Zijweg

Soms heb ik iets in hoofd van dat ga ik doen en als ik dan onderweg ben ontstaat er opeens een zijweg. Niet dat ik dan gelijk afsla, maar soms is zo’n zijweg zo verleidelijk dat ik hem wel moet nemen. Zo ook dinsdag.

Ik had een dag vrij en op zo’n vrije dag vind ik het lekker om s’morgens te gaan hardlopen. Niet gelijk als het licht wordt, maar eerst even uitslapen, een mok thee en de krant doorbladeren. Klinkt best een beetje gek, de krant doorbladeren, als ik die op mijn iPad lees. Ok, de krant door swipen. Na dit ritueel de hardloopschoenen aan. Kledingkeuze maken en op pad gaan. Ik had een training in mijn hoofd van twee km inlopen, vier km snel en twee km uitlopen. Dit is één van mijn favoriete trainingen, maar soms……..

Het was goed hardloopweer. Droog en zo’n tien graden maar wel een pittig windje. Dat laatste vind ik niet erg, want die kun je ook mee hebben. Ongemerkt was ik na een paar honderd meter al sneller gaan lopen en in een comfortabel snel tempo gekomen. Dit is een tempo waarvan je voelt het niet langzaam is maar ook weer niet zo snel dat je loopt te hijgen en wat je best lang vol kunt houden. Vlak voordat ik bij het punt was dat ik aan de vier km snel zou beginnen zag mijn hoofd zo’n verleidelijke zijweg. Ik was vrij , had alle tijd en liep lekker, waarom niet een langere duurloop. Lang hoefde ik er niet over na te denken, wat ook niet kon, en koos voor die duurloop. Een mooi stuk langs de Ringvaart en terug , eindigend met het jaagpad langs het Spaarne.

Tijdens een stukje langs de Ringvaart liep ik samen op met een roeiboot. ( vier met stuurvrouw ) We groeten elkaar. De wind blies in mijn gezicht, want ik had hem tegen. De roeiers gingen ook tegen de wind in, maar hadden de wind in de rug. Ik riep naar hun ” Grappig dat jullie tegen de wind in gaan met de wind in de rug”. Ze keken mij verbaasd aan.

Advertenties

Borstel

De plukken staken alle kanten op. Het was een chaos. Dit was het eerste dat mij opviel toen ik mijn lenzen in had en in de spiegel keek. Ik heb het hier over mijn haar. Ik hoorde de wind gieren. Over een paar minuten zou ik naar buiten gaan voor een duurloopje. Had het zin om een borstel door mijn haar te halen om het in model te brengen wetende dat de wind er in no time weer een chaos van zou creëren. Ik moest denken aan Ronaldo die ik afgelopen week zag spelen. Zijn kapsel is altijd picobello in orde. Zelfs als hij een bal kopt, die nog vaak het doel treft ook, lijkt er geen haartje verschoven. Is je kapsel belangrijk voor je prestatie? Voor alle zekerheid haalde ik er toch maar een borstel door.

Ik had er zin in. De benen voelden goed na een paar dagen hardlooprust. Ik was niet de enige die er zin in had want ik kwam al gauw heel wat lop(st)ers tegen ondanks het onstuimige weer. Heerlijk om de wind door je haar te voelen woelen. De verwachtte chaos was al snel daar. De eerste versnellingen had ik al achter de rug en ik keek uit naar de lage Kadijk. Een smal asfaltpad tussen twee weilanden van zo’n 400 m en gezien de windrichting had ik hem tegen.

400 m. Rechtuit, Het eind in zicht. Start. Daar ging ik. Mijn lichaam gestrekt. Als een snaar gespannen tussen de zwaartekracht en de hemel. De schouders naar beneden en de armen ontspannen , maar niet slap, laten meedansen in de beweging. Mijn buik in en uit voelen gaan door de ademhaling. De heup van het standbeen licht liften zodat de bijbehorende voet als vanzelf van de grond komt en de andere voet met een kort contact onder het lichaamszwaartepunt het asfalt laten raken. Voor ik er erg in had waren de 400 m voorbij.

Ik weet niet of de borstel geholpen heeft , maar ik heb heerlijk en ook best hard gelopen. Nou wil ik komende week nog naar de kapper. Misschien nog even kijken naar het Ronaldo kapsel.

Saai

De lucht is egaal grijs en er valt water uit waar geen kleur in zit. Saai weer dus. Het is zondagmorgen, duurloopmorgen. Ik heb voor vandaag geen spannende training in gedachten. Die spannende trainingen heb ik afgelopen week al gedaan. Vandaag wordt een gewone duurloop. Een beetje saai dat wel. De route die ik ga lopen is niets bijzonders. Ik heb hem al zo vaak gelopen dat ik hem ook zonder mijn lenzen in zou kunnen doen. Nou moet je weten dat ik zonder mijn lenzen pas en boomstronk op het pad zie als ik er al over gestruikeld ben. Saai weer. Saaie route. Eigenlijk is het dus een duurloop van niks.

Als ik begin, begint het ook gelijk harder te regenen. Het is nog opvallend rustig. Op de parkeerplaats stond slechts één auto. Misschien dat het straks nog drukker wordt als de lopers ontwaakt zijn en horen dat de CPC loop vandaag niet doorgaat. Even later als ik op een open stuk ben merk ik dat het begint te waaien. De route die ik loop is een acht en even is daar de verleiding om vlak voor ik aan de tweede lus begin af te slaan en terug te lopen naar het begin, maar ik doe het niet. Ondertussen zingt Morrissey , zanger van the Smiths, ” Will nature make a man of me yet” Op de één of andere manier vond ik The Smiths wel passen bij deze loop met hun melancholische maar ook geestige teksten.

Mijn kleding was ondertussen wel doornat geworden en ik voelde een paar druppels al pogingen ondernemen zich van mijn shirt los te maken om zich dan langs mijn ruggengraat langzaam naar beneden te laten glijden naar mijn bilspleet. Terwijl ik dit gewaar werd zag ik in de verte een hert met vol gewei midden op het pad staan. Werd het dan toch nog spannend. Nee, want toen ik hem naderde liep hij in een soort van verveelde draf van het pad weg en lag er weer een saai lang rechtstuk voor mij.

Eigenlijk liep ik helemaal niet verkeerd. Had een heerlijk rustig tempo. Een rustig ademhaling. Was niet moe. Geen zware benen. Een mooie rustige hartslag. Allemaal top, maar wel een beetje saai. Volgende week maar eens een spannende duurloop doen.

Lang

Na de interval trainingen van de afgelopen week had ik vandaag zin in een duurloop. Een duinloop , die ik meestal op zondag doe, zat er vandaag niet in. Gewoon een loop vanuit huis dus. Een lange duurloop. Wat is lang? Daar had ik dus deze lange duurloop alle tijd voor om over na te denken. Ik weet nog dat ik een beginnersgroep trainde en tijdens de eerste training moesten ze een minuut hardlopen. Één van de deelnemers zei toen “wat is een minuut lang”. Later maakte ik voor een ultraloopster een schema en als daar in een week geen duurloop van langer dan 20 km in zat kreeg ik een mailtje van ” goh helemaal geen lange loop deze week”. Daar liep ik dan en hoe meer ik erover nadacht hoe verwarrender het werd. Ondertussen speelden The Eagles het nummer The Long Run .

Ik wilde niet de hele route over asfalt lopen. Nu hoeft dat ook niet, want er zijn voldoende onverharde paden in de buurt. Als ik deze paden kies moet ik altijd terugdenken aan Jim Fixx die in 1977 The Complete Book of Running schreef. In het boek werd ook aandacht besteed aan de gevaren die op de loer lagen voor de hardloper. Één daarvan was de hond. 99% van de honden die ik tegenkom leveren geen probleem op. Er op vertrouwend dat ik die ene 1% niet zou tegenkomen ging ik de onverharde paden op. Toen ik er zo’n 10 km op had zitten moest ik weer denken aan lang. Een sprinter zou badend in het zweet wakker worden bij de gedachte alleen al dat hij de volgende dag 10 km moest hardlopen, terwijl de ultraloper zich nog een keer rustig omdraait want het is maar 10 km.

Ik had sinds oktober vorig jaar niet langer gelopen dan 15 km en omdat ik vandaag een afstand van zo’n 20 km in gedachten had kan ik in ieder geval zeggen dat ik een langere duurloop ging doen. Het weer was fantastisch en ik liep in een heerlijk tempo. Zo’n tempo waarvan je het gevoel hebt dat je het eeuwig ( lang ) door kan lopen. Dat tempo lag vandaag zo rond de 10 km/uur. Dat weet ik omdat ik een stukje met een loopster mee liep die vertelde dat ze 10 km/uur liep. Verder vertelde ze dat er voor haar in het schema voor vandaag een lange duurloop op het programma stond. 10 km.

Ik vind het altijd lekker om de één na laatste km wat sneller te doen en dan de laatste km rustig uit te lopen. Thuis gekomen zag ik dat ik rond de twee uur gelopen had. Is dat kort, middellang of lang? Ik laat dit graag aan u over.

Snow

50 Words for Snow klinkt het in mijn oor terwijl ik probeer mijn voeten op de maagdelijke stukjes wit te zetten waar nog niemand anders heeft gestaan. Ergens voel ik mij schuldig. Alsof ik iets beschadig. Iets wat nog onberoerd is gebleven. Waarom ik het dan toch doe? Ik weet het niet. Misschien wel even niet volgzaam willen zijn en uit de pas willen lopen. Als ik in de verte kijk zie ik dat ik mijn schuldgevoel los kan laten, want er komt een grote groep hardlopers aan die zeker niet bezig zijn met maagdelijke stukjes sneeuw. Hoewel ik muziek op heb staan hoor ik de groep dichterbij komen. Luid gepraat. Misschien wordt de afgelopen week doorgenomen. Als ze bij mij zijn wordt de muziek totaal overstemd, maar als ze voorbij zijn en de afstand groter wordt komt Kate Bush terug met 50 Words for Snow. Drifting, twisting, whiteout, avalanche…….snow.

Het is zondag, dus duurloopdag. Mijn hart begon vanmorgen te jubelen toen het zag dat er een wit kleed over de omgeving lag. Ik vind het altijd leuk om in de sneeuw te gaan hardlopen. De omgeving is gelijk gebleven , maar ziet er toch anders uit. Het hardlopen vraagt ook de nodige aandacht. Bedacht zijn op gladde stukken. Niet op schuine vlakken lopen. De voeten zoveel mogelijk onder mij plaatsen en na het sneeuw contact zo snel mogelijk weer optrekken en niet naar achteren afzetten. Heerlijk om zo met een andere aandacht door de duinen te lopen.

Nadat de groep mij gepasseerd was sloeg ik rechts af de vlakte op. Dit is een open stuk met wat heuveltjes struikgewas en een enkele boom. Behalve een fotograaf die ik een stuk verder aan de rand van de vlakte bezig zag met het maken van het perfecte plaatje was er niemand te bekennen. Heerlijk om zo alleen over deze vlakte te lopen. Nou ja, alleen? Samen met Kate Bush dan. Ik heb er een lekker tempo in. Als ik halverwege ben zie ik hem staan. Boven op een heuvel. Majestueus. Een hert met een machtig gewei. De koning van de vlakte. Ik ken mijn plaats weer en vervolg het pad.

Op het pad terug richting de ingang kom ik een loopmaatje tegen. We lopen een stukje samen op. Praten wat over de loopplannen en zeggen gedag als onze routes uit elkaar lopen.

Nog ongeveer een kilometer en dan kan ik bij loopmaatjes aan de koffietafel aanschuiven. Ik zet nog even aan. Uit de oortjes klinkt het nummer Wild Man, met vlak voor ik stop “We found footprints in the snow”.

Betonplaten

Er gaan 5 van mijn rustige duurlooptempo passen in één betonplaat. De paslengte hou ik even op 1 meter. Het betonplatenpad is afgerond 5 km. Hoeveel betonplaten liggen er achter elkaar?

Vanmorgen had ik zin om een wat langere duurloop te gaan doen en met langere bedoel ik een 30+ er. Het zou weer een warme dag worden dus nam ik twee halve liter bidons water mee die ik onderweg weer bij kraantjes die ik passeerde kon vullen. Ik begon heerlijk over onverharde duinpaden die grotendeels in de schaduw lagen. Na een paar kilometer zie ik opeens beweging op het zanderige paus voor mij dat in de zon lag. Het was een jonge kikker die zich voortbewoog, nou ja, meer voortsleepte over het pad. Nu moet je uitkijken met ingrijpen in de natuur, maar ik heb de kikker wel even opgepakt en in een groen stukje , ja het was er nog, gras gezet nabij het water.

Bij het verlaten van het duingebied mijn bidons gevuld en over een verhard fietspad door het naastgelegen duingebied naar Zandvoort gelopen. Daar het strand op gegaan om nog lekker zo’n 7 km strand mee te nemen. Het was al flink druk op het strand en het water stond hoog. Het strand was bij vlaggen redelijk mul en zwaar maar dat vind ik dan weer niet zo erg, want dan kan het tijdens de marathon van Köln alleen maar meevallen. ( nou hoef ik daar ook niet door zand te lopen, maat toch ) Al met al had ik er zo’n 20 km opzitten toen ik het strand verliet. Dit ging trouwens niet zomaar want de strandafgang was een heerlijke stijl pad van mul zand waarbij ik met een ritme van 3 passen omhoog, 2 passen terugzakken voorwaarts ging. Nog een klein stukje doorlopen en dan kwam ik op het betonplatenpad.

Het betonplatenpad waar ik het hier over heb is een open onbeschut pad waar de natuur, wind, zon, regen enz. vrij spel heeft en wat bestaat uit twee rijen betonplaten die aaneengesloten over een afstand van zo’n 5 liggen. Terwijl ik hier zo overheen liep moest ik denken aan een artikel wat ik jaren geleden heb gelezen waarin stond dat je naarmate de duurinpanning ( in mijn geval een duurloop ) langer duurde je niet meer helder na kon denken. Als proef lieten ze een aantal duursporters hoofdrekenen die inderdaad naarmate de inspanning duurde het steeds moeilijker kregen. Ik besloot de proef op de som te nemen en proberen uit te rekenen hoeveel betonplaten er achter elkaar lagen. Er gingen 5 van mijn rustige duurlooptempo in één betonplaat. De paslengte hou ik even op 1 meter. Het betonplatenpad is afgerond 5 km. Het ging mij eerlijk gezegd niet makkelijk af , maar kwam wel voordat ik het pad verliet op het aantal van 1000 betonplaten achter elkaar. ( Het staat je vrij om dit na te rekenen en mij op een eventuele fout te wijzen 😀 )

Ik schreef al dat ik uitga van mijn paslengte van 1 meter. Dit betekend tijdens de marathon dus 42195 passen. Nou moet ik bekennen dat ik liever de 42195 passen maak dan op de bank liggen en tot 42195 tellen, maar die keuze laat ik aan u.

§

Wasbord

De herten die in de schaduw van een boom lagen keken nog eens naar mij. Ze maakten een inschatting en besloten dat ik weinig tot geen gevaar opleverde en dat ze konden blijven liggen. Het alternatief was namelijk dat ze in de al vroeg brandende zon terecht kwamen. Branden deed de zon inderdaad al, maar ik had het grootste gedeelte van mijn duurloop erop zitten en keek uit naar het terras waar ik een aantal loopmaatjes zou treffen.

Ik was vanmorgen op pad gegaan voor een wat langere duurloop. Het was alweer een tijdje geleden dat ik dat gedaan had, volgens mij 4 weken, en dus werd het wel weer tijd want het duurt geen drie maanden meer voor ik in Keulen aan de start sta voor de marathon . Het zou warm of misschien beter gezegd heet worden en daarom had ik twee halve liter bidons bij me en had ik een route in mijn hoofd waarbij ik langs wat watertappunten zou komen.

Ik liep heerlijk door de duinen naar Bloemendaal strand. Af en toe een fietser of een loper tegenkomend. Niets spannends aan. Totdat ik een dame tegenkwam, nogal klein van stuk, met een hond, nogal groot van stuk. In een wei met koeien zou hij niet misstaan. Zij had de hond wel aan de lijn, maar ik vroeg mij af wie er van hun twee besliste wat er zou gebeuren. Ik had wat twijfel maar de vrouw gaf te kennen dat ik zonder problemen door kon lopen en dat bleek ook het geval te zijn. Zij was duidelijk de baas.

Bij km 17 was ik op de boulevard aangekomen en een snelle blik op het strand vertelde mij dat het laag water was en ik mooi een aantal kilometers over een goed beloopbaar strand kon doen. Het strand was inderdaad zeer goed te belopen, maar er waren een aantal stukken bij die afgewisseld werden met wasborden. Hiermee bedoel ik zo’n ribbelig strand van hard zand. Het voelt niet lekker om hier over te lopen. Je voet kantelt alle kanten op. Gelukkig waren de stukjes snel voorbij maar kon ik geen stukje wasbord meer zien. Misschien heb ik daarom ook geen buik als een wasbord 😀

Na 7 km nam ik afscheid van het strand en resten nog de laatste kilometers naar de ingang Oase waar ik begonnen was. Na twee liter water, twee stukjes ontbijtkoek en 30 km in de benen sloot ik bij loopmaatjes aan voor de koffie.