Wachten

De schoenen staan al een paar dagen in een kamertje te wachten en ze zullen nog een paar dagen moeten wachten. Ze staan daar niet alleen maar in goed gezelschap van een paar slippers. Daarnaast staan ze langs een hoofdweg in huis, namelijk de weg die de katten, 4 stuks, leidt naar het kattenluik om naar buiten te gaan. Regelmatig stoppen die even om met mijn schoenen te knuffelen.

De reden van dat wachten ben ik. Nou eigenlijk mijn bezoek. Ik had namelijk bezoek gekregen van een virus of bacterie waarvan de naam mij onbekend is, maar die als een stel kwajongens, of meiden, in mijn lichaam doen waar ze zin in hebben. Het ene moment staken ze een vuurtje en even later gebruikten ze mijn spiervezels voor een partijtje touwtrekken, waarna de verliezers een partij gingen stampvoeten in mijn hoofd. Kortom, druk bezoek. Ik ben bezig geweest de bezoekers mijn lichaam uit te krijgen wat best een hoop inspanning heeft gekost, maar gisteren zeiden de meesten mij gedag en ik geloof dat de laatsten vannacht zijn vertrokken. Een behoorlijke chaos achterlatend.

Nu is het wachten tot mijn lichaam orde in de chaos gebracht heeft en de aangerichte schade heeft hersteld. Hoelang gaat dat duren? Ik heb geen flauw idee. Wat ik kan doen om dit proces te ondersteunen is gezond eten, de ruimte nemen om te slapen en rust. De komende dagen regelmatig de lift nemen in plaats van de trap. De verleiding is groot om een stukje te gaan hardlopen. Zeker als het een mooie herfstdag is zoals vandaag. Volgens mij moet ik dat niet gaan doen. Ook geen sukkeldraf. Ik belemmer dan de herstelwerkzaamheden of erger, ik maak het herstel ongedaan. Vandaag even naar buiten gegaan en een stukje gewandeld. De benen vertelden al gauw dat het genoeg was. Zo zal het lichaam mij ook vertellen wanneer de herstelwerkzaamheden klaar zijn. Hoelang gaat dat duren? Ik heb geen flauw idee. Wachten!

Mijn schoenen krijgen ondertussen wel hun aandacht.

Hoe ver ?

this is the longest certified footrace in the world” lees ik op de website die ik bezoek nadat ik dit filmpje ben tegengekomen op you tube. Ik heb het hier over de Self-Transcendence 3100 Mile Race. Een hardloopwedstrijd over 3100 mijl (bijna 5000 km) in New York. Er is ook een tijdslimiet. Je mag er 52 dagen over doen, waarbij je dagelijks tussen 06:00 en 24:00 uur loopt. Een rekensom verteld je dan dat je gemiddeld 96 km per dag moet lopen. 52 dagen achter elkaar. Dit jaar kwam de eerste na 48 dagen over de finishlijn.

Vanmorgen een sukkeldraf loopje gedaan in de duinen. Het was heerlijk weer, maar omdat ik in een laag tempo liep had ik toch wat meer lagen kleding aangetrokken. Waar heb ik het over als ik over een laag tempo praat? Hiermee bedoel ik een tempo dat hoort bij een hartfrequentie (HF) van rond de 70% van mijn maximale HF. In mijn geval betekend dat een HF van rond de 116 / min. Na afloop zie ik dan wel welke snelheid daar bij hoorde op dat moment. Ik heb gemerkt dat hier best nog wat variatie in kan zitten, bijv door het tijdstip van de dag, of ik een drukke dag heb gehad enz. Vandaag hoorde hier een snelheid blij van 9,2 km/uur.

Een sukkeldraf biedt je de mogelijkheid om eens rustig rond te kijken. Dit is mooi meegenomen als je , zoals ik vanmorgen in de duinen liep. Zo had ik tijd om een roofvogel die over kwam vliegen wat langer te bekijken. Je kunt natuurlijk zeggen “je kunt toch ook even stoppen” , maar om de één of andere reden doe je dat niet als je met een tempoloop bezig bent. Daarnaast kun je als je met loopmaatjes loopt makkelijker een gesprek aangaan zonder dat hijgend te moeten onderbreken. Er zit echter ook een valkuil in de sukkeldraf, namelijk dat je gaat sloffen wat blessures kan opleveren. Je moet alert blijven op je loophouding en techniek.

Nu is mijn vraag; “Hoever kan ik in een sukkeldraf lopen?”. Vanmorgen heb ik 13 km gelopen. Ik was niet moe en niet bezweet. Mijn gemiddelde HF was 115 . Stel dat ik wat eten en drinken meeneem, of geld om onderweg wat te kopen, waar ligt dan mijn grens. Dit is een mooi iets om de komende maanden uit te zoeken. Door de weeks tempo trainingen en in het weekend de sukkeldraf.

Ik kon het niet laten en heb een boek gekocht over de Self-Transcendence 3100 Mile Race. Over twee jaar ben ik 60, misschien……….. . Dromen.

Sukkeltje

Gistermorgen keek ik naar buiten en zag ik de bladeren door regen en wind van de takken gerukt worden. Herfstbruin en zeiknat vielen ze op de grond. De lucht was grijsgrauw en geen vogel die er zin in had om zijn vleugels uit te slaan. Waar ze waren weet ik niet, maar in ieder geval niet in de lucht. Ook van de zwerfkatten was geen spoor te bekennen. Zo stond ik gistermorgen voor het raam. Zaterdagochtend en de hardloopkleding schuin achter mij aan het rek, klaar om aangetrokken te worden. Na een paar minuten, eigenlijk al na een paar seconden, besloot ik om de kleding daar te laten en mijn bed weer in te duiken. Geen zaterdagmorgen hardlopen.

Hoe anders was het vanmorgen. Een strakblauwe lucht, wat vogels in de lucht en de bladeren die nog aan de boom hingen werd nog enige tijd gegeven. Windstil. Gretig pakte ik mijn loopkleding van het rek, mijn asics aan, de Apple Watch om en klaar was ik voor vertrek. Ik ging een 50 minuten sukkeldraf doen.

Afgelopen dinsdag las ik in de Volkskrant een artikel met de kop “Slome zondagsloper is net zo gezond als fanatieke hardloper”. (Artikel ) Daarin wordt gezegd dat je met een sukkeldrafje van 50 min het leven aantoonbaar kunt verlengen . Nou is dit artikel ook gepubliceerd in het British Medical Journal. Dus…….. . Die gezondheidswinst begint al bij 50 minuten per week. Intensief sporten lijkt een tegengesteld effect te hebben. Gezondheidsverlies. Ik sport nu zo’n 35 jaar vrij intensief. Is mijn levenseinde dan nabij, ben ik misschien die ene uitzondering of moet de studie nog eens nader bekeken worden.

Na aanleiding van het artikel vanmorgen maar eens zo’n sukkeldraf training in de praktijk gebracht. De eerste kilometer was geen probleem, want die gaat altijd in sukkeldraf. Daarna begint het. De afgelopen weken heb ik veel snelheidstrainingen gedaan en merk ik dat de snelheid in de benen zit. Dus flink op de rem trappen vanmorgen. Na een paar kilometer had ik mijn sukkeldraftempo gevonden. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik het ook wel prettig vond. Mijn benen hadden flink moeten werken de afgelopen tijd en na de rustdag van gister waren ze ook blij met het tempo van vandaag. Zo maakte ik de 50 minuten vol. Ben trouwens wel benieuwd hoe ze aan de 50 gekomen zijn. Zou je met 40 of 60 minuten dan minder gezondheidswinst boeken? Vandaag heb ik braaf een sukkeldraf van 50 minuten gedaan. Mijn eerste sukkeltje.

Tja, wat nu. Als ik volgende week zondag weer dit sukkeltje ga doen mag ik dus deze week , voor mijn maximale gezondheidswinst, niet meer lopen. In 2025 kijken we vast terug op deze studie en zeggen we : ” Met de kennis van nu……. ” . Morgenmiddag ben ik wat vroeger thuis en ga ik lekker mijn 200’tjes doen.

De Hand

Regelmatig zag ik de hand omhoog gaan. De ene keer wat enthousiaster dan de andere keer, maar toch. Ik zat in de bus naar huis. Lijn 73. De chauffeur was vrij jong. Ik schatte hem begin twintig. Het valt mij trouwens op dat steeds vaker een jongere chauffeur, en ook chauffeuse, de stadsbus zie besturen. Misschien komt het wel omdat ik steeds ouder wordt en dan is jonger al gauw jong. Telkens als er een tegemoet komende bus passeerde ging de hand omhoog ter begroeting en de tegemoet komende chauffeur groette terug. Één keer was het wel heel uitbundig, maar dat kwam misschien wel omdat er een chauffeuse in de andere bus zat, die net zo uitbundig terug zwaaide.

Ik moest terugdenken aan vroeger toen ik nog motor reed. Toen groette je ook elke tegemoetkomende motorrijder. Zelfs als een andere motor je inhaalde ging de hand even los van het stuur. Dit deed je niet alleen in Nederland, maar ook elders in Europa. Alleen in Groot Brittannië was het wat lastiger, want dan moest je de gas loslaten. De groet met de hand was een soort van saamhorigheid. Een uiting van het wij gevoel. Buschauffeurs onder elkaar. Motorrijders onder elkaar.

Tijdens mijn training van gisteren ging na zo’n 300 m mijn hand omhoog. De loper die ik tegenkwam zie ik al jaren. Misschien woont hij bij mij om de hoek, maar het kan natuurlijk ook best een stuk verder zijn. Wat we gemeen hebben is dat we allebei hardlopen. We hebben elkaar nog nooit gesproken, op een paar keer hoi na. Wat we wel doen is de hand opsteken ter groet. Tijdens de training heb ik de groet nog een paar keer gedaan. Ik weet eigenlijk niet wanneer dit groeten tussen hardlopers begonnen is. Ik kan mij niet herinneren dat ik toen ik in de jaren 80 begon met hardlopen dit ook gebeurde. De begeleidende hoi is een beetje op de achtergrond geraakt omdat steeds meer lopers met oortjes inlopen en naar muziek luisteren, maar de hand kan altijd. Stiekem vind ik het eigenlijk best leuk, die hand. Het geeft inderdaad een gevoel van saamhorigheid. Vlak voordat ik de afslag nam naar huis was er nog één groet. Een loopster kwam mij tegemoet en stak haar hand op. Een tikkeltje uitbundiger dan alle vorige handen. Mijn hand ging ook een tikkeltje uitbundiger omhoog.

Hoi

Hoi. Ik kreeg een hoi terug van een loper die me tegemoet kwam. We passeerden elkaar op het moment dat ik tijdens een tempoversnelling omhoog liep . Ik ken de loper al jaren. Al zo’n twintig jaar. Nou ja kennen is misschien een te groot woord en is ontmoeten beter op zijn plaats. Onze communicatie blijft beperkt tot elkaar aankijken en hoi. Ik vind het prima dat het hier bij blijft. Het is goed zo. Het is een vorm van vertrouwd. Eigenlijk wist ik al dat hij er was op het moment dat ik langs de balk liep, want zijn trui hing eroverheen. Het strakblauwe van de trui was er wel af en was veranderd in vaalblauw. Het was zo’n trui die hoorde bij de joggingbroeken van de vorige eeuw. Van die katoenen broeken die elke regendruppel opzogen en dan veel te zwaar werden om in te lopen. Gelukkig zat er altijd een koordje in die je zo strak aantrok dat de broek niet afzakte. De broek werd door zijn gewicht echter wel langer met als gevolg dat de zoom van de pijpen over je schoenen hing. Het maakte allemaal niet uit, want dat hoorde bij het buiten hardlopen. De loper had zo’n broek aan.

Ik was bezig met mijn “Training anders” en deed een tempotraining op een duinparcour van ongeveer 750m. Het is een rondje. 400 m snel en na 350 m dribbel ben ik dan weer aan het begin. Deze training, dit rondje , deed ik twintig jaar geleden ook al. Toen deed ik hem af en toe met loopmaatjes en was elke versnelling van 400 m een wedstrijd, met als gevolg dat we na 10 keer voor dood over de balk hingen. Deze keer mocht het rustiger. Het parcours is nog hetzelfde . Dezelfde bochten. Dezelfde boomstronken. De boomwortel na het haakse bocht was ook nog in volle glorie aanwezig. Ik deed beheerst de versnellingen, maar na 8 keer vertelden mijn kuiten dat het genoeg was geweest. Nog even een wat groter rondje uitlopen en klaar.

Dit is een van de trainingen die ik de komende maanden ga doen. Vorige week blogde ik dat de trainingen die ik de komende weken ga doen wat meer snelheid zullen bevatten en niet langer dan een uur duren. Zo zal ik regelmatig 200m’tjes lopen met 200 m dribbelpauze. Lopen met muziek en dan één nummer rustig, één nummer snel enz.. Een duurloop van zo’n 8 -10 km met daarin 4 -6 km pittig. Één van mijn favoriete is 3 km inlopen, 2 km hard en uitlopen 2 km. Natuurlijk ook nog gewoon een duurloop van een uur, maar dan grotendeels in zone 3. Op de bovenstaande trainingen zijn nog vel;e variaties mogelijk. Een andere belangrijke verandering in de trainingen is dat ik de komende maanden maximaal 4 keer in de week train. MIjn lijf zal namelijk door de intensivering van de trainingen meer rust nodig hebben. Ben benieuwd hoe ik dit de komende drie maanden ga vinden.

Tijdens de duintraining had ik nog menig hoi moment. Hoewel ik er al maanden niet meer gelopen had , had ik het gevoel dat ik nooit weg was geweest. Vertrouwd.

Anders

“Waar gaat u nu heen ?” Vroeg de man die ik nu voor de vijfde keer voorbij liep. Hij wandelde samen met zijn vrouw over de Lage Kadijk. Met enige regelmaat maakten zij een praatje met andere wandelaars die ze tegen kwamen. Hoewel de Lage Kadijk maar 400 meter lang is waren zij al ruim 10 minuten bezig om van het begin naar het eind te komen en iedere keer kwam ik voorbij. De ene keer haalde ik ze van achteren in en even later kwam ik ze van voren tegemoet. Toen dus de vraag ” Waar gaat u nu heen?”. Ik antwoordde “Heen en weer”

Ik was bezig met een intervaltraining. Zoals gezegd, de Lage Kadijk is ongeveer 400 m en ongeveer halverwege is een dwarssloot. Ik deed versnellingen van het begin tot aan de dwarssloot en dribbelde dan rustig door naar het einde en datzelfde weer terug totdat ik 10 versnellingen had gehad en terug naar huis. De training is dan in totaal 9 km.

Het laatste kwartaal van 2019 is begonnen en ik ga het anders doen. Geen langzame lange duurlopen meer. Trouwens ook geen langzame korte duurlopen. Eigenlijk wordt het hele woord langzaam voor 3 maanden uit mijn trainingsboek geschrapt. Met uitzondering van in- en uitlopen gaan de trainingen in 80, 90 of meer procent van mijn maximale hartslag. De trainingen zullen ook nooit langer dan een uur duren. Wil ik een zekere afstand lopen dan zal ik dus door moeten lopen 🙂 Dit betekend wel dat ik wat minder trainingen in de week zal doen, omdat ik wat extra hersteltijd nodig zal hebben.

Ik ben hierop gekomen door mijn weekmarathon van een paar weken geleden. Toen liep ik 7 dagen lang 6 km. Behalve de eerste dagen liep ik die in een pittig tempo en dat is mij uitgetekend bevallen. Ik was elke dag actief buiten en omdat het nooit lang duurde was er altijd wel een gaatje om het te doen. Daarnaast had ik het gevoel dat ik door het snellere lopen soepeler werd. Ik voelde mij in ieder geval soepeler. Nog een motivatie is het weer. We komen in een periode waarin wind , regen en kou een rol gaan spelen en dan wil ik best naar buiten om te gaan hardlopen, maar het moet geen (lange) langzame sessie worden. Daar maak ik mijzelf niet blij mee. Volgende week meer over welke trainingen ik ga doen

Op Mijn antwoord “Heen en weer” hoorde ik de man zeggen “Drs P” .

Niet mogelijk ?

“Zachtjes tikt de regen tegen m’n zolderraam” zong Rob de Nijs in de jaren 60. Nou, vanmorgen was het niks zachtjes. De regen kletterde op de balustrade van het balkon en elke druppel explodeerde in vele kleine druppeltjes na aanraking met het metaal. Een kater stond voor het kattenluik. Hij duwde het luikje een stukje open, maar toen zijn snorharen de weerstoestand buiten gewaar werd nam hij rap het besluit om binnen te blijven en zijn plekje op de bank weer op te zoeken.

Het is zondagmorgen. Dat betekend of werken, of hardlopen. Sommigen zullen andere dingen op hun zondagmorgen lijstje hebben staan, maar voor mij zijn dat alternatieven als de eerste twee niet mogelijk zijn. Dat laatste , niet mogelijk zijn, was vanmorgen een punt. De regen viel dus met bakken naar beneden en later op de dag lopen was geen optie. Ga je dan toch lopen? Eigenlijk is regen geen belemmering om te lopen. Ik vind het zelf nooit prettig om al in de regen te vertrekken, behalve als het een beetje miezert. Als ik eenmaal onderweg ben en het gaat dan regenen maakt het me niet meer uit. Dit is dus een persoonlijke voorkeur. De enige reden voor regen als niet mogelijk , is dat als het erbij onweert. Vanmorgen was dat laatste niet het geval dus omkleden en naar buiten.

Ik had een kort loopje op het programma staan. Meestal doe ik op zondag een langere loop, maar ik had afgelopen week al best veel gelopen zodat een kort loopje mij verstandiger leek. Wat ik wel bij mezelf merk is dat als ik in de regen loop ik nooit zin heb om langzaam te lopen. Om de één of andere reden wil ik dan altijd sneller lopen. Misschien omdat ik hèt toch niet zo leuk vind om in de regen te lopen en sneller thuis wil zijn. Je kunt zeggen “ga dan niet lopen”, maar ik weet dat ik mij na het rondje hardlopen altijd beter voel. Verslaving?

Ik begon dus rustig, maar zag op mijn Apple Watch dat ik na 2 kilometer al op een tempo zat van 4:30 min/km. Dit tempo leip ik een paar kilometer door en de laatste 2 km had ik wind in de rug wat ervoor zorgde dat ik naar 4:20 min/km ging. Onderweg zag ik nog een hond die onder een afdakje zat terwijl zijn baasje doorliep onder een paraplu. Was benieuwd wie dit het langste vol zou houden, maar toen ik bij het baasje was zag ik dat deze stopte. Zelf liep ik verder, want het was nog een stukje naar huis en het regende. Een paar honderd meter voor ik thuis was werd het droog en rustig uitlopend legde ik het laatste stukje af.

Gelukkig krijg ik op zaterdag nog de papieren versie van de krant.