Hoi

Hoi. Ik kreeg een hoi terug van een loper die me tegemoet kwam. We passeerden elkaar op het moment dat ik tijdens een tempoversnelling omhoog liep . Ik ken de loper al jaren. Al zo’n twintig jaar. Nou ja kennen is misschien een te groot woord en is ontmoeten beter op zijn plaats. Onze communicatie blijft beperkt tot elkaar aankijken en hoi. Ik vind het prima dat het hier bij blijft. Het is goed zo. Het is een vorm van vertrouwd. Eigenlijk wist ik al dat hij er was op het moment dat ik langs de balk liep, want zijn trui hing eroverheen. Het strakblauwe van de trui was er wel af en was veranderd in vaalblauw. Het was zo’n trui die hoorde bij de joggingbroeken van de vorige eeuw. Van die katoenen broeken die elke regendruppel opzogen en dan veel te zwaar werden om in te lopen. Gelukkig zat er altijd een koordje in die je zo strak aantrok dat de broek niet afzakte. De broek werd door zijn gewicht echter wel langer met als gevolg dat de zoom van de pijpen over je schoenen hing. Het maakte allemaal niet uit, want dat hoorde bij het buiten hardlopen. De loper had zo’n broek aan.

Ik was bezig met mijn “Training anders” en deed een tempotraining op een duinparcour van ongeveer 750m. Het is een rondje. 400 m snel en na 350 m dribbel ben ik dan weer aan het begin. Deze training, dit rondje , deed ik twintig jaar geleden ook al. Toen deed ik hem af en toe met loopmaatjes en was elke versnelling van 400 m een wedstrijd, met als gevolg dat we na 10 keer voor dood over de balk hingen. Deze keer mocht het rustiger. Het parcours is nog hetzelfde . Dezelfde bochten. Dezelfde boomstronken. De boomwortel na het haakse bocht was ook nog in volle glorie aanwezig. Ik deed beheerst de versnellingen, maar na 8 keer vertelden mijn kuiten dat het genoeg was geweest. Nog even een wat groter rondje uitlopen en klaar.

Dit is een van de trainingen die ik de komende maanden ga doen. Vorige week blogde ik dat de trainingen die ik de komende weken ga doen wat meer snelheid zullen bevatten en niet langer dan een uur duren. Zo zal ik regelmatig 200m’tjes lopen met 200 m dribbelpauze. Lopen met muziek en dan één nummer rustig, één nummer snel enz.. Een duurloop van zo’n 8 -10 km met daarin 4 -6 km pittig. Één van mijn favoriete is 3 km inlopen, 2 km hard en uitlopen 2 km. Natuurlijk ook nog gewoon een duurloop van een uur, maar dan grotendeels in zone 3. Op de bovenstaande trainingen zijn nog vel;e variaties mogelijk. Een andere belangrijke verandering in de trainingen is dat ik de komende maanden maximaal 4 keer in de week train. MIjn lijf zal namelijk door de intensivering van de trainingen meer rust nodig hebben. Ben benieuwd hoe ik dit de komende drie maanden ga vinden.

Tijdens de duintraining had ik nog menig hoi moment. Hoewel ik er al maanden niet meer gelopen had , had ik het gevoel dat ik nooit weg was geweest. Vertrouwd.

Advertenties

Anders

“Waar gaat u nu heen ?” Vroeg de man die ik nu voor de vijfde keer voorbij liep. Hij wandelde samen met zijn vrouw over de Lage Kadijk. Met enige regelmaat maakten zij een praatje met andere wandelaars die ze tegen kwamen. Hoewel de Lage Kadijk maar 400 meter lang is waren zij al ruim 10 minuten bezig om van het begin naar het eind te komen en iedere keer kwam ik voorbij. De ene keer haalde ik ze van achteren in en even later kwam ik ze van voren tegemoet. Toen dus de vraag ” Waar gaat u nu heen?”. Ik antwoordde “Heen en weer”

Ik was bezig met een intervaltraining. Zoals gezegd, de Lage Kadijk is ongeveer 400 m en ongeveer halverwege is een dwarssloot. Ik deed versnellingen van het begin tot aan de dwarssloot en dribbelde dan rustig door naar het einde en datzelfde weer terug totdat ik 10 versnellingen had gehad en terug naar huis. De training is dan in totaal 9 km.

Het laatste kwartaal van 2019 is begonnen en ik ga het anders doen. Geen langzame lange duurlopen meer. Trouwens ook geen langzame korte duurlopen. Eigenlijk wordt het hele woord langzaam voor 3 maanden uit mijn trainingsboek geschrapt. Met uitzondering van in- en uitlopen gaan de trainingen in 80, 90 of meer procent van mijn maximale hartslag. De trainingen zullen ook nooit langer dan een uur duren. Wil ik een zekere afstand lopen dan zal ik dus door moeten lopen 🙂 Dit betekend wel dat ik wat minder trainingen in de week zal doen, omdat ik wat extra hersteltijd nodig zal hebben.

Ik ben hierop gekomen door mijn weekmarathon van een paar weken geleden. Toen liep ik 7 dagen lang 6 km. Behalve de eerste dagen liep ik die in een pittig tempo en dat is mij uitgetekend bevallen. Ik was elke dag actief buiten en omdat het nooit lang duurde was er altijd wel een gaatje om het te doen. Daarnaast had ik het gevoel dat ik door het snellere lopen soepeler werd. Ik voelde mij in ieder geval soepeler. Nog een motivatie is het weer. We komen in een periode waarin wind , regen en kou een rol gaan spelen en dan wil ik best naar buiten om te gaan hardlopen, maar het moet geen (lange) langzame sessie worden. Daar maak ik mijzelf niet blij mee. Volgende week meer over welke trainingen ik ga doen

Op Mijn antwoord “Heen en weer” hoorde ik de man zeggen “Drs P” .

Slakkengang

Sterrenkundigen hebben een insluiper, een kosmisch lichaam, ontdekt in ons zonnestelsel las ik in de Volkskrant van 13 september, maar deze insluiper zal over een paar maanden ons zonnestelsel ook weer verlaten met een snelheid van ruim 30 km/sec. Vandaag is de Dam tot Damloop. Een loop over 16 km. De snelste zullen er zo’n 45 minuten over doen. Onze insluiper zit bij de start nog aan de koffie en vertrekt 44 minuten na de eerste lopers en komt dan een halve seconde later als eerste over de finish.

Vanmorgen heb ik een duurloop gedaan van 12 km met een gemiddelde snelheid van 0,003 km/sec (12 km/uur ). Dat is dus tienduizend keer langzamer dan onze indringer. Als hij mij zou passeren zouden we het niet eens van elkaar weten zo snel zou het gaan. Voor de indringer ga ik in een slakkengang. De indringer zal het waarschijnlijk hebben over mensengang.

Over slakken gesproken. Die kunnen volgens de Vroege Vogels 5 m/uur rennen. Met wat rekenen is dat 2400 keer langzamer dan dat ik vanmorgen liep. Een stuk sneller dan de tienduizend keer van mij ten opzichte van de indringer. Jaren geleden kreeg ik een mailtje van een loper die ik begeleidde waarin stond ” Ik ben vandaag gepasseerd door een slak. Heb nu het goede tempo”. Met de kennis van hierboven ga je dit toch misschien anders lezen.

Vanmorgen dus een 12 km duurloop gedaan in een tempo van 12 km/uur. Is dit nu snel of langzaam? Het maakt me eigenlijk ook helemaal nies uit. Ga volgende week wel kijken of ik dit rondje in 13 km/uur kan lopen.

Tempo album

Opeens hoorde ik mijn naam. Het was een bekende stem. Ik keek over mijn linkerschouder en herkende een loopmaatje in de loper die ik net aan de andere kant van de weg was gepasseerd. Ik hield even in, stak de weg over en ging naast hem lopen. Na een kort praatje gingen we weer uiteen, want we hadden allebei ons eigen trainingsplan. Ik ging verder met het zoeken naar het juiste tempo dat ik voor deze training in gedachten had.

Regelmatig probeer ik iets nieuws uit in mijn hardlooptrainingen. Zo ook dinsdagavond. Ik had die dag het nummer Under the Milky Way van the Church gehoord en ontdekte dat dit nummer op hun album Starfish stond. Op mijn muziek app ontdekte ik dat dit album 46 minuten duurt. Ik wilde dinsdagavond een tempo duurloop gaan doen en het idee was daar. Ik ging een tempo duurloop doen op het album Starfish . Het eerste nummer inlopen. Het tweede nummer op zoek naar het tempo dat ik in gedachten had en dan dat tempo doorlopen tot het einde van het album.

Nu zat ik nog met één klein probleempje. Het tempo. Wat was op dit moment een realistisch haalbaar tempo zonder dat ik na afloop voor dood thuis op de bank zou neerploffen? Na enig beraad met mijzelf, mijn schoenen en de registratie van mijn trainingen van de afgelopen weken kwam ik uit op een tempo van rond de 4:40 min / km.

Het waren prima omstandigheden voor de training die ik in gedachten had. De eerste km met een 5:20 min/km niet te gek begonnen. Tijdens de tweede kilometer, waarin ik op zoek ging naar het 4:40 min/km tempo, had ik de ontmoeting met het loopmaatje. Ik vond het contact met dat loopmaatje belangrijker dan mijn training en hield daarom even in voor het korte praatje. In km 3 had ik mijn tempo bijna te pakken. 4:31 min/km. Iets te snel, maar met een klein beetje bijsturen zat ik op het juiste tempo. Het tempo voelde prettig snel zonder dat ik hoefde te hijgen. Onderweg kreeg ik nog een complimentje van twee jonge dames op de fiets over mijn tempo. Altijd leuk en motiverend. De laatste tonen van het album klonken en na 45:30 min werd het stil. Ik had 9,67 km gelopen in een gemiddeld tempo van 4:42 min/km . Helemaal voldaan liep ik nog een stukje uit en viel thuis niet voor dood op de bank.

Dit is zeker een training die voor herhaling vatbaar is. Nu nog een paar leuke tempo albums uitzoeken. Wel even uitkijken dat het geen dubbelalbum is.

Hoe oud ?

“Hoe oud?”. Ik had de vraag “Hoeveel?” verwacht, maar nee dus. Ik was een zuivelwinkel binnengelopen en werd aangesproken door een jongeman die mij vroeg of hij mij kon helpen. Ik vertelde hem dat ik een zakje geraspte oude kaas wilde en toen kwam dus de hoe oud vraag. Ik had er nooit bij stilgestaan dat er een verschil was in oud wat betreft kaas. De jongeman had dat snel door, pakte een stukje kaas en vroeg “zal ik deze voor u doen?”. Ik stemde gelijk in met zijn voorstel. Toen kwam natuurlijk nog de hoeveel vraag. Daar had ik ook niet bij stil gestaan en maakte met mijn handen een beetje onhandige beweging waarmee ik de grote van het zakje wilde aangeven. De jongeman keek mij nog een seconde of drie aan en zei toen ” ik ga wat voor u raspen” en een paar minuten later kwam hij terug met een zakje geraspte oude kaas.

Vanmorgen heb ik een lange duurloop gedaan. Nu hoor ik u gelijk denken “Hoe lang”. Een goede vraag die mij aan het denken zet. Is de afstand die ik heb gelopen lang genoeg om het een lange duurloop te noemen? Ondertussen heb ik begrepen dat als kaas 10 maanden gerijpt heeft dat het dan oude kaas mag heten. Dit is geen wettelijke regeling , maar een afspraak. Zouden we dan ook zoiets af kunnen spreken voor de duurloop, bijvoorbeeld dat het na 10 km een lange duurloop mag heten.

Het was heerlijk loopweer vanmorgen. Zon, een licht briesje en een graadje of 18. Ik had er al een leuk rondje opzitten en was op de terugweg. Ter hoogte van de Lage Kadijk kwam er een hardloper aan die een paar meter voor mij ook het weggetje langs de Molenplas op wilde. Dat is een vrij scherpe bocht en hij struikelde bijna. Ik maakte een opmerking en we raakten aan de praat. Hij vertelde me dat zijn huisarts vorig jaar hem het advies had gegeven om wat meer te bewegen en dat hij begin dit jaar was begonnen met hardlopen. In het begin was het lastig geweest om de discipline op te brengen, maar nu liep hij drie keer in de week en voelde zicht beter dan ooit. Vandaag liep hij een rondje van 7 kilometer en hij had nooit gedacht dat hij zo’n lange afstand kon hardlopen.

Na dit gesprek heb ik gelijk een streep gezet door de eerder genoemde 10 km en ook maar gelijk door het woord lang. Ik heb vanmorgen een duurloop gedaan van 15 km en ik laat het aan de lezer over of die daar een kwalificatie aan wil geven.

Hoe snel?

Soms

Soms denk ik wel eens “waarom doe ik dit nu”? Zo ook zaterdagochtend. Het weer was natuurlijk belabberd. Wind, regen, maar geen code meer. Het sein stond op veilig . Code groen. Dus in plaats van warme croissantjes, verse sinaasappelsap en thee gingen de hardloopschoenen aan en naar buiten.

Eigenlijk ging het al gelijk een soort van mis. Ik was amper 50 m op weg toen ik rechtsaf sloeg in het park en struikelde over één van de vele takken die door de wind s’nachts van de bomen was gewaaid. Ik kon mij nog net staande houden en kwam tot stilstand vlak voor een man die zijn hond uitliet. “Misschien kun je maar beter stoppen” zei hij. Ik knikte en zei dat dat misschien geen verkeerd idee was, maar dat ik toch nog een stukje door ging. Het begon licht te regenen, maar met de harde wind voelde dat al gauw meer dan licht en ik besloot over het jaagpad te gaan. Liep ik een paar kilometer enigszins beschut. Zie ik een groep wandelaars de weg oversteken en het jaagpad ingaan. Paraplu’s op, waarvan de meeste natuurlijk alle kanten door de wind opgeblazen werden, regenpakken aan en een aantal hadden een hond aangelijnd. Zo liepen zij breed uit het jaagpad in. Nou ja, breeduit, voor zover dat mogelijk is , want het jaagpad is maar één persoon breed. Het vooruitzicht deze groep wandelaars te moeten passeren, vergelijkbaar met over rotsblokken klimmen op een bergpas, deed mij besluiten rechtdoor over de weg te gaan.

Ik hoopte dat deze groep wandelaars een op zich staande groep was en geen onderdeel van een wandeloptocht, want een kilometer verder was er nog een mogelijkheid om het jaagpad te pakken. Eenmaal op het pad aangekomen heb ik geen wandelaars meer gezien. Zelfs de bewoners van de woonboten en diverse tuinhuisjes lieten zich niet zien wat niet zo verwonderlijk was want het was meer dan licht gaan regenen en de wind zocht vrolijk zijn weg over het pad. Natuurlijk tegen. Een stukje verderop zag ik een paar eenden die beschutting hadden gezocht onder een afdakje en op het weilandje hadden de koeien beschutting gevonden achter een struikje. Het zou mij niet verbazen als hier een strijd vooraf gegaan was, want er konden maar drie koeien geheel achter de struiken en voor de rest , een stuk of 6, was het toch wat behelpen. Kont of kop in de wind.

Zo liep ik door, want ik wist dat straks het genot zou komen. Wind in de rug. Toen ik even later langs de Ringvaart naar de molen liep veranderden de regendruppels in regenstralen , vergelijkbaar met een douche. Het water op het pad kon zich zo gauw geen weg naar de berm vinden en ik liep dus te soppen in een soort van beekje. Mijn voeten plonsden in mijn schoenen. Dit was het moment dat ik dacht “waarom doe ik dit nu”? Het antwoord kwam vrij snel na die vraag, want even later werd het droog. Nou niet helemaal droog, maar vergeleken met de waterval van een paar minuten daarvoor wel. Ik had nu de wind in de rug en kwam een paar andere lopers tegen. We staken bij het passeren even die hand op ter begroeting en wierpen elkaar een blik toe van herkenning en erkenning. Ik voelde de energie in mijn lichaam toenemen en ging steeds sneller lopen. De laatste paar honderd meter waren bijna een sprint. Waarschijnlijk omdat ik dacht aan de croissantjes, sinaasappelsap , thee en een warme douche. Thuis gekomen voelde ik mij prettig moe en vol energie om de dag in te gaan. Dat is waarom ik het doe.

Gelukkig had ik nog een paar papieren kranten om in mijn natte schoenen te doen. Ouderwets, maar volgens mij nog steeds de beste manier om je schoenen droog te krijgen voor de volgende dag.

Gasthond

Ik was net de hoek om toen ik hem zag. Ruim 100 m voor me. Hij zag mij ook. We keken mekaar recht in de ogen. Die van mij enigszins bevreesd en die van hem verlangend mij te ontmoeten. Hij was van boven gemiddeld formaat met een schoft (schouder) hoogte ter hoogte van een menselijke heup en een kop die daar nog ver bovenuit stak. Ik zag de lijn waarmee zijn baas hem bij zich hield strak gespannen staan. Zij stonden stil omdat de baas in gesprek was met iemand op het water. Gelukkig liep ik niet het tempo van Usain Bolt dus ik had nog even de tijd voordat ik de 100 m overbrugd had en dus nog even na kon denken hoe ik het er voorbij gaan aan zou pakken.

Ik was vertrokken voor een rustige duurloop. Sinds kort heb ik een apple watch en vind ik het leuk om af en toe weer eens op hartslag te lopen. Deze keer wilde ik mijn hartslag niet boven de 120 laten komen ( zal binnenkort weer een kijken wat mijn maximale hartslag op dit moment is ), en had een route in gedachten van zo’ n 12 km. Het liep eigenlijk geheel volgens plan tot ik de bovengenoemde hoek omging. Ik liep over een smal onverhard pad langs de Molenplas die op dat moment overging in de Ringvaart toen ik de bovengenoemde hond zag. Hoewel ik wekelijks over dit pad loop en ook op wisselende tijden had ik deze hond nog nooit gezien. Misschien was het een gasthond.

Mijn hartslag was opeens omhoog gegaan en ik wist dat hij pas omlaag zou gaan als ik er voorbij was. Veel keuze had ik niet. Het pad was nog geen meter breed met aan beide zijden een smal strookje gras waar ik gebruik van kon maken. Nog 50 meter te gaan. Zij stonden nog steeds op dezelfde plaats en plotseling kwam er een éénmalig geluid uit zijn bek. Niet een kleine waf, maar een grote WOEF. Mijn blik had ik negerend gericht op het pad achter hem. Nog 25 meter. Zijn baas werd even afgeleid van zijn gesprek door de grote WOEF., keek naar mij en gaf een kort ruk aan de lijn. De gasthond ging in het gras zitten en toen ik bij hem was zag ik eigenlijk alleen maar vriendelijke nieuwsgierigheid in zijn ogen. Ik knikte naar de baas en zijn gesprekspartner en vervolgde mijn weg over het pad langs de Ringvaart.