Zondagsloop

Het is donker. Het regent. Het waait. Het is zondagmorgen. Tijd om mij klaar te maken voor de zondagsloop. Het is niet altijd een zondagsloop geweest. In het begin was het een zaterdagsloop. Ik heb het hier over 1987. Elke zaterdagmorgen gingen we naar de Amsterdamse Waterleiding Duinen (AWD) om te gaan hardlopen. Na een aantal jaren is dit verplaatst naar de zondagmorgen. De reden waarom weet ik niet meer. Sindsdien is het een zondagsloop gebleven. Zo ook vandaag. Gisteravond was er nog app verkeer over wie er ging, hoe laat enz. Het werd 09:00 uur.

Het was half negen en ik stapte op mijn fiets. Ik zou het in 20 minuten kunnen fietsen, maar omdat ik gezien had dat ik een stevige wind tegen had gecombineerd met regen nam ik wat ruimer de tijd. Bij aankomst waren zich al vier loopmaatjes aan het omkleden. Vier dames. Waar zijn de heren vraagt u zich misschien af. Ik ook, Terugdenkend aan het app verkeer van gisteravond waren er ook geen appjes voorbij gekomen van de heren. ( misschien dat die na dit blogje nog komen )

Afijn , op stap met vier dames. Ze wilden graag rondje van zo’n 10 km lopen. Ik wist er wel één. Het was trouwens ondertussen droog geworden. Één van de dames sprak haar zorgen uit over het te lopen tempo, want langzaam was het motto en ze was bang dat het te snel zou gaan. Ik sprak uit dat het aan mij niet zou liggen en zo vertrokken we. U begrijpt het misschien al. Na 200 m moest ik mijn eerste tempoversnelling inzetten om ze bij te houden.

De afgelopen week had ik niet hard gelopen. De week ervoor had ik de griep gehad en ik wilde mijn lichaam daarna , naast mijn werk, niet extra belasten. Aan de andere kant wilde ook wel naar buiten en had een mooi compromis bedacht, ik ging wandelen. Zo heb ik dagelijks een wandeling gemaakt van het station naar bestemming. Meestal was dat een uur wandelen naar huis, maar ook een keer naar van A’dam centraal naar de Melkweg om naar een concert van The Stranglers te gaan. Zo was ik toch elke dag een uurtje buiten en in beweging.

Ondertussen liep ik met de dames door de duinen. We hadden een lekker tempo gevonden, waarbij de dame die zich zorgde maakte over het tempo voorop liep. Het toeval wilde , nou ja toeval, dat we het tweede gedeelte een stuk open gebied hadden met de wind vol op de kop. De beloning lag dan wel in de laatste drie km met de wind in de rug. Nog een flink buitje en de meetapparatuur kon gestopt worden. 10,5 km. Een high five en daarna aan de koffie. Het was weer gezellig.

Ik heb lekker gelopen. Voelde mij na afloop niet vermoeid. De herstelperiode is voorbij. Komende week weer fijn een paar rondjes hardlopen.

Hoe ver ?

this is the longest certified footrace in the world” lees ik op de website die ik bezoek nadat ik dit filmpje ben tegengekomen op you tube. Ik heb het hier over de Self-Transcendence 3100 Mile Race. Een hardloopwedstrijd over 3100 mijl (bijna 5000 km) in New York. Er is ook een tijdslimiet. Je mag er 52 dagen over doen, waarbij je dagelijks tussen 06:00 en 24:00 uur loopt. Een rekensom verteld je dan dat je gemiddeld 96 km per dag moet lopen. 52 dagen achter elkaar. Dit jaar kwam de eerste na 48 dagen over de finishlijn.

Vanmorgen een sukkeldraf loopje gedaan in de duinen. Het was heerlijk weer, maar omdat ik in een laag tempo liep had ik toch wat meer lagen kleding aangetrokken. Waar heb ik het over als ik over een laag tempo praat? Hiermee bedoel ik een tempo dat hoort bij een hartfrequentie (HF) van rond de 70% van mijn maximale HF. In mijn geval betekend dat een HF van rond de 116 / min. Na afloop zie ik dan wel welke snelheid daar bij hoorde op dat moment. Ik heb gemerkt dat hier best nog wat variatie in kan zitten, bijv door het tijdstip van de dag, of ik een drukke dag heb gehad enz. Vandaag hoorde hier een snelheid blij van 9,2 km/uur.

Een sukkeldraf biedt je de mogelijkheid om eens rustig rond te kijken. Dit is mooi meegenomen als je , zoals ik vanmorgen in de duinen liep. Zo had ik tijd om een roofvogel die over kwam vliegen wat langer te bekijken. Je kunt natuurlijk zeggen “je kunt toch ook even stoppen” , maar om de één of andere reden doe je dat niet als je met een tempoloop bezig bent. Daarnaast kun je als je met loopmaatjes loopt makkelijker een gesprek aangaan zonder dat hijgend te moeten onderbreken. Er zit echter ook een valkuil in de sukkeldraf, namelijk dat je gaat sloffen wat blessures kan opleveren. Je moet alert blijven op je loophouding en techniek.

Nu is mijn vraag; “Hoever kan ik in een sukkeldraf lopen?”. Vanmorgen heb ik 13 km gelopen. Ik was niet moe en niet bezweet. Mijn gemiddelde HF was 115 . Stel dat ik wat eten en drinken meeneem, of geld om onderweg wat te kopen, waar ligt dan mijn grens. Dit is een mooi iets om de komende maanden uit te zoeken. Door de weeks tempo trainingen en in het weekend de sukkeldraf.

Ik kon het niet laten en heb een boek gekocht over de Self-Transcendence 3100 Mile Race. Over twee jaar ben ik 60, misschien……….. . Dromen.

Sukkeltje

Gistermorgen keek ik naar buiten en zag ik de bladeren door regen en wind van de takken gerukt worden. Herfstbruin en zeiknat vielen ze op de grond. De lucht was grijsgrauw en geen vogel die er zin in had om zijn vleugels uit te slaan. Waar ze waren weet ik niet, maar in ieder geval niet in de lucht. Ook van de zwerfkatten was geen spoor te bekennen. Zo stond ik gistermorgen voor het raam. Zaterdagochtend en de hardloopkleding schuin achter mij aan het rek, klaar om aangetrokken te worden. Na een paar minuten, eigenlijk al na een paar seconden, besloot ik om de kleding daar te laten en mijn bed weer in te duiken. Geen zaterdagmorgen hardlopen.

Hoe anders was het vanmorgen. Een strakblauwe lucht, wat vogels in de lucht en de bladeren die nog aan de boom hingen werd nog enige tijd gegeven. Windstil. Gretig pakte ik mijn loopkleding van het rek, mijn asics aan, de Apple Watch om en klaar was ik voor vertrek. Ik ging een 50 minuten sukkeldraf doen.

Afgelopen dinsdag las ik in de Volkskrant een artikel met de kop “Slome zondagsloper is net zo gezond als fanatieke hardloper”. (Artikel ) Daarin wordt gezegd dat je met een sukkeldrafje van 50 min het leven aantoonbaar kunt verlengen . Nou is dit artikel ook gepubliceerd in het British Medical Journal. Dus…….. . Die gezondheidswinst begint al bij 50 minuten per week. Intensief sporten lijkt een tegengesteld effect te hebben. Gezondheidsverlies. Ik sport nu zo’n 35 jaar vrij intensief. Is mijn levenseinde dan nabij, ben ik misschien die ene uitzondering of moet de studie nog eens nader bekeken worden.

Na aanleiding van het artikel vanmorgen maar eens zo’n sukkeldraf training in de praktijk gebracht. De eerste kilometer was geen probleem, want die gaat altijd in sukkeldraf. Daarna begint het. De afgelopen weken heb ik veel snelheidstrainingen gedaan en merk ik dat de snelheid in de benen zit. Dus flink op de rem trappen vanmorgen. Na een paar kilometer had ik mijn sukkeldraftempo gevonden. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik het ook wel prettig vond. Mijn benen hadden flink moeten werken de afgelopen tijd en na de rustdag van gister waren ze ook blij met het tempo van vandaag. Zo maakte ik de 50 minuten vol. Ben trouwens wel benieuwd hoe ze aan de 50 gekomen zijn. Zou je met 40 of 60 minuten dan minder gezondheidswinst boeken? Vandaag heb ik braaf een sukkeldraf van 50 minuten gedaan. Mijn eerste sukkeltje.

Tja, wat nu. Als ik volgende week zondag weer dit sukkeltje ga doen mag ik dus deze week , voor mijn maximale gezondheidswinst, niet meer lopen. In 2025 kijken we vast terug op deze studie en zeggen we : ” Met de kennis van nu……. ” . Morgenmiddag ben ik wat vroeger thuis en ga ik lekker mijn 200’tjes doen.

Weekmarathon september 2019

Het is dag twee van mijn Weekmarathon . Ik zit in een lekker tempo en loop over het Manpad langs het Spaarne. Nog een kleine twee kilometer en dan zit mijn dagetappe erop. Opeens hoor ik een flink geritsel in het struikgewas achter mij. In een reflex kijk ik over mijn schouder. In een halve seconde zie ik dat er niets bijzonders is. In de andere halve seconde voel ik mijn hele lichaam naar de grond gaan. Ik lig languit op het verharde pad. Even blijven liggen om na te gaan wat er gebeurd is. Achter mij zie ik een paar boomwortels die het asfalt omhoog gestuwd hebben. Daar moet ik over gestruikeld zijn terwijl ik omkeek. Ik loop mijn lichaam langs of ik niets gebroken heb. Het lijkt allemaal mee te vallen. Wat schaafwonden op mijn hand. Het enige wat mij zorgen baart is de bonkende plek boven mijn rechteroog . Ik ben niet duizelig, weet waar ik ben en weet welke dag het is. Ik voel alleen wat over mijn gezicht stromen en een handveeg maakt algauw duidelijk dat het bloed is. Als ik opsta wordt ik niet duizelig. Een goed teken. Wandelen gaat ook goed en ik pak het hardlooptempo weer op, mijn rondje uitlopend naar huis. Met een washandje, dat ik bij me heb, veeg ik het bloed uit mijn gezicht. Thuis voorzichtig in de spiegel gekeken. Je weet niet wat je kan verwachten. Het valt mee, maar zal de komende dagen wel met een blauw oog lopen.

Afgelopen week heb ik dus mijn tweede weekmarathon gedaan en heb via social media lop(st)ers uitgenodigd om mee te doen. Hoeveel er meegedaan hebben weet ik niet, maar ik kreeg / zag regelmatig berichten van lop(st)ers die meededen.

Ik heb deze weekmarathon gelopen alsof ik een “gewone” marathon deed. Dat betekend rustig beginnen. De eerste kilometers zijn meestal de langzaamste kilometers. Zo ook nu. Na de valpartij op dag 2 was het even onduidelijk hoe het verder zou gaan, maar deze heeft geen roet in het eten gegooid. Wel ben ik vanaf dag 3 het rondje andersom gaan lopen en had nu het Manpad in het begin. Dag 3 en 4 gingen zonder problemen. Steeds een beetje sneller. Dag 5 probeerde een klein keffertje nog roet in het een te gooien door aan mijn rechterkuit te gaan hangen, maar dit liep goed af. Leuk was het om dagelijks op social media de berichten te lezen van de lop(st)ers die meededen. Vaak met een foto erbij. Sommigen hadden een alternatief bedacht. Zo liep een loopster vandaag een 5 km wedstrijd en dus had ze een andere dag 7 km gelopen. Een andere was vorige week zondag begonnen en gisteren geëindigd. Helemaal goed. Ook kreeg ik een bericht van iemand die door het idee van de weekmarathon weer begonnen is met hardlopen. Had een nieuwe uitdaging nodig.

Vanmorgen dus de laatste etappe. Ik had er zin in en wilde kijken of ik er mijn snelste van kon maken. Geen geritsel in struiken, geen keffertjes, goed loopweer en een goede nachtrust maakten dat dit ging lukken. De laatste, de snelste.

Ik hoop dat een ieder die deze weekmarathon gedaan heeft er net zoveel plezier aan beleefd heeft als ik.

De volgende weekmarathon die ik doe is in januari 2020.

Volgen

Bij de volgende kruising gaan we rechtsaf. Bij de T-splitsing gaan we linksaf. Over 1 km is een kraantje om water te tappen. Dit waren zo’n beetje de opdrachten die ik aan de dames gaf en die ze ook zonder morren uitvoerden. Dat had ik vroeger toen ik training gaf wel eens anders meegemaakt, maar deze dames hadden een missie. De marathon van Amsterdam 2019.

Om 08:00 uur verzamelden we bij één van de ingangen van de Amsterdamse Waterleiding Duinen, ingang Oase. Ik had al een paar keer met hun meegelopen en dat was schijnbaar zo goed bevallen dat ze mij gevraagd hadden ook deze zondag mee te lopen. Er stond een duurloop van 28 km op het programma. Zaterdag had ik op afstandsmeten.nl een route uitgezet. Dat was nog niet zo makkelijk als het klinkt , want twee van de drie dames hadden wel eens deze afstand gelopen, maar dat was jaren geleden en voor één was dit een grensverleggende afstand. Je wilt ze dan ook geen loodzwaar parcours laten lopen. Nou zijn in de duinen heuveltjes onvermijdelijk , maar je hoeft ze ook niet op te zoeken. Vroeger zei je als trainer gewoon na afloop “Dit was 28 km” , maar tegenwoordig krijg je dan allerlei meet apparatuur onder je neus gedrukt die precies vertellen hoever er gelopen is en laat dat in dit geval niet 27,8 km zijn , want dan heb je de dames op je nek. Ga je voor safe, dan zorg je ervoor daar je 28,2 km loopt. Dan prijzen ze je de hemel in.

Zo gingen we op pad. De dames kennende wilde ik een tempo lopen van rond de 6:40-6:50 min/km. We zouden er dan ruim 3 uur over doen. De weersomstandigheden waren ideaal en gezellig pratend liepen we de kilometers weg. De eerste paar km liepen er nog twee andere loopmaatjes mee, maar die sloegen na een paar kilometer af voor een kortere route. Bij de krantjes werd even gestopt en als ik dan na twee minuten zei “we gaan weer verder” deden ze dat. Weer zonder morren. Zelf had ik 3 gelletjes bij me met de bedoeling na elke 7 km er één te nemen en elke uur wilde ik een 500 ml bidon water opdrinken . In een latere blog kom ik hier op terug.

Het ging heel voorspoedig. Een mooi constant tempo en de heuveltjes die erin zaten werden moeiteloos genomen. Toen ik zei “nog twee kilometer” werd zowaar nog even de turbo aangezet en knalden ze er nog twee snellere kilometers uit. Later bleek dat de eerste twee km de langzaamste waren geweest. Na afloop was iedereen tevreden. De dames omdat ze hadden gelopen wat ze wilden en geen rekening hoefden te houden met het parcours, afstand en snelheid ( want dat deed ik ), ze hoefden alleen maar te volgen en ik omdat het gelopen was als gepland en omdat de dames tevreden waren.

We liepen 28 km in 3:10 uur met een gemiddelde snelheid van 6:45 min/km. Over deze dames hoef ik mij geen zorgen te maken. Die lopen de Amsterdam marathon.

Drie bolletjes

Ze staken mooi af tegen het zwart van het vierkante bord. Drie bolletjes vanille ijs. De ruimte tussen de bolletjes was opgevuld met slagroom en er stond nog een schaaltje gesmolten chocolade naast om erover heen gegoten te worden. Mijn tafelgenoten waren even stil en toen vroeg er een “hoeveel kilometer ga je morgen lopen?”. Soms antwoord je dan te snel en denk je al terwijl je antwoord nog niet eens helemaal gegeven is van oeps, dit was misschien niet zo handig. Ik antwoordde vol overtuiging “voor elk bolletje 10 km, dus 30 km.”. “Ok” klonk het. Dit stond dus vast. 30 km dus.

Vanmorgen stond ik om 08:00 uur bij de ingang van de duinen voor mijn loop. De website Weeronline.nl voorspelde om 10:00 uur al 26 graden, dus ik had twee bidons van 500 ml blij me en ik zou elke 10 km langs een kraantje komen om ze opnieuw te vullen. Bij elkaar zou ik dan 3 liter water drinken. Dit moest naar mijn idee genoeg zijn.

De afgelopen twee weken had ik bijna niet hardgelopen. Ik was op vakantie in Zuid Engeland ( Salisbury ) en de kanaaleilanden Guernsey en Jersey . Meestal doe ik tijdens mijn vakantie s’ochtends korte loopjes. Daar is deze keer weinig van gekomen. De focus lag nu op wandelen. Vooral op Guernsey hebben we een paar mooie wandelingen gemaakt. We liepen over het cliffpath. Voor mijn doen zaten er een paar lange tussen. Zo liepen we een dag 15 km en de volgende dag 20 km. Nou is het cliffdpath niet vlak. Eigenlijk zit er geen valk stukje tussen, maar gaat het continue op en neer. Ook van traptreden zijn ze niet vies. Tijdens een etappe van zo’n 6 km ben ik ze eens gaan tellen en kwam op een totaal van 900 treden ( kan er een paar naast zitten ) . Kortom, van hardlopen is niets meer terecht gekomen, want s’morgens voelden mijn kuiten nog duidelijk de wandel inspanning van de vorige dag. Om een blessure te voorkomen besloot ik om ze niet nog eens met een extra hardlooptraining te belasten. Geen hardlopen dus , maar wel voldoende beweging.

De eerste 10 km gingen lekker. Misschien wel te lekker ( lees te snel ). De kilometers gingen regelmatig onder de 5:30 min/km. Kwam dit door de hardlooprust van de afgelopen 2 weken of door het wandelen? Ik weet het niet , maar voor ik het wist was ik bij het eerste kraantje. Mijn bidons had ik braaf leeggedronken en vulde ze weer bij. Tijdens de tweede 10 km voelde ik de warmte opkomen en wist ik eigenlijk al dat de eerste 10 te snel gegaan waren. Bij 20 km weer de bidons gevuld. De drie bolletjes ijs waren allang verbruikt. Zelfs als ik er tien had gekregen waren die voor mijn gevoel al verbruikt geweest. Snel even wat koolhydraten aanvullen en de laatste 10 weglopen. De temperatuur was naar onaangenaam opgelopen en de snelheid gedaald naar zo’n 6:00 min/km. Gelukkig was ik zo verstandig geweest om de route zo te plannen dat ik de laatste 5 km onder de bomen kon lopen en na 2:53 uur ( gemiddeld 5:45 min/km ) had ik de 30 km erop zitten.

Gelukkig staat er bij de “finish” een fonteintje waar ik met veel plezier een tijdje boven gehangen heb. Op het terras een glas cola gedronken en toen ik vrij snel daarna naar het toilet moest om te urineren, wist ik dat het met de vochtbalans goed zat.

Misschien vanmiddag nog wat bolletjes vanille ijs aanvullen.

Tempo album

Opeens hoorde ik mijn naam. Het was een bekende stem. Ik keek over mijn linkerschouder en herkende een loopmaatje in de loper die ik net aan de andere kant van de weg was gepasseerd. Ik hield even in, stak de weg over en ging naast hem lopen. Na een kort praatje gingen we weer uiteen, want we hadden allebei ons eigen trainingsplan. Ik ging verder met het zoeken naar het juiste tempo dat ik voor deze training in gedachten had.

Regelmatig probeer ik iets nieuws uit in mijn hardlooptrainingen. Zo ook dinsdagavond. Ik had die dag het nummer Under the Milky Way van the Church gehoord en ontdekte dat dit nummer op hun album Starfish stond. Op mijn muziek app ontdekte ik dat dit album 46 minuten duurt. Ik wilde dinsdagavond een tempo duurloop gaan doen en het idee was daar. Ik ging een tempo duurloop doen op het album Starfish . Het eerste nummer inlopen. Het tweede nummer op zoek naar het tempo dat ik in gedachten had en dan dat tempo doorlopen tot het einde van het album.

Nu zat ik nog met één klein probleempje. Het tempo. Wat was op dit moment een realistisch haalbaar tempo zonder dat ik na afloop voor dood thuis op de bank zou neerploffen? Na enig beraad met mijzelf, mijn schoenen en de registratie van mijn trainingen van de afgelopen weken kwam ik uit op een tempo van rond de 4:40 min / km.

Het waren prima omstandigheden voor de training die ik in gedachten had. De eerste km met een 5:20 min/km niet te gek begonnen. Tijdens de tweede kilometer, waarin ik op zoek ging naar het 4:40 min/km tempo, had ik de ontmoeting met het loopmaatje. Ik vond het contact met dat loopmaatje belangrijker dan mijn training en hield daarom even in voor het korte praatje. In km 3 had ik mijn tempo bijna te pakken. 4:31 min/km. Iets te snel, maar met een klein beetje bijsturen zat ik op het juiste tempo. Het tempo voelde prettig snel zonder dat ik hoefde te hijgen. Onderweg kreeg ik nog een complimentje van twee jonge dames op de fiets over mijn tempo. Altijd leuk en motiverend. De laatste tonen van het album klonken en na 45:30 min werd het stil. Ik had 9,67 km gelopen in een gemiddeld tempo van 4:42 min/km . Helemaal voldaan liep ik nog een stukje uit en viel thuis niet voor dood op de bank.

Dit is zeker een training die voor herhaling vatbaar is. Nu nog een paar leuke tempo albums uitzoeken. Wel even uitkijken dat het geen dubbelalbum is.