald naar 4:24 min/km. Nu niet overmoedig worden want ik heb een route van 15 km in gedachten en dat heb ik al een tijdje niet gedaan. Even wat gas terug. Onderweg kom ik nog wat loopmaatjes tegen die ik gedag zeg en bij km 13 heb ik nog genoeg energie om het gaspedaal weer wat dieper in te trappen. Met een mooi gemiddelde van. 4:27 min/km ( 13,46 km/uur ) ben ik na ruim een uur weer terug. Nog even een stukje uitlopen en dan naar de koffietafel .

Dag 2018.

Drie op een rij

Nog een flauwe bocht en 200m. Ik kan ze al zien. Er zit nog geen lijn in , maar dat zal weldra anders zijn.

Het is donker en ik loop met een reflecterend hesje aan mijn rondje in Heemstede. Eigenlijk is het een driehoek. Drie lange stukken weg waarvan één helemaal recht en de andere twee hebben een flauwe bocht. Ik hou van deze driehoek om vele redenen. Het is geheel op de stoep. Hoef geen wegen over te steken. Geen stoplichten. Goed verlicht en een driehoek biedt vele trainings mogelijkheden. Deze training loop ik elke poot van de driehoek iets sneller en doe de driehoek drie keer waarbij ik elke driehoek rustig begin. Oh ja, de driehoek is 2,5 km.

Het mooie van zo’n training is dat ik iedere keer dezelfde punten passeer en er herkenning is. Zo is er een hond die steevast begint te blaffen als ik langskom. Ik zie hem niet, omdat hij achter een hoge heg zit, maar het volume doet vermoeden dat het geen schoothondje is. Ik verdenk hem ervan dat hij mijn rondetijden klokt en dan precies weet wanneer hij weer aan moet slaan.

Ik zit in mijn rustige tempo als ik aan een flauwe bocht begin. Aan mijn rechterkant zie ik drie rijen bomen. Één langs de stoep., één in de middenberm en één aan de overkant. Er zit geen structuur in de rijen op één moment na en dat moment komt over 200 m. Ik kijk er elk rondje naar uit. Nog 10 m en dan is het zover. Ik draai mijn hoofd alvast wat naar rechts. Het fijnste moment is eigenlijk de fractie van een seconde voor het zover is. Dan, in een tiende van een seconde, staan drie bomen, van elke rij één, precies in lijn.

Ik maak een scherpe bocht naar links en doe er een tandje op voor het tweede rechte stuk. Dit stuk heeft twee bushaltes waar ik even op moet passen. Aan het einde van dit rechte stuk weer links af en nog een tandje erop. Na een flauwe bocht scherp links af. Twee tandjes eraf en op naar de drie op een rij.