Strand

In een fractie van een seconde was mijn kapsel tot een chaos verworden toen ik mijn hoofd voorbij het koffietentje op de hoek van de boulevard in Katwijk stak. Een paar passen verder kon ik de trap af naar het strand. In de verte zag ik kitesurfers zich uitleven op het water waar de golven wit schuimden. Langzaan liep ik over het strand naar de zee. Snel ging niet, want de wind probeerde mij terug te blazen naar de boulevard. De zandkorreltjes knalden als kogeltjes tegen mijn scheenbeen. Heerlijk, ik was weer op het strand.

Het was al maanden geleden dat ik op het strand was geweest. In ieder geval sinds juli vorig jaar. Regelmatig had ik er wel aan gedacht om naar het strand te gaan, maar het feit dat ik dat met de auto moest doen hield mij op de een of andere manier tegen. Vandaag niet. Ik had een korte werkdag tot 11 uur en opeens had ik een onbedwingbare zin om de schoenen aan te trekken en een stukje op het strand te gaan rennen. Ik koos voor het strand bij Katwijk. In mijn geheugen kwam dit strand nog niet voor en daarom leek het mij de juiste plek om opnieuw het strandlopen op te pakken.

Er was een harde wind en het strand was zo goed als verlaten. De anderhalve Corona meter was dus geen probleem. Het enige risico was dat de Britse mutatie van het Corona virus met de wind mee over de Noordzee naar de Katwijkse kust geblazen zou kunnen worden, maar dat risico achtte ik zo klein dat ik het er op waagde. Eerst naar het zuiden, richting Scheveningen want dan had ik de wind schuin tegen. Het strand was breed en redelijk hard zodat mijn schoenen er niet echt in wegzakten. Af en toe vloog een meeuw een stukje met me mee of stoof een groepje kleine vogeltjes , ik ken de naam niet maar zal ongetwijfeld iets met strand zijn, op als ik aan kwam denderen. Na drie kilometer keerde ik mij om en liep terug naar Katwijk. Heerlijk met de wind schuin achter in de rug. Hoefde eigenlijk niets anders te doen dan de voeten snel op te tillen en werd zo voort geblazen. Bij de boulevard aangekomen nog even pittig het trapje op. Voorbij de koffietent en de laatste paar honderd meter terug naar de auto.

Met veel plezier kijk ik terug naar deze hernieuwde kennismaking met het strand en ga het zeker vaker doen. Hoever zou het naar Scheveningen zijn?

Even naar buiten

Ik moest een keuze maken. Versnellen of langzamer gaan lopen. Ik gaf mijzelf 2 seconden bedenktijd. Het werd versnellen. Zo’n 10 meter voor mij wandelden twee mensen op de stoep die zo smal was dat ik er met geen mogelijkheid op anderhalve meter langs kon. 50 cm was wel het maximale. Rechts van mij stonden auto’s langs de stoep geparkeerd en in de verte zag ik het licht van een fietser op de weg die mijn kant op kwam.

Het was rond de klok van vijf uur in de middag en ik was bezig met mijn hardlooprondje. Het was best nog wel druk geweest op het werk en dan is het na een de hele dag binnen zitten lekker om naar buiten te gaan voor wat beweging. Het was al donker geworden en ik had een reflecterend hesje over mijn loopkleding aangetrokken, want ergens had ik al een voorgevoel dat het weleens niet helemaal een stoeprondje zou worden, maar dat mijn schoenen af en toe het asfalt zouden raken. Het was het tijdstip dat menigeen van zijn werk naar huis zou wandelen en andere hardlopers hetzelfde in gedachten hadden als mij. Lekker even na een dag werken of studeren naar buiten.

Versnellen werd het dus. Kijken, inschatten , razendsnel een plan maken en in het achterhoofd een plan B voor als het anders zou lopen. Net voorbij de wandelaars zag ik een lege parkeerplaats . Ik begon met mijn versnelling. Niet te snel want de wandelaars moesten wel voorbij de lege plek zijn voor ik er was. dit ging precies goed. ik liep nu op de weg. De fietser die ik gezien had kwam mij sneller tegemoet dan ik had ingeschat. Waarschijnlijk zo’n e-biker. Een versnelling op de versnelling gedaan en kon mooi voor de fietser bij mij was tussen twee geparkeerde auto’s door de stoep weer op, ruim voor de wandelaars.

Een half uur later schonk ik thuis een glas thee in en nam er een stukje chocolade bij. Ik was even lekker buiten geweest.

Verslaving

Ik had er eigenlijk geen zin in, maar ik moest wel. Het resultaat van de actie lag verfrommeld op tafel. Ik had de verleiding niet kunnen weerstaan om hem definitief weg te leggen, maar steeds binnen een soort van handbereik te houden. Ik heb het hier over een reep chocolade die ik onderweg naar huis had gekocht. Dit was eigenlijk niet de bedoeling, maar zo’n reep die roept je als je er voorbij loop. Zo’n noodkreet die je niet kunt weerstaan. Neem me mee! Het gevolg was dat ik de hele middag iedere keer een stukje afbrak om op mijn tong te laten smelten en ik aan het eind van de middag met een misselijk gevoel achter mijn laptop zat. De enige remedie om van deze misselijkheid af te komen was een stukje hardlopen. Ik had er eigenlijk geen zin in, maar ik moest wel.

De regen was net gestopt en een snelle blik op buienradar vertelde me dat het droog zou blijven. De hardloopschoenen aan en de deur uit. Het begon al wat te schemeren, maar de route die ik zou lopen ging geheel over het voetpad, wat ook weer niet geheel zonder risico is. Ik sprak vandaag iemand die in het donker over een stoeptegel was gestruikeld, plat was gegaan en daar een ruim gekleurd oog aan had overgehouden. De chocoladeberg in mijn maag adviseerde mij om rustig te beginnen en dat kwam dus eigenlijk best goed uit. Had ik alle tijd om op de opstaande stoeptegels te letten. Dat ik in de eerste drie kilometer drie stoplichten had waar ik voor rood moest stoppen deerden mij ook niet. kon ik mooi even wat rekoefeningen doen en een praatje maken met een oudere dame die met haar twee poedeltjes naast mij stond te wachten.

Opeens voel je het dan. Na zo’n 4 km merkte ik dat ik ongemerkt wat harder was gaan lopen. Ik voelde mij goed. Het misselijke gevoel was verdwenen en had bijna plaatsgemaakt voor een euforisch gevoel. Alsof ik weer de hele wereld aankon. Ik deed nog een paar versnellingen en liep een stukje met een fietser mee die mij aanmoedigde. Ik realiseerde mij wel dat ik niet te gek moest doen, want mijn kuiten hadden al een tijdje dit tempo niet gedaan. De laatste kilometer liep ik met een brede glimlach op mijn gezicht langs de singel naar huis,

Vandaag de gevolgen van de ene verslaving verholpen met een andere verslaving.

Terugblik 100 dagen 6,6 km

660.000 Hardlooppassen. 11 april, midden in de Coronacrisis, ben ik zonder dat ik het op dat moment wist aan mijn challenge van dagelijks 6,6 km hardlopen begonnen. Je mocht even de deur uit voor een frisse neus , maar moest wel afstand bewaren. Ik had een rondje vanuit huis waar dat prima kon. Een rondje dat ik eigenlijk al jaren loop en wat ik mijn route 66 noemde, want het rondje was 6,6 km. Na drie dagen dit gelopen te hebben kreeg ik het idee om dit dagelijks voort te zetten. De meningen over dit idee varieerden van gaaf tot idioot, maar ik was nieuwsgierig hoe het zou zijn om dit langere tijd dagelijks te doen. Zou ik fysieke grenzen tegen komen. Vermoeidheid, blessures. Zou ik mentale grenzen tegen komen. Motivatiegebrek, er tegen op zien. Vragen die je pas kunt beantwoorden als je het geprobeerd hebt. Zo begon ik dag 4 op 14 april en ben ik dag 100, op 19 juli gestopt.

Een altijd nors kijkende man zag ik opeens glimlachen. Ik weet niet of hij dat naar mij deed of om mijn gezichtsuitdrukking toen ik zag dat een wielrenner over mijn iphone dreigde te fietsen die op de weg stond voor een selfie. Een dame met wie ik een leuk gesprek had nadat ze mij aansprak op het feit dat ze mij elke dag zag lopen. Een gesprekje met een echtpaar dat buiten zat te ontbijten en mij vroegen wat ik aan het doen was toen ik een selfie bij hun huis aan het maken was. Een man die ik vaak tegenkwam, zijn hond uitlatend, die mij om advies vroeg. Hij wilde ook graag hardlopen , maar had last van zijn achillespees. Een paar van de mooie momenten tijdens deze 100 dagen.

Één van de grootste uitdagingen , misschien wel de grootste, was blessurevrij blijven. Nou is overbelasting de belangrijkste veroorzaker van blessures en dan heb je met 100 dagen achter elkaar hardlopen eigenlijk al een probleem. Ik besloot om te beginnen met 5 rustige trainingen en twee wat vlottere trainingen in de week. Daarnaast dagelijks wat rekken van kuiten en hamstrings en een paar keer in de week diezelfde spieren rustig masseren. Na dag 70 besloot ik om nog maar één vlotte loop in de week te doen. Ik voelde dat mijn kuiten niet helemaal herstelden en wilde geen risico nemen. Na dag 86 heb ik om diezelfde reden de vlotte loop helemaal niet meer gedaan en ben tot en met dag 100 blessurevrij gebleven.

Het blessurevrij blijven heeft er zeker toe bij gedragen dat ik gemotiveerd bleef. Als je een pijntje hebt dan denk je eerder van laat ik er maar mee stoppen. Eigenlijk nam de motivatie alleen maar toe naarmate de dagen verstreken. Meestal liep ik na mijn werk en het was dan heerlijk om na een dag binnen gezeten te hebben naar buiten te gaan. Dag 66 was, puur om het getal, even een moment van ga ik nu door, maar omdat het zo goed ging besloot ik door te gaan tot dag 100. Wel nam ik mij gelijk voor om dan ook te stoppen met mijn dagelijkse 6,6 km.

Hoe zit het dan met de vermoeidheid? Die is weg gebleven. Één van de belangrijkste reden hiervoor is denk ik de afstand. 6,6 km is voor mij een korte afstand. Ook als ik hem heel rustig loop ben ik binnen 45 minuten klaar. Ik denk dat als het 10 km was geweest er een grotere kans op vermoeidheid was geweest. Je bent dan al gauw dagelijks meer dan een uur aan het hardlopen. Een tweede belangrijke reden voor het uitblijven van de vermoeidheid is het plezier wat ik er in had. Hoewel ik bijna dagelijks hetzelfde rondje liep was het toch iedere keer anders. Vaak gebeurde er wel iets zoals de ontmoetingen die ik hierboven heb genoemd.

Terugkijkend vond ik het een geslaagd experiment wat in de toekomst zeker voor herhaling vatbaar is.

Ik wil al mijn volgers op twitter, facebook en instagram hartelijk bedanken voor het volgen en de leuke reacties die ik heb ontvangen. Dit heeft zeker bijgedragen tot het slagen van deze challenge. Dank.

Deze week mocht ik nog een mooie staande medaille met inscriptie ontvangen. Ook daar voor dank.

100

Nog één keer de kuiten pesten. Het bordje van 10% helling zie ik al verschijnen. We hebben er al wat stijgingen opzitten en iedere keer denk ik dat het de laatste is, wat dan weer net niet het geval is. Echter één ding weet ik wel, dit is mijn laatste dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Nummer 100. Als ik straks aan de koffietafel zit heb ik er 100 dagen opzitten waarop ik elke dag 6,6 km heb hardgelopen.

Vanmorgen vroeg de hardloopspullen gepakt en op weg gegaan naar Station Overveen. Hier had ik met loopmaatjes afgesproken. Zij hadden het plan opgevat om met mijn laatste 6,6 km mee te lopen. Een aanbod dat ik met beide armen omarmde. Gisteravond nog even op afstandsmeten.nl gekeken naar een 6,6 km route en of het zo moest zijn, een rondje dat ik vroeger vaker liep was met een klein lusje eraan 6,6 km. Verdwalen kon dus niet. Het was ook een waardig laatste rondje, over het Kopje van Bloemendaal.

We begonnen heel rustig en dan bedoel ik ook heel rustig. Ik hoorde iemand zeggen, dit tempo is best moeilijk. Al gauw liepen drie van ons een stukje voor. Ik weet niet of het toeval was , maar het waren wel de drie vrouwen van het groepje. Langzaam ging het tempo iets omhoog, maar al snel zakte het ook weer af want we begonnen aan de klim van het kopje. Boven gekomen liepen we gezellig pratend door. Af en toe een stukje naar beneden en af en toe een stukje omhoog. Het tempo hielden we laag zodat iedereen mee kon blijven lopen. Na afloop bleek het gemiddelde tempo 8,5 km/uur te zijn.

Dan breekt toch een spannend moment aan, nog 600 meter. Elke 100 meter telden we af en de laatste 100 elke 10 meter. 6,6 km. Klaar. Een applaus van mijn loopmaatjes kwam over mij heen. Een high five mag nog niet , maar complimentjes en bedankjes wel. Die werden dan ook rijkelijk uitgedeeld. Ik ontving de complimentjes en ik bedankte mijn loopmaatjes voor deze mooie afsluitende dagelijkse 6,6 km loop.

Na afloop was er weer een gezellige koffietafel.

In de blog van volgende week ga ik terugkijken op deze 100 dagen. Voor nu iedereen bedankt die mij op social media heeft gevolgd en voor alle reacties die ik tijdens en vandaag na afloop van mijn hardlooprondje heb mogen ontvangen.

Pontje

Afgelopen maandag was dag 73 van mijn dagelijkse 6,6 km rondje. Ik was rustig begonnen en voelde me goed. De benen voelden krachtig en ik had ongemerkt het tempo al flink opgeschroefd. Er waren weinig wandelaars en fietsers op de weg dus hoefde niet steeds achterom te kijken of er verkeer aankwam omdat ik moest zigzaggen in verband met de anderhalve meter regel die nog steeds bestaat. Achter mij hoorde ik een fietser aankomen. Het was een fiets met een pedaaltik. Zo’n tik die elke pedaalslag terug komt. Het was een mooi ritme die pedaaltik en ik kreeg bijna de neiging om mijn beentempo erop aan te passen. Langzaam kwam de fietser langs mij en bleef naast mij fietsen. Er zat een man op. Hij keek mij aan en vroeg “is dit de weg naar het pontje van Cruquius?”

Het was de eerste dag van de week en ik had geen loopplan in gedachten. Nou heb ik dat bijna nooit. Dat plan ontstaat altijd onderweg . Eerst even voelen hoe het lichaam en geest zijn. Ik heb echter twee voorwaarden. Ik mag maar één keer in de week een vlotte loop doen. Dit in verband met de blessure preventie. De andere is dat het rondje 6,6 km moet zijn en dat is omdat de challenge 100 dagen dagelijks 6,6 km hardlopen is. Toen kwam dus de vraag van de fietser.

Ik keek naar de fietser en zijn fiets. Maakte een inschatting en zei toen ” dit is inderdaad de weg naar het pontje, ik loop even met u mee, want hij is over ongeveer anderhalve km”. Prima zei de man en ik verhoogde mijn tempo nog iets, maar nog wel zo dat ik kon praten. Al pratende vervolgde wij onze weg. De eerlijkheid gebied om te zeggen dat de man meer praatte dan ik, wat mij niet verkeerd uitkwam. Ongemerkt waren we steeds harder gegaan wat ook wel weer een goed teken was, want dat betekende dat mijn lichaam het aankon. Met nog zo’n 200 meter te gaan vertelde ik de man waar het pontje was en dat ik een stukje daarvoor linksaf zou gaan. Hij bedankte mij voor het wijzen van de weg ik hem dat ik mocht meelopen en vlak voor het pontje scheiden onze wegen.

Nadat we afscheid hadden genomen en ik linksaf was gegaan nam ik gelijk het besluit om het tempo iets terug te schroeven naar mijn vlotte tempo, dat door te lopen tot een kilometer voor mijn huis en dan de laatste km lekker uitlopen. Zo is het ook gegaan. Ik had mijn vlotte loop gedaan en heb de rest van de week rustiger aan gedaan.

Op het moment dat ik dit nu schrijf heb ik dag 79 erop zitten. Het gaat goed. Geen blessures en ik heb er elke dag zin in. Morgen alweer dag 80.

Hieronder de getallen van de vlotte loop.

100

Drie weken geleden schreef ik een blog met de titel 200, vandaag één met de titel 100. Toen ging het over passen tellen. Deze keer heeft het het niets met passen tellen te maken, maar met aftellen. Vorige week schreef ik nog dat ik door zou gaan met mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje zolang ik me er goed bij voelde , blessurevrij bleef en er plezier in had. Alle drie zijn nog steeds van toepassing, maar soms veranderen dingen in je leven die je anders doen besluiten. Daarnaast loopt mijn hoofd over van andere hardloop ideeën die ik ook de ruimte wil gaan geven. Daarom heb ik deze week besloten om door te gaan tot en met dag 100. Ik zit nu op dag 72 dus het aftellen kan beginnen. Zondag 19 juli zal zal ik mijn laatste dagelijkse 6,6 km hardlooprondje doen. Het lijkt mij leuk om daar iets bijzonders mee te doen, maar daar blog ik later nog over

Vanmorgen was het lekker weer voor het hardlooprondje. Nog niet te warm en een licht briesje. Ik had een heel rustig loopje in gedachten. Gisteren ging het wat sneller en moest toen ook een extra versnelling doen om iemand op anderhalve meter te passeren. Van de andere kant van de weg kwam namelijk een groep wandelaars achter elkaar aangelopen en voor dat die bij de wandelaar waren die voor mij liep wilde ik die persoon voorbij zijn. Echter ik voelde tijdens die versnelling iets in mijn kuit. Kon nog wel net de wandelaar op tijd passeren, maar besloot gelijk op de rem te trappen en rustig het rondje af te maken. Daarna zonder probleem het rondje afgemaakt. Thuis gekomen gelijk na het douchen mijn kuiten licht gemasseerd en daarna ook geen last meer van gehad.

Het blijft balanceren op de grens van belasting en belastbaarheid van mijn lichaam. Ik heb geen zin om die grens bewust op te zoeken en probeer daar van nu af aan verder vandaan te blijven. Dit betekend dat ik nog één vlotte loop in de week mag doen en de rest rustig tot heel rustig. Vanmorgen dus een heel rustig rondje gedaan. De kuit voelt weer goed, net als de rest van het lichaam. Nog 28 dagen te gaan.

Ook de weegschaal moet aan de goede kant van de grens blijven.

Het vervolg

Het was vanmorgen heerlijk weer voor mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Alweer dag 65. Het gaat snel als je er plezier in hebt. Ik liep langs het Spaarne en was niet de enige. Een hoop loopmaatjes hadden hetzelfde idee. Een goedemorgen hier, een goedemorgen daar. Het was best gezellig. Ook op het water was het al gezellig druk. Roeiers, plezierbootjes en stand up peddelaars. Niemand leek haast te hebben. Ik ook niet. Vandaag had ik een rustig loopje in gedachten. Morgen is dag 66. Menigeen is in de veronderstelling dat ik dan stop met mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Zelf heb ik dat nooit gezegd, maar wel dat dag 66 een moment is om te kijken wat verder te doen. 100 meter voor de brug hoor ik het signaal dat de brug omhoog gaat. De bomen gaan dicht. Ik moet even wachten. Een mooi moment om na te denken.

Ik ben bij toeval hieraan begonnen. Ik liep al drie dagen deze afstand, die ik relateerde aan de Route 66 in Amerika, toen de gedachte in mij opkwam om dit dagelijks te gaan doen. Hoe lang hield ik open. 10 dagen, 50 dagen, 66 dagen? Het belangrijkste was dat ik er plezier in had, mij goed voelde en blessurevrij bleef. Alle drie zijn nog steeds in positieve zin aanwezig. Ik beleef veel plezier aan mijn rondje en kijk er elke dag naar uit. Ik werk elke dag binnen en zie weinig daglicht. Als ik dan thuis kom is het heerlijk om naar buiten te gaan en iets fysieks te doen. Dit rondje voelt dan heerlijk. Niet te lang, niet te kort. Als ik het vlot loop doe ik er 30 min over en als ik het heel rustig doe 45 min. Daarna voel ik mij altijd goed en heb weer energie voor andere dingen., De blessures blijven ook uit. Rekken, masseren en afwisseling in tempo blijken wonderen te doen. Daarnaast helpt het denk ik ook dat ik nooit maximaal ga, maar altijd nog wat reserve overhoud.

Na een paar minuten gaat de brug naar beneden. De bomen omhoog en ik ben uitgedacht. Ik ga verder. Niet alleen met dit zondagmorgen loopje, maar ook met mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Regelmatig zal ik aan de hand van de hierboven genoemde drie criteria evalueren, maar zolang de aan de goede kant zitten ga ik door.

Als ik de brug over ga, komt van de andere kant ook een loper. We herkennen elkaar. Hij vraagt “nummer 60?” Ik antwoord “nummer 65”. We lachen en vervolgen allebei onze weg.

200

Ik zag nog twee wandelaars voor me en van de andere kant kwamen een paar fietsers. Dit was nog niet het goede moment. De weg was vrij smal en dan zou je net zien dat op het moment dat ik wel ging alles samenkwam en er een vette streep door de anderhalve meter werd gehaald. Nog even wachten dus. Geen probleem. Ik dribbelde rustig door, bleef op deze manier achter de wandelaars , en wachtte tot de fietsers voorbij waren. Het was een groepje wielrenners dus het moment was al gauw daar. Een korte groet, ik ging aan de andere kant van de weg lopen en de eerste versnelling kon beginnen.

Ik ben nog steeds bezig met mijn dagelijkse 6,6 km en vandaag was dag 52. Vandaag had ik hierin een paar versnellingen van 200 gepland. 200 wat? 200 passen! Ik liep niet langs een weg waar 200 metertjes uitgezet waren of 100 meter paaltjes stonden. Het maakt me eigenlijk ook helemaal niets uit of het nu 180 of 220 meter is, want een tijd neem ik toch niet op. Daarom had ik het volgende bedacht, ik doe een versnelling van 200 passen. Om het praktisch te houden tel ik de passen van één voet. Dus 100 en mocht ik de tel kwijtraken dan pak ik het gewoon weer op bij het aantal dat ik dacht dat ik was.

Toen de wielrenners voorbij waren begon ik dus aan mijn eerste versnelling. Die versnelling moet je niet zien als een sprint, maar een lekker vlot tempo op gevoel, waarbij ik altijd nog wat sneller zou kunnen als het moest. De eerste 200 gingen voorspoedig. Geen medeweggebruikers waar ik op moest letten. Er was wel een wandelaar, maar die zag mij aan komen vliegen en besloot wijselijk om rap de andere kant van de weg te nemen. Toen ik hem passeerde knikte ik hem dankbaar toe en een paar passen later zat mijn eerste 200 erop. Tempo minderen en rustig verder.

De pauze die ik tussen de 200 neem is natte vinger werk. Ik ga dan geen passen tellen, maar kijk vooruit en kies dan een punt in de verte waar ik de volgende 200 doe. Dat punt kan van alles zijn, een boom, een huis, een uithangbord of een groepje overstekende zwanen, zoals vanmorgen.

Als laatste is dan nog het aantal keren 200. Toen ik vroeger op de baan liep was de standaard 15 keer, waarbij af en toe werd afgeweken van dat aantal. Nu ben ik niet meer met dat aantal bezig. Ik hoef niet persé 12, 15 of 20 keer. Het gaat mij erom dat ik mijn lichaam een paar keer een prikkel geef. Mijn lichaam vaart daar wel bij, maar ook mijn geest, want het is gewoon lekker om te doen. Vanmorgen deed ik er 8.

Ik ben nu ruim 7 weken bezig en heb er nog steeds plezier in. Sterker nog, ik kijk er naar uit als ik de hele dag voor mijn werk binnen ben geweest. Vanmorgen dus een heerlijke 200 training gedaan. Morgen weer een hééél rustig loopje. Wel 6,6 km.

Pas op de plaats

De zon scheen strak op het pad voor mij en de wind achter mij. Rechts van mij zag ik haar uit de berm komen, maar ze was niet alleen. Een heel gezin kwam achter haar aan. Het leek wel of ze even naar links en rechts keek alvorens ze overstak. Het was een smalle weg, waarop twee auto’s elkaar nauwelijks kunnen passeren en waar alleen wat bestemmingsverkeer komt, maar toch, oppassen. Het gezin bestond uit een moedereend en vijf kuikens. Erg klein waren die niet meer, maar nog net niet groot genoeg om alleen de wereld in te gaan. Netjes achter elkaar lopend staken ze de weg over en verdwenen in het hoge bermgras, waarachter een sloot was. Ik maakte even een pas op de plaats om naar deze overgang te kijken en niet te verstoren. Een fietser die van de andere kant kwam deed hetzelfde.

Een pas op de plaats maken. Zo kan ik de afgelopen week het beste betitelen. Ik heb er nu ruim 5 weken opzitten waarin ik dagelijks een rondje van 6,6 km ga hardlopen . In de eerste 4 weken heb ik wekelijks wat met het tempo gespeeld waarbij ik twee keer per week een vlotte loop mocht doen. Vorige week meende ik even mijn kuit gevoeld te hebben en daarom besloot ik deze week alleen maar rustig aan te lopen. Voor mij is rustig aan een tempo van 10 km/uur. Voor de liefhebbers is het misschien leuk om te weten dat mijn hartslag dan zo’n 120 – 125 slagen per minuut is. Aan de afstand en de frequentie (elke dag) kan ik niets veranderen, want dan is mijn Route 6,6 afgelopen. Zo ben ik het ondertussen gaan noemen, Route 6,6.

De pas op de plaats van afgelopen week is mij goed bevallen. Wel dagelijks mijn. 6,6 km, maar nergens last van. Het lekkere van dit voor mij rustige tempo is dat ik helemaal niet moe wordt. De meeste dingen blijven echter nooit heel lang lekker en zo ook dit niet. Het verlangen naar een portie zweet en hijgen begint op te komen en komende week ga ik dan ook weer beginnen met tempowisselingen. Wel mijn fysieke gestel in de gaten blijven houden, want op het moment dat dat uitvalt is het einde Route 6,6

Nadat het eendengezin was gepasseerd ben ik rustig verder gelopen. Tijdens een rustige loop heb je wel mee tijd om rond te kijken. Zo zag ik. bij de boerderij waar ik langs kom kalfjes en lammetjes. Een aandachtspunt tijdens zo’n pas op de plaats tempo is de looptechniek. Uitkijken dat het rustig tempo geen sloffen wordt, want dat verhoogd alleen maar de kans op een blessure. Netjes blijven lopen dus. Op de terugweg zag ik het eendengezin dobberen in de zon als waren het koeien die in de wei die liggen te herkauwen. Een kleine kilometer later was ik weer thuis en kon ik terugkijken op een lekker pas op de plaats loopje.

Op de Route 66 in Noord Amerika ben ik ondertussen bij het plaatsje Lincoln aangekomen.