Tempo album

Opeens hoorde ik mijn naam. Het was een bekende stem. Ik keek over mijn linkerschouder en herkende een loopmaatje in de loper die ik net aan de andere kant van de weg was gepasseerd. Ik hield even in, stak de weg over en ging naast hem lopen. Na een kort praatje gingen we weer uiteen, want we hadden allebei ons eigen trainingsplan. Ik ging verder met het zoeken naar het juiste tempo dat ik voor deze training in gedachten had.

Regelmatig probeer ik iets nieuws uit in mijn hardlooptrainingen. Zo ook dinsdagavond. Ik had die dag het nummer Under the Milky Way van the Church gehoord en ontdekte dat dit nummer op hun album Starfish stond. Op mijn muziek app ontdekte ik dat dit album 46 minuten duurt. Ik wilde dinsdagavond een tempo duurloop gaan doen en het idee was daar. Ik ging een tempo duurloop doen op het album Starfish . Het eerste nummer inlopen. Het tweede nummer op zoek naar het tempo dat ik in gedachten had en dan dat tempo doorlopen tot het einde van het album.

Nu zat ik nog met één klein probleempje. Het tempo. Wat was op dit moment een realistisch haalbaar tempo zonder dat ik na afloop voor dood thuis op de bank zou neerploffen? Na enig beraad met mijzelf, mijn schoenen en de registratie van mijn trainingen van de afgelopen weken kwam ik uit op een tempo van rond de 4:40 min / km.

Het waren prima omstandigheden voor de training die ik in gedachten had. De eerste km met een 5:20 min/km niet te gek begonnen. Tijdens de tweede kilometer, waarin ik op zoek ging naar het 4:40 min/km tempo, had ik de ontmoeting met het loopmaatje. Ik vond het contact met dat loopmaatje belangrijker dan mijn training en hield daarom even in voor het korte praatje. In km 3 had ik mijn tempo bijna te pakken. 4:31 min/km. Iets te snel, maar met een klein beetje bijsturen zat ik op het juiste tempo. Het tempo voelde prettig snel zonder dat ik hoefde te hijgen. Onderweg kreeg ik nog een complimentje van twee jonge dames op de fiets over mijn tempo. Altijd leuk en motiverend. De laatste tonen van het album klonken en na 45:30 min werd het stil. Ik had 9,67 km gelopen in een gemiddeld tempo van 4:42 min/km . Helemaal voldaan liep ik nog een stukje uit en viel thuis niet voor dood op de bank.

Dit is zeker een training die voor herhaling vatbaar is. Nu nog een paar leuke tempo albums uitzoeken. Wel even uitkijken dat het geen dubbelalbum is.

Advertenties

Hoe oud ?

“Hoe oud?”. Ik had de vraag “Hoeveel?” verwacht, maar nee dus. Ik was een zuivelwinkel binnengelopen en werd aangesproken door een jongeman die mij vroeg of hij mij kon helpen. Ik vertelde hem dat ik een zakje geraspte oude kaas wilde en toen kwam dus de hoe oud vraag. Ik had er nooit bij stilgestaan dat er een verschil was in oud wat betreft kaas. De jongeman had dat snel door, pakte een stukje kaas en vroeg “zal ik deze voor u doen?”. Ik stemde gelijk in met zijn voorstel. Toen kwam natuurlijk nog de hoeveel vraag. Daar had ik ook niet bij stil gestaan en maakte met mijn handen een beetje onhandige beweging waarmee ik de grote van het zakje wilde aangeven. De jongeman keek mij nog een seconde of drie aan en zei toen ” ik ga wat voor u raspen” en een paar minuten later kwam hij terug met een zakje geraspte oude kaas.

Vanmorgen heb ik een lange duurloop gedaan. Nu hoor ik u gelijk denken “Hoe lang”. Een goede vraag die mij aan het denken zet. Is de afstand die ik heb gelopen lang genoeg om het een lange duurloop te noemen? Ondertussen heb ik begrepen dat als kaas 10 maanden gerijpt heeft dat het dan oude kaas mag heten. Dit is geen wettelijke regeling , maar een afspraak. Zouden we dan ook zoiets af kunnen spreken voor de duurloop, bijvoorbeeld dat het na 10 km een lange duurloop mag heten.

Het was heerlijk loopweer vanmorgen. Zon, een licht briesje en een graadje of 18. Ik had er al een leuk rondje opzitten en was op de terugweg. Ter hoogte van de Lage Kadijk kwam er een hardloper aan die een paar meter voor mij ook het weggetje langs de Molenplas op wilde. Dat is een vrij scherpe bocht en hij struikelde bijna. Ik maakte een opmerking en we raakten aan de praat. Hij vertelde me dat zijn huisarts vorig jaar hem het advies had gegeven om wat meer te bewegen en dat hij begin dit jaar was begonnen met hardlopen. In het begin was het lastig geweest om de discipline op te brengen, maar nu liep hij drie keer in de week en voelde zicht beter dan ooit. Vandaag liep hij een rondje van 7 kilometer en hij had nooit gedacht dat hij zo’n lange afstand kon hardlopen.

Na dit gesprek heb ik gelijk een streep gezet door de eerder genoemde 10 km en ook maar gelijk door het woord lang. Ik heb vanmorgen een duurloop gedaan van 15 km en ik laat het aan de lezer over of die daar een kwalificatie aan wil geven.

Hoe snel?

Soms

Soms denk ik wel eens “waarom doe ik dit nu”? Zo ook zaterdagochtend. Het weer was natuurlijk belabberd. Wind, regen, maar geen code meer. Het sein stond op veilig . Code groen. Dus in plaats van warme croissantjes, verse sinaasappelsap en thee gingen de hardloopschoenen aan en naar buiten.

Eigenlijk ging het al gelijk een soort van mis. Ik was amper 50 m op weg toen ik rechtsaf sloeg in het park en struikelde over één van de vele takken die door de wind s’nachts van de bomen was gewaaid. Ik kon mij nog net staande houden en kwam tot stilstand vlak voor een man die zijn hond uitliet. “Misschien kun je maar beter stoppen” zei hij. Ik knikte en zei dat dat misschien geen verkeerd idee was, maar dat ik toch nog een stukje door ging. Het begon licht te regenen, maar met de harde wind voelde dat al gauw meer dan licht en ik besloot over het jaagpad te gaan. Liep ik een paar kilometer enigszins beschut. Zie ik een groep wandelaars de weg oversteken en het jaagpad ingaan. Paraplu’s op, waarvan de meeste natuurlijk alle kanten door de wind opgeblazen werden, regenpakken aan en een aantal hadden een hond aangelijnd. Zo liepen zij breed uit het jaagpad in. Nou ja, breeduit, voor zover dat mogelijk is , want het jaagpad is maar één persoon breed. Het vooruitzicht deze groep wandelaars te moeten passeren, vergelijkbaar met over rotsblokken klimmen op een bergpas, deed mij besluiten rechtdoor over de weg te gaan.

Ik hoopte dat deze groep wandelaars een op zich staande groep was en geen onderdeel van een wandeloptocht, want een kilometer verder was er nog een mogelijkheid om het jaagpad te pakken. Eenmaal op het pad aangekomen heb ik geen wandelaars meer gezien. Zelfs de bewoners van de woonboten en diverse tuinhuisjes lieten zich niet zien wat niet zo verwonderlijk was want het was meer dan licht gaan regenen en de wind zocht vrolijk zijn weg over het pad. Natuurlijk tegen. Een stukje verderop zag ik een paar eenden die beschutting hadden gezocht onder een afdakje en op het weilandje hadden de koeien beschutting gevonden achter een struikje. Het zou mij niet verbazen als hier een strijd vooraf gegaan was, want er konden maar drie koeien geheel achter de struiken en voor de rest , een stuk of 6, was het toch wat behelpen. Kont of kop in de wind.

Zo liep ik door, want ik wist dat straks het genot zou komen. Wind in de rug. Toen ik even later langs de Ringvaart naar de molen liep veranderden de regendruppels in regenstralen , vergelijkbaar met een douche. Het water op het pad kon zich zo gauw geen weg naar de berm vinden en ik liep dus te soppen in een soort van beekje. Mijn voeten plonsden in mijn schoenen. Dit was het moment dat ik dacht “waarom doe ik dit nu”? Het antwoord kwam vrij snel na die vraag, want even later werd het droog. Nou niet helemaal droog, maar vergeleken met de waterval van een paar minuten daarvoor wel. Ik had nu de wind in de rug en kwam een paar andere lopers tegen. We staken bij het passeren even die hand op ter begroeting en wierpen elkaar een blik toe van herkenning en erkenning. Ik voelde de energie in mijn lichaam toenemen en ging steeds sneller lopen. De laatste paar honderd meter waren bijna een sprint. Waarschijnlijk omdat ik dacht aan de croissantjes, sinaasappelsap , thee en een warme douche. Thuis gekomen voelde ik mij prettig moe en vol energie om de dag in te gaan. Dat is waarom ik het doe.

Gelukkig had ik nog een paar papieren kranten om in mijn natte schoenen te doen. Ouderwets, maar volgens mij nog steeds de beste manier om je schoenen droog te krijgen voor de volgende dag.

Gasthond

Ik was net de hoek om toen ik hem zag. Ruim 100 m voor me. Hij zag mij ook. We keken mekaar recht in de ogen. Die van mij enigszins bevreesd en die van hem verlangend mij te ontmoeten. Hij was van boven gemiddeld formaat met een schoft (schouder) hoogte ter hoogte van een menselijke heup en een kop die daar nog ver bovenuit stak. Ik zag de lijn waarmee zijn baas hem bij zich hield strak gespannen staan. Zij stonden stil omdat de baas in gesprek was met iemand op het water. Gelukkig liep ik niet het tempo van Usain Bolt dus ik had nog even de tijd voordat ik de 100 m overbrugd had en dus nog even na kon denken hoe ik het er voorbij gaan aan zou pakken.

Ik was vertrokken voor een rustige duurloop. Sinds kort heb ik een apple watch en vind ik het leuk om af en toe weer eens op hartslag te lopen. Deze keer wilde ik mijn hartslag niet boven de 120 laten komen ( zal binnenkort weer een kijken wat mijn maximale hartslag op dit moment is ), en had een route in gedachten van zo’ n 12 km. Het liep eigenlijk geheel volgens plan tot ik de bovengenoemde hoek omging. Ik liep over een smal onverhard pad langs de Molenplas die op dat moment overging in de Ringvaart toen ik de bovengenoemde hond zag. Hoewel ik wekelijks over dit pad loop en ook op wisselende tijden had ik deze hond nog nooit gezien. Misschien was het een gasthond.

Mijn hartslag was opeens omhoog gegaan en ik wist dat hij pas omlaag zou gaan als ik er voorbij was. Veel keuze had ik niet. Het pad was nog geen meter breed met aan beide zijden een smal strookje gras waar ik gebruik van kon maken. Nog 50 meter te gaan. Zij stonden nog steeds op dezelfde plaats en plotseling kwam er een éénmalig geluid uit zijn bek. Niet een kleine waf, maar een grote WOEF. Mijn blik had ik negerend gericht op het pad achter hem. Nog 25 meter. Zijn baas werd even afgeleid van zijn gesprek door de grote WOEF., keek naar mij en gaf een kort ruk aan de lijn. De gasthond ging in het gras zitten en toen ik bij hem was zag ik eigenlijk alleen maar vriendelijke nieuwsgierigheid in zijn ogen. Ik knikte naar de baas en zijn gesprekspartner en vervolgde mijn weg over het pad langs de Ringvaart.

Zijweg

Soms heb ik iets in hoofd van dat ga ik doen en als ik dan onderweg ben ontstaat er opeens een zijweg. Niet dat ik dan gelijk afsla, maar soms is zo’n zijweg zo verleidelijk dat ik hem wel moet nemen. Zo ook dinsdag.

Ik had een dag vrij en op zo’n vrije dag vind ik het lekker om s’morgens te gaan hardlopen. Niet gelijk als het licht wordt, maar eerst even uitslapen, een mok thee en de krant doorbladeren. Klinkt best een beetje gek, de krant doorbladeren, als ik die op mijn iPad lees. Ok, de krant door swipen. Na dit ritueel de hardloopschoenen aan. Kledingkeuze maken en op pad gaan. Ik had een training in mijn hoofd van twee km inlopen, vier km snel en twee km uitlopen. Dit is één van mijn favoriete trainingen, maar soms……..

Het was goed hardloopweer. Droog en zo’n tien graden maar wel een pittig windje. Dat laatste vind ik niet erg, want die kun je ook mee hebben. Ongemerkt was ik na een paar honderd meter al sneller gaan lopen en in een comfortabel snel tempo gekomen. Dit is een tempo waarvan je voelt het niet langzaam is maar ook weer niet zo snel dat je loopt te hijgen en wat je best lang vol kunt houden. Vlak voordat ik bij het punt was dat ik aan de vier km snel zou beginnen zag mijn hoofd zo’n verleidelijke zijweg. Ik was vrij , had alle tijd en liep lekker, waarom niet een langere duurloop. Lang hoefde ik er niet over na te denken, wat ook niet kon, en koos voor die duurloop. Een mooi stuk langs de Ringvaart en terug , eindigend met het jaagpad langs het Spaarne.

Tijdens een stukje langs de Ringvaart liep ik samen op met een roeiboot. ( vier met stuurvrouw ) We groeten elkaar. De wind blies in mijn gezicht, want ik had hem tegen. De roeiers gingen ook tegen de wind in, maar hadden de wind in de rug. Ik riep naar hun ” Grappig dat jullie tegen de wind in gaan met de wind in de rug”. Ze keken mij verbaasd aan.

Borstel

De plukken staken alle kanten op. Het was een chaos. Dit was het eerste dat mij opviel toen ik mijn lenzen in had en in de spiegel keek. Ik heb het hier over mijn haar. Ik hoorde de wind gieren. Over een paar minuten zou ik naar buiten gaan voor een duurloopje. Had het zin om een borstel door mijn haar te halen om het in model te brengen wetende dat de wind er in no time weer een chaos van zou creëren. Ik moest denken aan Ronaldo die ik afgelopen week zag spelen. Zijn kapsel is altijd picobello in orde. Zelfs als hij een bal kopt, die nog vaak het doel treft ook, lijkt er geen haartje verschoven. Is je kapsel belangrijk voor je prestatie? Voor alle zekerheid haalde ik er toch maar een borstel door.

Ik had er zin in. De benen voelden goed na een paar dagen hardlooprust. Ik was niet de enige die er zin in had want ik kwam al gauw heel wat lop(st)ers tegen ondanks het onstuimige weer. Heerlijk om de wind door je haar te voelen woelen. De verwachtte chaos was al snel daar. De eerste versnellingen had ik al achter de rug en ik keek uit naar de lage Kadijk. Een smal asfaltpad tussen twee weilanden van zo’n 400 m en gezien de windrichting had ik hem tegen.

400 m. Rechtuit, Het eind in zicht. Start. Daar ging ik. Mijn lichaam gestrekt. Als een snaar gespannen tussen de zwaartekracht en de hemel. De schouders naar beneden en de armen ontspannen , maar niet slap, laten meedansen in de beweging. Mijn buik in en uit voelen gaan door de ademhaling. De heup van het standbeen licht liften zodat de bijbehorende voet als vanzelf van de grond komt en de andere voet met een kort contact onder het lichaamszwaartepunt het asfalt laten raken. Voor ik er erg in had waren de 400 m voorbij.

Ik weet niet of de borstel geholpen heeft , maar ik heb heerlijk en ook best hard gelopen. Nou wil ik komende week nog naar de kapper. Misschien nog even kijken naar het Ronaldo kapsel.

Saai

De lucht is egaal grijs en er valt water uit waar geen kleur in zit. Saai weer dus. Het is zondagmorgen, duurloopmorgen. Ik heb voor vandaag geen spannende training in gedachten. Die spannende trainingen heb ik afgelopen week al gedaan. Vandaag wordt een gewone duurloop. Een beetje saai dat wel. De route die ik ga lopen is niets bijzonders. Ik heb hem al zo vaak gelopen dat ik hem ook zonder mijn lenzen in zou kunnen doen. Nou moet je weten dat ik zonder mijn lenzen pas en boomstronk op het pad zie als ik er al over gestruikeld ben. Saai weer. Saaie route. Eigenlijk is het dus een duurloop van niks.

Als ik begin, begint het ook gelijk harder te regenen. Het is nog opvallend rustig. Op de parkeerplaats stond slechts één auto. Misschien dat het straks nog drukker wordt als de lopers ontwaakt zijn en horen dat de CPC loop vandaag niet doorgaat. Even later als ik op een open stuk ben merk ik dat het begint te waaien. De route die ik loop is een acht en even is daar de verleiding om vlak voor ik aan de tweede lus begin af te slaan en terug te lopen naar het begin, maar ik doe het niet. Ondertussen zingt Morrissey , zanger van the Smiths, ” Will nature make a man of me yet” Op de één of andere manier vond ik The Smiths wel passen bij deze loop met hun melancholische maar ook geestige teksten.

Mijn kleding was ondertussen wel doornat geworden en ik voelde een paar druppels al pogingen ondernemen zich van mijn shirt los te maken om zich dan langs mijn ruggengraat langzaam naar beneden te laten glijden naar mijn bilspleet. Terwijl ik dit gewaar werd zag ik in de verte een hert met vol gewei midden op het pad staan. Werd het dan toch nog spannend. Nee, want toen ik hem naderde liep hij in een soort van verveelde draf van het pad weg en lag er weer een saai lang rechtstuk voor mij.

Eigenlijk liep ik helemaal niet verkeerd. Had een heerlijk rustig tempo. Een rustig ademhaling. Was niet moe. Geen zware benen. Een mooie rustige hartslag. Allemaal top, maar wel een beetje saai. Volgende week maar eens een spannende duurloop doen.