Smartphone

Daar stond hij. Strak op zijn zondags gekleed. Aan de rand van een pleintje zodat de kans om gestoord te worden klein was. Het hoofd schuin naar beneden gericht en een lichte glimlach op zijn gezicht. Zijn blik was gericht op zijn smartphone. Af en toe moest hij zijn rechterhand van een beugel halen om een iets aan te tikken om daarna weer naar de beugel te gaan die onderdeel was van een kinderwagen.

Ik moest gelijk denken aan een soortgelijk tafereel dat ik een paar minuten eerder zag. Een vrouw die haar hond uitliet en terwijl het beestje rond haar benen kwispelde, wachtend tot zijn baasje het balletje weer weggooide, was zij verdiept in haar smartphone.

Oeps, nou moet ik natuurlijk uitkijken om niet de man met de vrouw te vergelijken door te zegen dat hij zijn kind uitliet. Het was een moment opname die ik zag en voor hetzelfde geval kreeg hij net een berichtje van zijn partner met een mededeling of een opdracht.

Laat ik eens naar mijzelf kijken. Ik heb tijdens mijn rondje hardlopen ook altijd mijn smartphone bij me. Ik heb een iPhone SE. Nou is het lastig om tijdens het hardlopen iedere keer hier op te kijken, maar ik heb ook een Apple Watch en die trilt als ik bijvoorbeeld een berichtje binnen krijg. De verleiding is dan erg groot om toch even te kijken. Een tijdje terug deed ik dat ook en brak toen bijna mijn nek over een opstaande stoeptegel. Ik heb de trillingen nu uitgezet en zet ze aan als ik bijvoorbeeld een berichtje verwacht, maar de telefoon niet af mag gaan.

Er zijn natuurlijk 100 redenen te bedenken, of die anderen voor ons bedacht hebben, om de smartphone altijd bij je hebben. Zo is het natuurlijk fantastisch dat je er mooie plaatjes mee kunt schieten en je altijd een fototoestel bij je hebt. Hier maak ik dan ook dankbaar gebruik van om een selfie te maken tijdens het hardlopen en die op social media te zetten. Is dat een verslaving of dwangmatigheid? Misschien wel, maar ik vind het leuk om te doen.

Vanmorgen tijdens mijn rondje hardlopen natuurlijk een selfie gemaakt.

4

Zag ik dat goed? Ik moest een tweede keer kijken. Was het niet de tijd van de laatste kilometer? Nee, bij nadere bestudering was het echt de gemiddelde kilometertijd. Ik had hem al een tijd niet gezien en met tijd bedoel ik maanden. Nu moet ik bekennen dat ik er ook niet mee bezig was en misschien juist daarom kwam hij vandaag op mijn schermpje. Ik heb het hier over de 4. Gewoon een getal, maar soms maakt een getal je hart blij. De 4 waar ik het hier over heb is het eerste getal van mijn gemiddelde kilometertijd van mijn hardlooprondje vandaag. 4:55 min / km.

De laatste maanden loop ik gemiddeld 5 keer in de week. Ik trek dan mijn hardloopschoenen aan, loop de deur uit en ga hardlopen. Ben niet bezig met tijd of snelheid. Soms loop ik wat harder, soms wat langer al naar gelang de pet staat. Nou is dit ook weer niet helemaal waar, want ik wissel wel een beetje af in snelheid. Dit om niet stijf te worden en het lichaam een beetje te prikkelen. Meestal gaan de tempowisselingen vanzelf, maar af en toe moet ik ze een beetje sturen. Nu is er sinds een week opeens een verandering in het op deze manier van hardlopen gekomen.

Een collega met wie ik regelmatig en rondje hardloop heeft zich ingeschreven voor de halve marathon van Leiden en opeens voelde ik zin om hier ook aan mee te doen. Met die zin komen er weer tientallen trainings ideeën naar boven en ben ik weer gemotiveerd om structuur in het hardlopen te brengen. Te beginnen met twee tempotrainingen, twee rustige korte duurlopen en een langere duurloop in de week. Ik ga dat doen zoals ik dat in de jaren 80 van de vorige eeuw deed toen ik begon met hardlopen. het tempo voornamelijk op gevoel met af en toe een stopwatch en geen gebruik van hartslagmeter. Over een paar weken ga ik daar wat meer structuur in brengen in de vorm de tempoblokken DL1, DL2 en DL3, maar daarover tegen die tijd meer.

Het klinkt misschien een beetje gek in deze Corona tijd waarin het individualisme de boventoon moet voeren en de meeste vormen van iets gezamenlijks doen een boete oplevert, maar mijn gedachten gaan weer uit naar het lopen van een marathon in het najaar. Geen stadsmarathon, maar iets anders en kleinschalig. Ga binnenkort maar eens de hardloopkalenders bekijken.

Vandaag een stevige duurloop gedaan. Rustig begonnen en het tempo daarna opgevoerd wat de mooie gemiddelde snelheid van 4:55 min / km op mijn Apple Watch schermpje opleverde.

Pontje

Afgelopen maandag was dag 73 van mijn dagelijkse 6,6 km rondje. Ik was rustig begonnen en voelde me goed. De benen voelden krachtig en ik had ongemerkt het tempo al flink opgeschroefd. Er waren weinig wandelaars en fietsers op de weg dus hoefde niet steeds achterom te kijken of er verkeer aankwam omdat ik moest zigzaggen in verband met de anderhalve meter regel die nog steeds bestaat. Achter mij hoorde ik een fietser aankomen. Het was een fiets met een pedaaltik. Zo’n tik die elke pedaalslag terug komt. Het was een mooi ritme die pedaaltik en ik kreeg bijna de neiging om mijn beentempo erop aan te passen. Langzaam kwam de fietser langs mij en bleef naast mij fietsen. Er zat een man op. Hij keek mij aan en vroeg “is dit de weg naar het pontje van Cruquius?”

Het was de eerste dag van de week en ik had geen loopplan in gedachten. Nou heb ik dat bijna nooit. Dat plan ontstaat altijd onderweg . Eerst even voelen hoe het lichaam en geest zijn. Ik heb echter twee voorwaarden. Ik mag maar één keer in de week een vlotte loop doen. Dit in verband met de blessure preventie. De andere is dat het rondje 6,6 km moet zijn en dat is omdat de challenge 100 dagen dagelijks 6,6 km hardlopen is. Toen kwam dus de vraag van de fietser.

Ik keek naar de fietser en zijn fiets. Maakte een inschatting en zei toen ” dit is inderdaad de weg naar het pontje, ik loop even met u mee, want hij is over ongeveer anderhalve km”. Prima zei de man en ik verhoogde mijn tempo nog iets, maar nog wel zo dat ik kon praten. Al pratende vervolgde wij onze weg. De eerlijkheid gebied om te zeggen dat de man meer praatte dan ik, wat mij niet verkeerd uitkwam. Ongemerkt waren we steeds harder gegaan wat ook wel weer een goed teken was, want dat betekende dat mijn lichaam het aankon. Met nog zo’n 200 meter te gaan vertelde ik de man waar het pontje was en dat ik een stukje daarvoor linksaf zou gaan. Hij bedankte mij voor het wijzen van de weg ik hem dat ik mocht meelopen en vlak voor het pontje scheiden onze wegen.

Nadat we afscheid hadden genomen en ik linksaf was gegaan nam ik gelijk het besluit om het tempo iets terug te schroeven naar mijn vlotte tempo, dat door te lopen tot een kilometer voor mijn huis en dan de laatste km lekker uitlopen. Zo is het ook gegaan. Ik had mijn vlotte loop gedaan en heb de rest van de week rustiger aan gedaan.

Op het moment dat ik dit nu schrijf heb ik dag 79 erop zitten. Het gaat goed. Geen blessures en ik heb er elke dag zin in. Morgen alweer dag 80.

Hieronder de getallen van de vlotte loop.

100

Drie weken geleden schreef ik een blog met de titel 200, vandaag één met de titel 100. Toen ging het over passen tellen. Deze keer heeft het het niets met passen tellen te maken, maar met aftellen. Vorige week schreef ik nog dat ik door zou gaan met mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje zolang ik me er goed bij voelde , blessurevrij bleef en er plezier in had. Alle drie zijn nog steeds van toepassing, maar soms veranderen dingen in je leven die je anders doen besluiten. Daarnaast loopt mijn hoofd over van andere hardloop ideeën die ik ook de ruimte wil gaan geven. Daarom heb ik deze week besloten om door te gaan tot en met dag 100. Ik zit nu op dag 72 dus het aftellen kan beginnen. Zondag 19 juli zal zal ik mijn laatste dagelijkse 6,6 km hardlooprondje doen. Het lijkt mij leuk om daar iets bijzonders mee te doen, maar daar blog ik later nog over

Vanmorgen was het lekker weer voor het hardlooprondje. Nog niet te warm en een licht briesje. Ik had een heel rustig loopje in gedachten. Gisteren ging het wat sneller en moest toen ook een extra versnelling doen om iemand op anderhalve meter te passeren. Van de andere kant van de weg kwam namelijk een groep wandelaars achter elkaar aangelopen en voor dat die bij de wandelaar waren die voor mij liep wilde ik die persoon voorbij zijn. Echter ik voelde tijdens die versnelling iets in mijn kuit. Kon nog wel net de wandelaar op tijd passeren, maar besloot gelijk op de rem te trappen en rustig het rondje af te maken. Daarna zonder probleem het rondje afgemaakt. Thuis gekomen gelijk na het douchen mijn kuiten licht gemasseerd en daarna ook geen last meer van gehad.

Het blijft balanceren op de grens van belasting en belastbaarheid van mijn lichaam. Ik heb geen zin om die grens bewust op te zoeken en probeer daar van nu af aan verder vandaan te blijven. Dit betekend dat ik nog één vlotte loop in de week mag doen en de rest rustig tot heel rustig. Vanmorgen dus een heel rustig rondje gedaan. De kuit voelt weer goed, net als de rest van het lichaam. Nog 28 dagen te gaan.

Ook de weegschaal moet aan de goede kant van de grens blijven.

Het vervolg

Het was vanmorgen heerlijk weer voor mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Alweer dag 65. Het gaat snel als je er plezier in hebt. Ik liep langs het Spaarne en was niet de enige. Een hoop loopmaatjes hadden hetzelfde idee. Een goedemorgen hier, een goedemorgen daar. Het was best gezellig. Ook op het water was het al gezellig druk. Roeiers, plezierbootjes en stand up peddelaars. Niemand leek haast te hebben. Ik ook niet. Vandaag had ik een rustig loopje in gedachten. Morgen is dag 66. Menigeen is in de veronderstelling dat ik dan stop met mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Zelf heb ik dat nooit gezegd, maar wel dat dag 66 een moment is om te kijken wat verder te doen. 100 meter voor de brug hoor ik het signaal dat de brug omhoog gaat. De bomen gaan dicht. Ik moet even wachten. Een mooi moment om na te denken.

Ik ben bij toeval hieraan begonnen. Ik liep al drie dagen deze afstand, die ik relateerde aan de Route 66 in Amerika, toen de gedachte in mij opkwam om dit dagelijks te gaan doen. Hoe lang hield ik open. 10 dagen, 50 dagen, 66 dagen? Het belangrijkste was dat ik er plezier in had, mij goed voelde en blessurevrij bleef. Alle drie zijn nog steeds in positieve zin aanwezig. Ik beleef veel plezier aan mijn rondje en kijk er elke dag naar uit. Ik werk elke dag binnen en zie weinig daglicht. Als ik dan thuis kom is het heerlijk om naar buiten te gaan en iets fysieks te doen. Dit rondje voelt dan heerlijk. Niet te lang, niet te kort. Als ik het vlot loop doe ik er 30 min over en als ik het heel rustig doe 45 min. Daarna voel ik mij altijd goed en heb weer energie voor andere dingen., De blessures blijven ook uit. Rekken, masseren en afwisseling in tempo blijken wonderen te doen. Daarnaast helpt het denk ik ook dat ik nooit maximaal ga, maar altijd nog wat reserve overhoud.

Na een paar minuten gaat de brug naar beneden. De bomen omhoog en ik ben uitgedacht. Ik ga verder. Niet alleen met dit zondagmorgen loopje, maar ook met mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Regelmatig zal ik aan de hand van de hierboven genoemde drie criteria evalueren, maar zolang de aan de goede kant zitten ga ik door.

Als ik de brug over ga, komt van de andere kant ook een loper. We herkennen elkaar. Hij vraagt “nummer 60?” Ik antwoord “nummer 65”. We lachen en vervolgen allebei onze weg.

200

Ik zag nog twee wandelaars voor me en van de andere kant kwamen een paar fietsers. Dit was nog niet het goede moment. De weg was vrij smal en dan zou je net zien dat op het moment dat ik wel ging alles samenkwam en er een vette streep door de anderhalve meter werd gehaald. Nog even wachten dus. Geen probleem. Ik dribbelde rustig door, bleef op deze manier achter de wandelaars , en wachtte tot de fietsers voorbij waren. Het was een groepje wielrenners dus het moment was al gauw daar. Een korte groet, ik ging aan de andere kant van de weg lopen en de eerste versnelling kon beginnen.

Ik ben nog steeds bezig met mijn dagelijkse 6,6 km en vandaag was dag 52. Vandaag had ik hierin een paar versnellingen van 200 gepland. 200 wat? 200 passen! Ik liep niet langs een weg waar 200 metertjes uitgezet waren of 100 meter paaltjes stonden. Het maakt me eigenlijk ook helemaal niets uit of het nu 180 of 220 meter is, want een tijd neem ik toch niet op. Daarom had ik het volgende bedacht, ik doe een versnelling van 200 passen. Om het praktisch te houden tel ik de passen van één voet. Dus 100 en mocht ik de tel kwijtraken dan pak ik het gewoon weer op bij het aantal dat ik dacht dat ik was.

Toen de wielrenners voorbij waren begon ik dus aan mijn eerste versnelling. Die versnelling moet je niet zien als een sprint, maar een lekker vlot tempo op gevoel, waarbij ik altijd nog wat sneller zou kunnen als het moest. De eerste 200 gingen voorspoedig. Geen medeweggebruikers waar ik op moest letten. Er was wel een wandelaar, maar die zag mij aan komen vliegen en besloot wijselijk om rap de andere kant van de weg te nemen. Toen ik hem passeerde knikte ik hem dankbaar toe en een paar passen later zat mijn eerste 200 erop. Tempo minderen en rustig verder.

De pauze die ik tussen de 200 neem is natte vinger werk. Ik ga dan geen passen tellen, maar kijk vooruit en kies dan een punt in de verte waar ik de volgende 200 doe. Dat punt kan van alles zijn, een boom, een huis, een uithangbord of een groepje overstekende zwanen, zoals vanmorgen.

Als laatste is dan nog het aantal keren 200. Toen ik vroeger op de baan liep was de standaard 15 keer, waarbij af en toe werd afgeweken van dat aantal. Nu ben ik niet meer met dat aantal bezig. Ik hoef niet persé 12, 15 of 20 keer. Het gaat mij erom dat ik mijn lichaam een paar keer een prikkel geef. Mijn lichaam vaart daar wel bij, maar ook mijn geest, want het is gewoon lekker om te doen. Vanmorgen deed ik er 8.

Ik ben nu ruim 7 weken bezig en heb er nog steeds plezier in. Sterker nog, ik kijk er naar uit als ik de hele dag voor mijn werk binnen ben geweest. Vanmorgen dus een heerlijke 200 training gedaan. Morgen weer een hééél rustig loopje. Wel 6,6 km.

Pas op de plaats

De zon scheen strak op het pad voor mij en de wind achter mij. Rechts van mij zag ik haar uit de berm komen, maar ze was niet alleen. Een heel gezin kwam achter haar aan. Het leek wel of ze even naar links en rechts keek alvorens ze overstak. Het was een smalle weg, waarop twee auto’s elkaar nauwelijks kunnen passeren en waar alleen wat bestemmingsverkeer komt, maar toch, oppassen. Het gezin bestond uit een moedereend en vijf kuikens. Erg klein waren die niet meer, maar nog net niet groot genoeg om alleen de wereld in te gaan. Netjes achter elkaar lopend staken ze de weg over en verdwenen in het hoge bermgras, waarachter een sloot was. Ik maakte even een pas op de plaats om naar deze overgang te kijken en niet te verstoren. Een fietser die van de andere kant kwam deed hetzelfde.

Een pas op de plaats maken. Zo kan ik de afgelopen week het beste betitelen. Ik heb er nu ruim 5 weken opzitten waarin ik dagelijks een rondje van 6,6 km ga hardlopen . In de eerste 4 weken heb ik wekelijks wat met het tempo gespeeld waarbij ik twee keer per week een vlotte loop mocht doen. Vorige week meende ik even mijn kuit gevoeld te hebben en daarom besloot ik deze week alleen maar rustig aan te lopen. Voor mij is rustig aan een tempo van 10 km/uur. Voor de liefhebbers is het misschien leuk om te weten dat mijn hartslag dan zo’n 120 – 125 slagen per minuut is. Aan de afstand en de frequentie (elke dag) kan ik niets veranderen, want dan is mijn Route 6,6 afgelopen. Zo ben ik het ondertussen gaan noemen, Route 6,6.

De pas op de plaats van afgelopen week is mij goed bevallen. Wel dagelijks mijn. 6,6 km, maar nergens last van. Het lekkere van dit voor mij rustige tempo is dat ik helemaal niet moe wordt. De meeste dingen blijven echter nooit heel lang lekker en zo ook dit niet. Het verlangen naar een portie zweet en hijgen begint op te komen en komende week ga ik dan ook weer beginnen met tempowisselingen. Wel mijn fysieke gestel in de gaten blijven houden, want op het moment dat dat uitvalt is het einde Route 6,6

Nadat het eendengezin was gepasseerd ben ik rustig verder gelopen. Tijdens een rustige loop heb je wel mee tijd om rond te kijken. Zo zag ik. bij de boerderij waar ik langs kom kalfjes en lammetjes. Een aandachtspunt tijdens zo’n pas op de plaats tempo is de looptechniek. Uitkijken dat het rustig tempo geen sloffen wordt, want dat verhoogd alleen maar de kans op een blessure. Netjes blijven lopen dus. Op de terugweg zag ik het eendengezin dobberen in de zon als waren het koeien die in de wei die liggen te herkauwen. Een kleine kilometer later was ik weer thuis en kon ik terugkijken op een lekker pas op de plaats loopje.

Op de Route 66 in Noord Amerika ben ik ondertussen bij het plaatsje Lincoln aangekomen.

30 dagen

Vandaag met mijn 6,6 km hardlooprondje de drie kruisjes ( XXX ) volgemaakt. Het is eigenlijk best wel snel gegaan. Het begon met niets en na drie dagen begon het met een iets. Het werd een idee. Na een week besloot ik ermee door te gaan en nu ben ik dus al 30 dagen bezig. In het begin steeds hetzelfde rondje, maar afgelopen week dus met een ander rondje begonnen ( zie vorige blog ). Dat nieuwe rondje was natuurlijk wel 6,6 km. Ondertussen zijn er meerdere rondjes en 6,6 km ideeën in mijn hoofd gekomen en ik kijk er naar uit om die uit te gaan werken

Vanmorgen dus nummer 30. Het was heerlijk weer en om te voorkomen dat ik in een soort van zondagsdrukte zou belanden wat tot veel anderhalve meter zigzag manoeuvres zou leiden, besloot ik om wat vroeger te vertrekken. Ik bleek niet de enige te zijn die dit dacht, aardig wat andere loopmaatjes hadden ditzelfde idee. We worden handig in de anderhalve meter manoeuvre, want een blik is vaak al voldoende om een signaal te geven aan welke kant van de weg jij gaat lopen. Er was wel een hond die het nog niet helemaal begrepen had en vrolijk knuffelend tegen mij opsprong. Gelukkig had de bazin wel het anderhalve meter nieuws gevolgd en greep snel in. Na een korte groet en een sorry van de bazin vervolgenden we allen onze weg.

Voor vandaag stond er een vlotte 6,6 km op het programma. Mijn benen hadden er helemaal zin in. Omdat dit mijn tweede vlotte loop was deze week besloot ik wel iets terughoudend te beginnen en dan als het lekker ging na twee km het tempo iets op te voeren. Nou het ging lekker. ( Het gevalletje hond was na ruim een km ). Het tempo opgevoerd en zag zowaar een 4:20 min/km op mijn applewatch. Dit was wel mijn snelheidsgrens. Ik wist uit het verleden dat bij een hogere snelheid mijn kuiten wel eens dwars konden liggen en besloot het tempo een fractie terug schroeven. Toen ik met na 4 km op het klokje keek zag ik dat een tijd onder de dertig minuten in het verschiet lag als ik het tempo weer iets opschroefde. Een paar jaar geleden zou ik dat gedaan hebben, maar wijsheid komt met de jaren dus ik nam het risico op een blessure niet en bleef in hetzelfde tempo doorgaan. Heel tevreden met een tijd van 30:14 min ging ik op het balkon zitten om deze blog te schrijven. Op naar het vierde kruisje.

Ik heb ondertussen bijna 200 km afgelegd en dat betekend dat op op de Route 66 in de straten van Bloomington ben aangekomen.

Hieronder een staafdiagram van de trainingstijden van afgelopen de afgelopen week.

Rechtsaf

In mijn hoofd wist ik het wel, maar mijn lijf had er nog geen benul van. Ik liep nu 23 dagen mijn 6,6 hardlooprondje en dat was iedere keer hetzelfde rondje. Dit betekend na 300m linksaf. Afgelopen maandag ging ik het anders doen. Ik begon op de gebruikelijke manier. Heel rustig, in een tempo waar een schildpad zijn neus voor op zou halen, vertrok ik. Na 150m zag ik de T-splitsing waar ik altijd linksaf ging. Toen ik deze T-splitsing naderde zag ik van rechts verschillende lop(st)ers komen die allemaal links uit beeld verdwenen. Vlak voor de T-splitsing realiseerde mijn lijf dat het vandaag wel eens anders kon gaan, want ik liep aan de “verkeerde” kant van de weg. Ik ging rechtsaf.

Ik had er bewust voor gekozen om de eerste periode steeds hetzelfde rondje te doen . Eerst moest ik in een ritme komen van elke dag 6,6 km hardlopen. Ik zou vaak op andere tijden moeten lopen en met het oog op de anderhalve meter regel van nu wilde ik wel een route lopen die anderhalvemeterproof was. Als laatste was het makkelijk dat ik dit loopje vanuit huis kon doen en niet eerst ergens heen moest gaan. Ik hoefde alleen nog maar te lopen en met die andere aspecten hoefde ik mij na de eerst paar keer niet meer bezig te houden.

Afgelopen maandag voelde ik opeens de behoefte om een andere route te gaan lopen. Wel vanuit huis en wel 6,6 km, maar anders. Ik had al iets in mijn hoofd en met behulp van Afsatandmeten.nl maakte ik een route van ongeveer 6,6 km. Aan het eind kon ik altijd wel iets improviseren om hem sluitend te maken. Zo sloeg ik dus bij de T-splitsing rechtsaf. Liep ook nu langs het Spaarne , maar de andere kant op. Na ruim twee kilometer was daar het eerste “probleem” . Ik had een lusje in een woonwijk bedacht, maar toen ik z’on 200m die wijk in was werd de weg afgesloten door een hek in verband met Corona. Er zat niets anders op dan terug lopen. Dit deed mij denken aan menig heen en weertjes die ik tegengekomen was tijdens marathons om de afstand precies goed te maken. Een kleine kilometer verder was daar het tweede “probleempje”. Een verhuiswagen blokkeerde een ander lusje dat ik in gedachten had. Er zat weinig anders op dan dit lusje over te slaan. Ik besloot om zoveel als mogelijk de route verder te lopen en zonodig een aanpassing te doen als ik bijna thuis was. Wat bleek, laten de twee blokkades er nou toe leiden dat ik een route loop van precies 6,6 km. Zo zie je maar, maak je niet druk bij blokkades, maar vervolg je weg waar kan.

Ik heb nu twee routes van 6,6 km en het is de bedoeling dat er meer gaan komen. Die hoeven niet vanuit huis, maar kunnen ook op een andere lokatie beginnen. De hardloopafstand blijft wel 6,6 km. Weet jij een leuke 6,6 km dan hoor ik dat graag en misschien kunnen we hem als de Coronaregels versoepelen hem samen lopen.

Blessurepreventie

Met een zwaai landde mijn hiel op de hoek van de tafel. Het was geen soepele zwaai van een danser, maar ook geen zwaai van een houten Pinokkio been. Het was gewoon een degelijke zwaai. Ik zocht even mijn balans en boog toen naar voren met mijn handen richting mijn tenen. Niet dat ze die haalden, maar ik kwam toch al een heel eind vond ik. Het doel was het rekken van de hamstrings. Daarvoor had ik de kuiten en de quadriceps (bovenbeenspieren voorkant) gerekt, Hierna zouden nog een paar spieren aan de beurt komen en na ongeveer een kwartier was ik klaar,

Sinds ik met mijn dagelijkse 6,6 km rondje hardlopen ben begonnen heb ik van dit rekritueel een dagelijks terugkerende activiteit gemaakt. Om heel eerlijk te zeggen was ik nooit zo van het rekken. Af en toe en keertje als ik er zin in had, maar geen vast iets. Nu ik elke dag loop ben ik toch wat meer over blessurepreventie gaan nadenken. Rekken zou daarbij kunnen helpen. Zeker weten doe ik het nooit, want ik kom nooit te weten hoe het gegaan zou zijn als ik niet zou rekken. Ik merk wel dat ik nu na drie weken rekken soepeler wordt. Een tweede voordeel van het kwartier rekken is dat ik een kwartier voor mijzelf neem en in dat kwartier ook bewust met mijn ademhaling bezig ben. Ik ga dus niet tijdens dat kwartier Netflixen.

Zo ben ik dus naast het lopen in verschillende tempo’s (zie blog vorige week) met blessurepreventie bezig en dit is niet alles. Een paar keer per week masseer ik ook mijn benen. In dit Coronatijdperk is het niet mogelijk naar een masseur te gaan, maar met mijn opleidingen sportmassage en massagetherapie kom ik een heel eind met zelfmassage. Er zijn nog meer mogelijkheden om aan blessurepreventie te doen, zoals voeding, maar daarover in en later blog meer.

Vandaag mocht ik een vlotte 6,6 km doen. Ik had afgelopen week pas één vlotte loop gedaan dus het kon. Als warming up had ik thuis al wat losmakende oefeningen gedaan en was ik met de trap naar 1 naar 5 hoog gewandeld. ( wel met de lift naar beneden ). Het was heerlijk weer en begon met een eerste kilometer van 5 min/km. Daarna kon het tempo omhoog en kwam ik zo rond de 4:30 min/km tempo. Een beetje zigzaggen onderweg vanwege de anderhalve meter en net binnen de 30 minuten weer terug ( 29:56 min) Helemaal tevreden en nergens last van. Nou ja, een beetje moe dan.

Ondertussen ben ik op dag 23 aangekomen. Dit betekend dat ik er 152 km op heb zitten. Op de Route 66 ben ik net het plaatsje Pontiac gepasseerd.

Hieronder het staafdiagram van mijn looptijden afgelopen week.