Hagel

Ik stond vanmorgen in de deuropening van de keuken en keek naar de hagelkorrels die stuiterden op mijn dakterras. Schuin tegenover mij stond de buurman naar hetzelfde te kijken. We knikten elkaar toe en keerden allebei terug naar onze eigen gedachten. De mijne waren bij de afgelopen 5 dagen. Het waren 5 dagen die ik in mijn leven nog niet meegemaakt had. Vroeger misschien een dag als kind dat ik als straf niet naar buiten mocht, maar dat had ik dan aan mijzelf te danken. Nu was het anders. Ik was in contact geweest met iemand die corona positief was, maar die op dat moment het nog niet wist. Het toeval wilde dat ik op het moment dat ik dit hoorde zelf wat verkouden was. Hoesten en snotterig. Ik moest meteen naar huis en binnen blijven. Corona? Die nacht slecht geslapen en de volgende ochtend wakker geworden met een lichte verhoging. Dit betekende testen en 5 dagen in quarantaine. Dan weer opnieuw testen. De eerste test was negatief en sta nu in de deuropening te wachten op de tweede testuitslag. De hagels stuiterden een paar keer, smolten en gingen op in het smeltwater van de andere hagels. Ik hoop dat mijn testuitslag straks negatief is en ik weer op kan gaan in het dagelijks leven.

5 dagen in quarantaine betekend ook 5 dagen niet hardlopen. De eerste avond van deze periode had ik afgesproken met een loopmaatje van werk. Zij bood gelijk hulp aan, net als vele anderen, waarvoor dank. De hardloopschoenen konden blijven staan waar ze stonden. Ze staan niet in de weg, maar wel in het zicht want ik weet dat we straks weer samen opgaan tussen andere hardlopers. Een bekende voetballer heeft ooit eens gezegd, “elk nadeel heeft zijn voordeel” ( of was het nou andersom?) De 5 dagen binnen hebben er wel voor gezorgd dat mijn verkoudheid zo goed als over is. Ik kan zeggen dat ik uitgeslapen ben en nu voor het eerst de zaterdag krant helemaal uitgelezen heb. Heb ik het hardlopen dan niet gemist? Nee. Wat ik wel heb gemist is het naar buiten gaan en bewegen. Hardlopen vind ik een prettige manier om deze beide samen te laten gaan, maar dit kan ook wandelen zijn. De fietsers moet ik teleurstellen, want dat heeft niet mijn voorkeur. Wie weet gaat het nog komen, want het wandelen is ook later gekomen.

Buten valt de zoveelste hagelbui en op de achtergrond hoor ik The War of Drugs Strangest Thing zingen. We zitten voor ons ook in een vreemde periode. Ga nog eens kijken of de testuitslag al bekend is.

Negatief !

Duurloop

“Nog één ronde te gaan en dan zat de duurloop erop”. Dit dacht ik gistermorgen nadat ik twee ronden hardgelopen had. Ik was bezig met mijn lange duurloop en wil die langzaam uit gaan breiden. Tot hoever? Geen idee. De vorige keer schreef ik dat ik voorzichtig dacht aan een marathon, maar deze week kwam ik weer iets tegen over de 60 van Texel in 2022. Er schieten steeds meer leuke (gekke) loop ideeën door mijn hoofd. Hoe ouder hoe gekker. Over een paar maanden wordt ik 60. Laat ik eerst maar eens beginnen met de duurloop rustig uit te breiden.

Ik was dus bezig me een duurloop. Ik was in de buurt van de Gaasperplas bij Amsterdam en wist dat een rondje om deze plas 5 km was. Nou wil het toeval dat er langs het wandelpad ook een ruiterpad loopt. Normaal gesproken is het niet handig om over een ruiterpad te lopen in verband met het rulle zand, echter dit pad was voor het overgrote deel zeer goed te belopen. Ik vroeg mij even af of paarden in dit coronatijdperk een stalplicht hebben, maar dat zal toch wel niet. Of toch…… In ieder geval hadden ze dit pad links laten liggen.

Ik wil mijn langere duurlopen zoveel mogelijk over onverharde paden lopen en dus kwam dit niet door paarden belopen ruiterpad mij heel goed uit. De reden waarom ik over onverharde paden wil lopen is omdat ik het idee heb dat ik dan mijn gewrichten minder belast. Zoals ik hierboven schreef behoor ik niet meer tot de jongere garde, of 60 moet de nieuwe jongere worden, dus moet ik zo lief mogelijk voor mijn gewrichten zijn en wat extra demping kan denk ik geen kwaad. Het is natuurlijk zo wie zo de vraag of mijn gewrichten al dit hardloopgedoe wel prettig vinden en niet veel blijer zijn met het ommetje van Prof. Erik Schreuder, maar dat is een ander verhaal.

Ik moest nog één ronde en dan had ik 15 km gelopen. Het was heerlijk loop weer en ik kwam menig wandelaar en hardloper tegen. Om de een of andere reden hadden ook een aantal honden besloten om over het ruiterpad te lopen. Bij een paard weet je waar je aan toe bent en ga je gelijk opzij. Heb in het verleden eens geprobeerd een paard opzij te duwen, maar er gebeurde niets en moest uitkijken dat ik niet klem kwam te zitten tussen paard en hek. Bij honden blijf ik het toch altijd lastig vinden om in te schatten wat ze gaan doen. Het voordeel van een paar keer hetzelfde rondje lopen is dat je ook een paar keer dezelfde honden tegenkomt en je dus weet waar je aan toe bent. Het laatste rondje af en toe een tempo versnelling er in gegooid en kwam na 1:25 uur weer bij het startpunt uit. Met een tevreden gevoel een paar honderd meter uitgewandeld naar de cappuccino.

Eigenlijk is 60 jaar ook een mooie leeftijd om de 60 van Texel nog eens te lopen. Toch nog maar even op de website kijken.

4

Zag ik dat goed? Ik moest een tweede keer kijken. Was het niet de tijd van de laatste kilometer? Nee, bij nadere bestudering was het echt de gemiddelde kilometertijd. Ik had hem al een tijd niet gezien en met tijd bedoel ik maanden. Nu moet ik bekennen dat ik er ook niet mee bezig was en misschien juist daarom kwam hij vandaag op mijn schermpje. Ik heb het hier over de 4. Gewoon een getal, maar soms maakt een getal je hart blij. De 4 waar ik het hier over heb is het eerste getal van mijn gemiddelde kilometertijd van mijn hardlooprondje vandaag. 4:55 min / km.

De laatste maanden loop ik gemiddeld 5 keer in de week. Ik trek dan mijn hardloopschoenen aan, loop de deur uit en ga hardlopen. Ben niet bezig met tijd of snelheid. Soms loop ik wat harder, soms wat langer al naar gelang de pet staat. Nou is dit ook weer niet helemaal waar, want ik wissel wel een beetje af in snelheid. Dit om niet stijf te worden en het lichaam een beetje te prikkelen. Meestal gaan de tempowisselingen vanzelf, maar af en toe moet ik ze een beetje sturen. Nu is er sinds een week opeens een verandering in het op deze manier van hardlopen gekomen.

Een collega met wie ik regelmatig en rondje hardloop heeft zich ingeschreven voor de halve marathon van Leiden en opeens voelde ik zin om hier ook aan mee te doen. Met die zin komen er weer tientallen trainings ideeën naar boven en ben ik weer gemotiveerd om structuur in het hardlopen te brengen. Te beginnen met twee tempotrainingen, twee rustige korte duurlopen en een langere duurloop in de week. Ik ga dat doen zoals ik dat in de jaren 80 van de vorige eeuw deed toen ik begon met hardlopen. het tempo voornamelijk op gevoel met af en toe een stopwatch en geen gebruik van hartslagmeter. Over een paar weken ga ik daar wat meer structuur in brengen in de vorm de tempoblokken DL1, DL2 en DL3, maar daarover tegen die tijd meer.

Het klinkt misschien een beetje gek in deze Corona tijd waarin het individualisme de boventoon moet voeren en de meeste vormen van iets gezamenlijks doen een boete oplevert, maar mijn gedachten gaan weer uit naar het lopen van een marathon in het najaar. Geen stadsmarathon, maar iets anders en kleinschalig. Ga binnenkort maar eens de hardloopkalenders bekijken.

Vandaag een stevige duurloop gedaan. Rustig begonnen en het tempo daarna opgevoerd wat de mooie gemiddelde snelheid van 4:55 min / km op mijn Apple Watch schermpje opleverde.

Singelpark

Na ongeveer 100 meter hing ik in de reling van de brug met mijn voeten zwabberend onder mij op zoek naar houvast. Na enige seconden vonden ze die, terwijl ondertussen mijn hartslag verdubbeld en de adrenaline spiegel verhoogd was. Voorzichtig alles bewegen of er geen belemmeringen in de beweging zat. Dit was niet het geval en kon ik mijn weg vervolgen. Nu wel dubbel op mijn hoede. Dit was vanmorgen rond half 7 toen ik op weg was naar mijn werk. Ik was gewaarschuwd voor gladheid, maar het overviel me toch.

Voor vanmiddag had ik een rondje hardlopen in gedachten, maar toen ik terug naar huis wandelde voelde ik af en toe toch nog wat gladheid onder de voeten. Na een uurtje of twee thuis gezeten te hebben wilde ik toch naar buiten. De temperatuur was gestegen, dus de gladheid zou wel verdwenen zijn, maar toch het zekere voor het onzekere genomen en de hardloopschoen verwisseld met de wandelschoenen en op pad

Ik ging een stuk van de Singelpark route wandelen. Het fijne van deze route voor mij is dat ik voor de deur kan beginnen. Nu ik dit opschrijf moet ik denken aan vroeger toen ik ging langlaufen en ook keek of het appartement aan een langlauf route ( eigenlijk heet dit een langlauf loipe ) lag. Mocht er ooit nog eens genoeg sneeuw vallen dan ben ik de eerste die de langlaufski onderbind en de Singelpark route langlaufend aflegt. Vandaag dus wandelend. Ik ben de laatste jaren het wandelen steeds meer gaan waarderen. Voor mij zijn de verschillen met hardlopen dat ik met wandelen regelmatig even stil sta om ergens naar te kijken. Af en toe een praatje maak met een andere wandelaar en, zoals vandaag, een dame help met het inparkeren van haar camper. Iets anders wat ik tijdens hardlopen nooit zal doen is een versnapering kopen. zoals vandaag een koffie to go met een sneeuwkoek en dan op een bankje gaan zitten om het te nuttigen.

Het laatste stuk van de Singelpark route afgesneden en na anderhalf uur was ik weer thuis. Ik was lekker in beweging buiten geweest. Had een paar nieuwe mensen ontmoet en de sneeuwkoek ontdekt. Ik ga het wandelen naast het hardlopen opnemen in mijn bewegingsprogramma. Morgen weer een rondje hardlopen.

Even naar buiten

Ik moest een keuze maken. Versnellen of langzamer gaan lopen. Ik gaf mijzelf 2 seconden bedenktijd. Het werd versnellen. Zo’n 10 meter voor mij wandelden twee mensen op de stoep die zo smal was dat ik er met geen mogelijkheid op anderhalve meter langs kon. 50 cm was wel het maximale. Rechts van mij stonden auto’s langs de stoep geparkeerd en in de verte zag ik het licht van een fietser op de weg die mijn kant op kwam.

Het was rond de klok van vijf uur in de middag en ik was bezig met mijn hardlooprondje. Het was best nog wel druk geweest op het werk en dan is het na een de hele dag binnen zitten lekker om naar buiten te gaan voor wat beweging. Het was al donker geworden en ik had een reflecterend hesje over mijn loopkleding aangetrokken, want ergens had ik al een voorgevoel dat het weleens niet helemaal een stoeprondje zou worden, maar dat mijn schoenen af en toe het asfalt zouden raken. Het was het tijdstip dat menigeen van zijn werk naar huis zou wandelen en andere hardlopers hetzelfde in gedachten hadden als mij. Lekker even na een dag werken of studeren naar buiten.

Versnellen werd het dus. Kijken, inschatten , razendsnel een plan maken en in het achterhoofd een plan B voor als het anders zou lopen. Net voorbij de wandelaars zag ik een lege parkeerplaats . Ik begon met mijn versnelling. Niet te snel want de wandelaars moesten wel voorbij de lege plek zijn voor ik er was. dit ging precies goed. ik liep nu op de weg. De fietser die ik gezien had kwam mij sneller tegemoet dan ik had ingeschat. Waarschijnlijk zo’n e-biker. Een versnelling op de versnelling gedaan en kon mooi voor de fietser bij mij was tussen twee geparkeerde auto’s door de stoep weer op, ruim voor de wandelaars.

Een half uur later schonk ik thuis een glas thee in en nam er een stukje chocolade bij. Ik was even lekker buiten geweest.

Verslaving

Ik had er eigenlijk geen zin in, maar ik moest wel. Het resultaat van de actie lag verfrommeld op tafel. Ik had de verleiding niet kunnen weerstaan om hem definitief weg te leggen, maar steeds binnen een soort van handbereik te houden. Ik heb het hier over een reep chocolade die ik onderweg naar huis had gekocht. Dit was eigenlijk niet de bedoeling, maar zo’n reep die roept je als je er voorbij loop. Zo’n noodkreet die je niet kunt weerstaan. Neem me mee! Het gevolg was dat ik de hele middag iedere keer een stukje afbrak om op mijn tong te laten smelten en ik aan het eind van de middag met een misselijk gevoel achter mijn laptop zat. De enige remedie om van deze misselijkheid af te komen was een stukje hardlopen. Ik had er eigenlijk geen zin in, maar ik moest wel.

De regen was net gestopt en een snelle blik op buienradar vertelde me dat het droog zou blijven. De hardloopschoenen aan en de deur uit. Het begon al wat te schemeren, maar de route die ik zou lopen ging geheel over het voetpad, wat ook weer niet geheel zonder risico is. Ik sprak vandaag iemand die in het donker over een stoeptegel was gestruikeld, plat was gegaan en daar een ruim gekleurd oog aan had overgehouden. De chocoladeberg in mijn maag adviseerde mij om rustig te beginnen en dat kwam dus eigenlijk best goed uit. Had ik alle tijd om op de opstaande stoeptegels te letten. Dat ik in de eerste drie kilometer drie stoplichten had waar ik voor rood moest stoppen deerden mij ook niet. kon ik mooi even wat rekoefeningen doen en een praatje maken met een oudere dame die met haar twee poedeltjes naast mij stond te wachten.

Opeens voel je het dan. Na zo’n 4 km merkte ik dat ik ongemerkt wat harder was gaan lopen. Ik voelde mij goed. Het misselijke gevoel was verdwenen en had bijna plaatsgemaakt voor een euforisch gevoel. Alsof ik weer de hele wereld aankon. Ik deed nog een paar versnellingen en liep een stukje met een fietser mee die mij aanmoedigde. Ik realiseerde mij wel dat ik niet te gek moest doen, want mijn kuiten hadden al een tijdje dit tempo niet gedaan. De laatste kilometer liep ik met een brede glimlach op mijn gezicht langs de singel naar huis,

Vandaag de gevolgen van de ene verslaving verholpen met een andere verslaving.

Terugblik 100 dagen 6,6 km

660.000 Hardlooppassen. 11 april, midden in de Coronacrisis, ben ik zonder dat ik het op dat moment wist aan mijn challenge van dagelijks 6,6 km hardlopen begonnen. Je mocht even de deur uit voor een frisse neus , maar moest wel afstand bewaren. Ik had een rondje vanuit huis waar dat prima kon. Een rondje dat ik eigenlijk al jaren loop en wat ik mijn route 66 noemde, want het rondje was 6,6 km. Na drie dagen dit gelopen te hebben kreeg ik het idee om dit dagelijks voort te zetten. De meningen over dit idee varieerden van gaaf tot idioot, maar ik was nieuwsgierig hoe het zou zijn om dit langere tijd dagelijks te doen. Zou ik fysieke grenzen tegen komen. Vermoeidheid, blessures. Zou ik mentale grenzen tegen komen. Motivatiegebrek, er tegen op zien. Vragen die je pas kunt beantwoorden als je het geprobeerd hebt. Zo begon ik dag 4 op 14 april en ben ik dag 100, op 19 juli gestopt.

Een altijd nors kijkende man zag ik opeens glimlachen. Ik weet niet of hij dat naar mij deed of om mijn gezichtsuitdrukking toen ik zag dat een wielrenner over mijn iphone dreigde te fietsen die op de weg stond voor een selfie. Een dame met wie ik een leuk gesprek had nadat ze mij aansprak op het feit dat ze mij elke dag zag lopen. Een gesprekje met een echtpaar dat buiten zat te ontbijten en mij vroegen wat ik aan het doen was toen ik een selfie bij hun huis aan het maken was. Een man die ik vaak tegenkwam, zijn hond uitlatend, die mij om advies vroeg. Hij wilde ook graag hardlopen , maar had last van zijn achillespees. Een paar van de mooie momenten tijdens deze 100 dagen.

Één van de grootste uitdagingen , misschien wel de grootste, was blessurevrij blijven. Nou is overbelasting de belangrijkste veroorzaker van blessures en dan heb je met 100 dagen achter elkaar hardlopen eigenlijk al een probleem. Ik besloot om te beginnen met 5 rustige trainingen en twee wat vlottere trainingen in de week. Daarnaast dagelijks wat rekken van kuiten en hamstrings en een paar keer in de week diezelfde spieren rustig masseren. Na dag 70 besloot ik om nog maar één vlotte loop in de week te doen. Ik voelde dat mijn kuiten niet helemaal herstelden en wilde geen risico nemen. Na dag 86 heb ik om diezelfde reden de vlotte loop helemaal niet meer gedaan en ben tot en met dag 100 blessurevrij gebleven.

Het blessurevrij blijven heeft er zeker toe bij gedragen dat ik gemotiveerd bleef. Als je een pijntje hebt dan denk je eerder van laat ik er maar mee stoppen. Eigenlijk nam de motivatie alleen maar toe naarmate de dagen verstreken. Meestal liep ik na mijn werk en het was dan heerlijk om na een dag binnen gezeten te hebben naar buiten te gaan. Dag 66 was, puur om het getal, even een moment van ga ik nu door, maar omdat het zo goed ging besloot ik door te gaan tot dag 100. Wel nam ik mij gelijk voor om dan ook te stoppen met mijn dagelijkse 6,6 km.

Hoe zit het dan met de vermoeidheid? Die is weg gebleven. Één van de belangrijkste reden hiervoor is denk ik de afstand. 6,6 km is voor mij een korte afstand. Ook als ik hem heel rustig loop ben ik binnen 45 minuten klaar. Ik denk dat als het 10 km was geweest er een grotere kans op vermoeidheid was geweest. Je bent dan al gauw dagelijks meer dan een uur aan het hardlopen. Een tweede belangrijke reden voor het uitblijven van de vermoeidheid is het plezier wat ik er in had. Hoewel ik bijna dagelijks hetzelfde rondje liep was het toch iedere keer anders. Vaak gebeurde er wel iets zoals de ontmoetingen die ik hierboven heb genoemd.

Terugkijkend vond ik het een geslaagd experiment wat in de toekomst zeker voor herhaling vatbaar is.

Ik wil al mijn volgers op twitter, facebook en instagram hartelijk bedanken voor het volgen en de leuke reacties die ik heb ontvangen. Dit heeft zeker bijgedragen tot het slagen van deze challenge. Dank.

Deze week mocht ik nog een mooie staande medaille met inscriptie ontvangen. Ook daar voor dank.

Pontje

Afgelopen maandag was dag 73 van mijn dagelijkse 6,6 km rondje. Ik was rustig begonnen en voelde me goed. De benen voelden krachtig en ik had ongemerkt het tempo al flink opgeschroefd. Er waren weinig wandelaars en fietsers op de weg dus hoefde niet steeds achterom te kijken of er verkeer aankwam omdat ik moest zigzaggen in verband met de anderhalve meter regel die nog steeds bestaat. Achter mij hoorde ik een fietser aankomen. Het was een fiets met een pedaaltik. Zo’n tik die elke pedaalslag terug komt. Het was een mooi ritme die pedaaltik en ik kreeg bijna de neiging om mijn beentempo erop aan te passen. Langzaam kwam de fietser langs mij en bleef naast mij fietsen. Er zat een man op. Hij keek mij aan en vroeg “is dit de weg naar het pontje van Cruquius?”

Het was de eerste dag van de week en ik had geen loopplan in gedachten. Nou heb ik dat bijna nooit. Dat plan ontstaat altijd onderweg . Eerst even voelen hoe het lichaam en geest zijn. Ik heb echter twee voorwaarden. Ik mag maar één keer in de week een vlotte loop doen. Dit in verband met de blessure preventie. De andere is dat het rondje 6,6 km moet zijn en dat is omdat de challenge 100 dagen dagelijks 6,6 km hardlopen is. Toen kwam dus de vraag van de fietser.

Ik keek naar de fietser en zijn fiets. Maakte een inschatting en zei toen ” dit is inderdaad de weg naar het pontje, ik loop even met u mee, want hij is over ongeveer anderhalve km”. Prima zei de man en ik verhoogde mijn tempo nog iets, maar nog wel zo dat ik kon praten. Al pratende vervolgde wij onze weg. De eerlijkheid gebied om te zeggen dat de man meer praatte dan ik, wat mij niet verkeerd uitkwam. Ongemerkt waren we steeds harder gegaan wat ook wel weer een goed teken was, want dat betekende dat mijn lichaam het aankon. Met nog zo’n 200 meter te gaan vertelde ik de man waar het pontje was en dat ik een stukje daarvoor linksaf zou gaan. Hij bedankte mij voor het wijzen van de weg ik hem dat ik mocht meelopen en vlak voor het pontje scheiden onze wegen.

Nadat we afscheid hadden genomen en ik linksaf was gegaan nam ik gelijk het besluit om het tempo iets terug te schroeven naar mijn vlotte tempo, dat door te lopen tot een kilometer voor mijn huis en dan de laatste km lekker uitlopen. Zo is het ook gegaan. Ik had mijn vlotte loop gedaan en heb de rest van de week rustiger aan gedaan.

Op het moment dat ik dit nu schrijf heb ik dag 79 erop zitten. Het gaat goed. Geen blessures en ik heb er elke dag zin in. Morgen alweer dag 80.

Hieronder de getallen van de vlotte loop.

100

Drie weken geleden schreef ik een blog met de titel 200, vandaag één met de titel 100. Toen ging het over passen tellen. Deze keer heeft het het niets met passen tellen te maken, maar met aftellen. Vorige week schreef ik nog dat ik door zou gaan met mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje zolang ik me er goed bij voelde , blessurevrij bleef en er plezier in had. Alle drie zijn nog steeds van toepassing, maar soms veranderen dingen in je leven die je anders doen besluiten. Daarnaast loopt mijn hoofd over van andere hardloop ideeën die ik ook de ruimte wil gaan geven. Daarom heb ik deze week besloten om door te gaan tot en met dag 100. Ik zit nu op dag 72 dus het aftellen kan beginnen. Zondag 19 juli zal zal ik mijn laatste dagelijkse 6,6 km hardlooprondje doen. Het lijkt mij leuk om daar iets bijzonders mee te doen, maar daar blog ik later nog over

Vanmorgen was het lekker weer voor het hardlooprondje. Nog niet te warm en een licht briesje. Ik had een heel rustig loopje in gedachten. Gisteren ging het wat sneller en moest toen ook een extra versnelling doen om iemand op anderhalve meter te passeren. Van de andere kant van de weg kwam namelijk een groep wandelaars achter elkaar aangelopen en voor dat die bij de wandelaar waren die voor mij liep wilde ik die persoon voorbij zijn. Echter ik voelde tijdens die versnelling iets in mijn kuit. Kon nog wel net de wandelaar op tijd passeren, maar besloot gelijk op de rem te trappen en rustig het rondje af te maken. Daarna zonder probleem het rondje afgemaakt. Thuis gekomen gelijk na het douchen mijn kuiten licht gemasseerd en daarna ook geen last meer van gehad.

Het blijft balanceren op de grens van belasting en belastbaarheid van mijn lichaam. Ik heb geen zin om die grens bewust op te zoeken en probeer daar van nu af aan verder vandaan te blijven. Dit betekend dat ik nog één vlotte loop in de week mag doen en de rest rustig tot heel rustig. Vanmorgen dus een heel rustig rondje gedaan. De kuit voelt weer goed, net als de rest van het lichaam. Nog 28 dagen te gaan.

Ook de weegschaal moet aan de goede kant van de grens blijven.

Het vervolg

Het was vanmorgen heerlijk weer voor mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Alweer dag 65. Het gaat snel als je er plezier in hebt. Ik liep langs het Spaarne en was niet de enige. Een hoop loopmaatjes hadden hetzelfde idee. Een goedemorgen hier, een goedemorgen daar. Het was best gezellig. Ook op het water was het al gezellig druk. Roeiers, plezierbootjes en stand up peddelaars. Niemand leek haast te hebben. Ik ook niet. Vandaag had ik een rustig loopje in gedachten. Morgen is dag 66. Menigeen is in de veronderstelling dat ik dan stop met mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Zelf heb ik dat nooit gezegd, maar wel dat dag 66 een moment is om te kijken wat verder te doen. 100 meter voor de brug hoor ik het signaal dat de brug omhoog gaat. De bomen gaan dicht. Ik moet even wachten. Een mooi moment om na te denken.

Ik ben bij toeval hieraan begonnen. Ik liep al drie dagen deze afstand, die ik relateerde aan de Route 66 in Amerika, toen de gedachte in mij opkwam om dit dagelijks te gaan doen. Hoe lang hield ik open. 10 dagen, 50 dagen, 66 dagen? Het belangrijkste was dat ik er plezier in had, mij goed voelde en blessurevrij bleef. Alle drie zijn nog steeds in positieve zin aanwezig. Ik beleef veel plezier aan mijn rondje en kijk er elke dag naar uit. Ik werk elke dag binnen en zie weinig daglicht. Als ik dan thuis kom is het heerlijk om naar buiten te gaan en iets fysieks te doen. Dit rondje voelt dan heerlijk. Niet te lang, niet te kort. Als ik het vlot loop doe ik er 30 min over en als ik het heel rustig doe 45 min. Daarna voel ik mij altijd goed en heb weer energie voor andere dingen., De blessures blijven ook uit. Rekken, masseren en afwisseling in tempo blijken wonderen te doen. Daarnaast helpt het denk ik ook dat ik nooit maximaal ga, maar altijd nog wat reserve overhoud.

Na een paar minuten gaat de brug naar beneden. De bomen omhoog en ik ben uitgedacht. Ik ga verder. Niet alleen met dit zondagmorgen loopje, maar ook met mijn dagelijkse 6,6 km hardlooprondje. Regelmatig zal ik aan de hand van de hierboven genoemde drie criteria evalueren, maar zolang de aan de goede kant zitten ga ik door.

Als ik de brug over ga, komt van de andere kant ook een loper. We herkennen elkaar. Hij vraagt “nummer 60?” Ik antwoord “nummer 65”. We lachen en vervolgen allebei onze weg.