200

Ik zag nog twee wandelaars voor me en van de andere kant kwamen een paar fietsers. Dit was nog niet het goede moment. De weg was vrij smal en dan zou je net zien dat op het moment dat ik wel ging alles samenkwam en er een vette streep door de anderhalve meter werd gehaald. Nog even wachten dus. Geen probleem. Ik dribbelde rustig door, bleef op deze manier achter de wandelaars , en wachtte tot de fietsers voorbij waren. Het was een groepje wielrenners dus het moment was al gauw daar. Een korte groet, ik ging aan de andere kant van de weg lopen en de eerste versnelling kon beginnen.

Ik ben nog steeds bezig met mijn dagelijkse 6,6 km en vandaag was dag 52. Vandaag had ik hierin een paar versnellingen van 200 gepland. 200 wat? 200 passen! Ik liep niet langs een weg waar 200 metertjes uitgezet waren of 100 meter paaltjes stonden. Het maakt me eigenlijk ook helemaal niets uit of het nu 180 of 220 meter is, want een tijd neem ik toch niet op. Daarom had ik het volgende bedacht, ik doe een versnelling van 200 passen. Om het praktisch te houden tel ik de passen van één voet. Dus 100 en mocht ik de tel kwijtraken dan pak ik het gewoon weer op bij het aantal dat ik dacht dat ik was.

Toen de wielrenners voorbij waren begon ik dus aan mijn eerste versnelling. Die versnelling moet je niet zien als een sprint, maar een lekker vlot tempo op gevoel, waarbij ik altijd nog wat sneller zou kunnen als het moest. De eerste 200 gingen voorspoedig. Geen medeweggebruikers waar ik op moest letten. Er was wel een wandelaar, maar die zag mij aan komen vliegen en besloot wijselijk om rap de andere kant van de weg te nemen. Toen ik hem passeerde knikte ik hem dankbaar toe en een paar passen later zat mijn eerste 200 erop. Tempo minderen en rustig verder.

De pauze die ik tussen de 200 neem is natte vinger werk. Ik ga dan geen passen tellen, maar kijk vooruit en kies dan een punt in de verte waar ik de volgende 200 doe. Dat punt kan van alles zijn, een boom, een huis, een uithangbord of een groepje overstekende zwanen, zoals vanmorgen.

Als laatste is dan nog het aantal keren 200. Toen ik vroeger op de baan liep was de standaard 15 keer, waarbij af en toe werd afgeweken van dat aantal. Nu ben ik niet meer met dat aantal bezig. Ik hoef niet persé 12, 15 of 20 keer. Het gaat mij erom dat ik mijn lichaam een paar keer een prikkel geef. Mijn lichaam vaart daar wel bij, maar ook mijn geest, want het is gewoon lekker om te doen. Vanmorgen deed ik er 8.

Ik ben nu ruim 7 weken bezig en heb er nog steeds plezier in. Sterker nog, ik kijk er naar uit als ik de hele dag voor mijn werk binnen ben geweest. Vanmorgen dus een heerlijke 200 training gedaan. Morgen weer een hééél rustig loopje. Wel 6,6 km.

Rechtsaf

In mijn hoofd wist ik het wel, maar mijn lijf had er nog geen benul van. Ik liep nu 23 dagen mijn 6,6 hardlooprondje en dat was iedere keer hetzelfde rondje. Dit betekend na 300m linksaf. Afgelopen maandag ging ik het anders doen. Ik begon op de gebruikelijke manier. Heel rustig, in een tempo waar een schildpad zijn neus voor op zou halen, vertrok ik. Na 150m zag ik de T-splitsing waar ik altijd linksaf ging. Toen ik deze T-splitsing naderde zag ik van rechts verschillende lop(st)ers komen die allemaal links uit beeld verdwenen. Vlak voor de T-splitsing realiseerde mijn lijf dat het vandaag wel eens anders kon gaan, want ik liep aan de “verkeerde” kant van de weg. Ik ging rechtsaf.

Ik had er bewust voor gekozen om de eerste periode steeds hetzelfde rondje te doen . Eerst moest ik in een ritme komen van elke dag 6,6 km hardlopen. Ik zou vaak op andere tijden moeten lopen en met het oog op de anderhalve meter regel van nu wilde ik wel een route lopen die anderhalvemeterproof was. Als laatste was het makkelijk dat ik dit loopje vanuit huis kon doen en niet eerst ergens heen moest gaan. Ik hoefde alleen nog maar te lopen en met die andere aspecten hoefde ik mij na de eerst paar keer niet meer bezig te houden.

Afgelopen maandag voelde ik opeens de behoefte om een andere route te gaan lopen. Wel vanuit huis en wel 6,6 km, maar anders. Ik had al iets in mijn hoofd en met behulp van Afsatandmeten.nl maakte ik een route van ongeveer 6,6 km. Aan het eind kon ik altijd wel iets improviseren om hem sluitend te maken. Zo sloeg ik dus bij de T-splitsing rechtsaf. Liep ook nu langs het Spaarne , maar de andere kant op. Na ruim twee kilometer was daar het eerste “probleem” . Ik had een lusje in een woonwijk bedacht, maar toen ik z’on 200m die wijk in was werd de weg afgesloten door een hek in verband met Corona. Er zat niets anders op dan terug lopen. Dit deed mij denken aan menig heen en weertjes die ik tegengekomen was tijdens marathons om de afstand precies goed te maken. Een kleine kilometer verder was daar het tweede “probleempje”. Een verhuiswagen blokkeerde een ander lusje dat ik in gedachten had. Er zat weinig anders op dan dit lusje over te slaan. Ik besloot om zoveel als mogelijk de route verder te lopen en zonodig een aanpassing te doen als ik bijna thuis was. Wat bleek, laten de twee blokkades er nou toe leiden dat ik een route loop van precies 6,6 km. Zo zie je maar, maak je niet druk bij blokkades, maar vervolg je weg waar kan.

Ik heb nu twee routes van 6,6 km en het is de bedoeling dat er meer gaan komen. Die hoeven niet vanuit huis, maar kunnen ook op een andere lokatie beginnen. De hardloopafstand blijft wel 6,6 km. Weet jij een leuke 6,6 km dan hoor ik dat graag en misschien kunnen we hem als de Coronaregels versoepelen hem samen lopen.

Hoi

Hoi. Ik kreeg een hoi terug van een loper die me tegemoet kwam. We passeerden elkaar op het moment dat ik tijdens een tempoversnelling omhoog liep . Ik ken de loper al jaren. Al zo’n twintig jaar. Nou ja kennen is misschien een te groot woord en is ontmoeten beter op zijn plaats. Onze communicatie blijft beperkt tot elkaar aankijken en hoi. Ik vind het prima dat het hier bij blijft. Het is goed zo. Het is een vorm van vertrouwd. Eigenlijk wist ik al dat hij er was op het moment dat ik langs de balk liep, want zijn trui hing eroverheen. Het strakblauwe van de trui was er wel af en was veranderd in vaalblauw. Het was zo’n trui die hoorde bij de joggingbroeken van de vorige eeuw. Van die katoenen broeken die elke regendruppel opzogen en dan veel te zwaar werden om in te lopen. Gelukkig zat er altijd een koordje in die je zo strak aantrok dat de broek niet afzakte. De broek werd door zijn gewicht echter wel langer met als gevolg dat de zoom van de pijpen over je schoenen hing. Het maakte allemaal niet uit, want dat hoorde bij het buiten hardlopen. De loper had zo’n broek aan.

Ik was bezig met mijn “Training anders” en deed een tempotraining op een duinparcour van ongeveer 750m. Het is een rondje. 400 m snel en na 350 m dribbel ben ik dan weer aan het begin. Deze training, dit rondje , deed ik twintig jaar geleden ook al. Toen deed ik hem af en toe met loopmaatjes en was elke versnelling van 400 m een wedstrijd, met als gevolg dat we na 10 keer voor dood over de balk hingen. Deze keer mocht het rustiger. Het parcours is nog hetzelfde . Dezelfde bochten. Dezelfde boomstronken. De boomwortel na het haakse bocht was ook nog in volle glorie aanwezig. Ik deed beheerst de versnellingen, maar na 8 keer vertelden mijn kuiten dat het genoeg was geweest. Nog even een wat groter rondje uitlopen en klaar.

Dit is een van de trainingen die ik de komende maanden ga doen. Vorige week blogde ik dat de trainingen die ik de komende weken ga doen wat meer snelheid zullen bevatten en niet langer dan een uur duren. Zo zal ik regelmatig 200m’tjes lopen met 200 m dribbelpauze. Lopen met muziek en dan één nummer rustig, één nummer snel enz.. Een duurloop van zo’n 8 -10 km met daarin 4 -6 km pittig. Één van mijn favoriete is 3 km inlopen, 2 km hard en uitlopen 2 km. Natuurlijk ook nog gewoon een duurloop van een uur, maar dan grotendeels in zone 3. Op de bovenstaande trainingen zijn nog vel;e variaties mogelijk. Een andere belangrijke verandering in de trainingen is dat ik de komende maanden maximaal 4 keer in de week train. MIjn lijf zal namelijk door de intensivering van de trainingen meer rust nodig hebben. Ben benieuwd hoe ik dit de komende drie maanden ga vinden.

Tijdens de duintraining had ik nog menig hoi moment. Hoewel ik er al maanden niet meer gelopen had , had ik het gevoel dat ik nooit weg was geweest. Vertrouwd.

Anders

“Waar gaat u nu heen ?” Vroeg de man die ik nu voor de vijfde keer voorbij liep. Hij wandelde samen met zijn vrouw over de Lage Kadijk. Met enige regelmaat maakten zij een praatje met andere wandelaars die ze tegen kwamen. Hoewel de Lage Kadijk maar 400 meter lang is waren zij al ruim 10 minuten bezig om van het begin naar het eind te komen en iedere keer kwam ik voorbij. De ene keer haalde ik ze van achteren in en even later kwam ik ze van voren tegemoet. Toen dus de vraag ” Waar gaat u nu heen?”. Ik antwoordde “Heen en weer”

Ik was bezig met een intervaltraining. Zoals gezegd, de Lage Kadijk is ongeveer 400 m en ongeveer halverwege is een dwarssloot. Ik deed versnellingen van het begin tot aan de dwarssloot en dribbelde dan rustig door naar het einde en datzelfde weer terug totdat ik 10 versnellingen had gehad en terug naar huis. De training is dan in totaal 9 km.

Het laatste kwartaal van 2019 is begonnen en ik ga het anders doen. Geen langzame lange duurlopen meer. Trouwens ook geen langzame korte duurlopen. Eigenlijk wordt het hele woord langzaam voor 3 maanden uit mijn trainingsboek geschrapt. Met uitzondering van in- en uitlopen gaan de trainingen in 80, 90 of meer procent van mijn maximale hartslag. De trainingen zullen ook nooit langer dan een uur duren. Wil ik een zekere afstand lopen dan zal ik dus door moeten lopen 🙂 Dit betekend wel dat ik wat minder trainingen in de week zal doen, omdat ik wat extra hersteltijd nodig zal hebben.

Ik ben hierop gekomen door mijn weekmarathon van een paar weken geleden. Toen liep ik 7 dagen lang 6 km. Behalve de eerste dagen liep ik die in een pittig tempo en dat is mij uitgetekend bevallen. Ik was elke dag actief buiten en omdat het nooit lang duurde was er altijd wel een gaatje om het te doen. Daarnaast had ik het gevoel dat ik door het snellere lopen soepeler werd. Ik voelde mij in ieder geval soepeler. Nog een motivatie is het weer. We komen in een periode waarin wind , regen en kou een rol gaan spelen en dan wil ik best naar buiten om te gaan hardlopen, maar het moet geen (lange) langzame sessie worden. Daar maak ik mijzelf niet blij mee. Volgende week meer over welke trainingen ik ga doen

Op Mijn antwoord “Heen en weer” hoorde ik de man zeggen “Drs P” .

Wel of Niet ?

Aan de auto’s die door de straat reden hoorde ik dat het nat was buiten. De banden die door de straat rolden maakten een soort waterig geluid. Zelf lag ik nog in bed. Warm, droog en in een houding die ik nog uren vol kon houden. Het was zaterdagmorgen en tijd voor een hardlooprondje. Het geluid dat ik hoorde nodigde niet echt uit om op te staan en de hardloop outfit aan te trekken. Een ritmisch gesnurk kwam van onder het bed, waar een kater op zijn pluche matje lag. Die had niet het dilemma wel of niet opstaan. Eigenlijk had ik ook geen dilemma, want ik wist dat ik mij na het rondje hardlopen heerlijk fit zou voelen. Dus eruit.

Het was een grauwe ochtend. Het regende niet echt, maar er zat een hoop water in de lucht. Genoeg om na een uur hardlopen net zo nat te worden als na vijf minuten in de regen. Dit was geen belemmering om te gaan hardlopen, want ik wilde een paar snellere stukjes in mijn rondje doen, wat de zweet productie zou opvoeren en ik dus zo wie zo nat zou worden. Al gauw kwam ik erachter dat ik niet de enige was die de keuze om wel te gaan hardlopen had gemaakt, want ik kwam menig loopmaatje tegen.

Het is niet altijd wel, want afgelopen week was ik ook tegen een niet aangelopen. De sneeuw was weg en ik dacht een fijn stukje te gaan lopen. ik had een vrije dag en het was net licht geworden. De schoenen aangetrokken en naar buiten. Ik wilde een klein rondje, ruim 6 km, gaan lopen voor het ontbijt. Al snel merkte ik dat het lopen anders ging. Er was weinig grip met de grond. Een stukje verderop zag ik een hond een bruggetje over rennen, maar toen hij er over was en een haakse bocht naar rechts wilde maken schoof hij rechtdoor het grasveld op. De verwondering in zijn ogen toen hij tot stilstand was gekomen over wat er gebeurd was maakte mij aan het lachen, maar was tegelijkertijd een waarschuwing. IJs op de weg. Toch nog even doorgelopen maar kwam al snel tot de ontdekking dat dit een niet was. Voorzichtig terug naar huis.

Zaterdagochtend was dus een wel en ik had er geen spijt van. De versnellingen gingen steeds makkelijker en sneller. De laatste kilometer rustig uit gelopen en thuis de natte kleding uitgetrokken. Jogging pak aangetrokken en op de bank een cappuccino drinken met de kater naast mij. Snurkend op de bank.

Cure training

Never Enough brult Robert Smith ( zanger van the cure ) in mijn oor. Mijn ademhaling gaat steeds sneller. Het tempo dat toch al hoog lag, gaat nog een stukje omhoog . Never enough, never enough. Mijn benen verzuren, maar ik weet dat het nog even gaat duren. Never enough, never enough. Ik zie het bruggetje en weet dat ik die nog moet nemen. De pas verkleinen, ritme omhoog. De benen lopen vol. Never enough, never enough. Mijn hele lijf brult terug, ophouden nu, ophouden nu. Ook Robert Smith vind het nu genoeg en gunt me even rust met Just Like Heaven.

Het is dinsdagmiddag en ik heb zin in een intervaltraining , maar dan anders. Een training op muziek en omdat ik net in de trein een nummer van the cure hoorde besluit ik daar op verder te gaan. Ik zet de playlist the cure aan en begin. De eerste twee nummers rustig om warm te lopen en daarna om en om. Een nummer snel, een nummer rustig.

10:15 Saturday Night (één van mijn favoriete nummers ) mag ik snel doen. Tik, tik , tik, mijn benen gaan op het ritme mee. Steeds sneller en sneller. Voor mij zie ik een scootmobiel en even later haal ik die in. De man die erin zit roept mij nog iets na, maar ik hoor niet wat. Tik, tik, tik. Ik weet dat het nummer bijna voorbij en doe er nog een tandje op voor de laatste paar seconden. Op Boys Don’t Cry mag ik weer rustig aan doen om daarna weer te versnellen op Inbetween Days.

Zo gaat het een uur door. Snel, rustig. Als laatste mag ik op A Forest rustig door het park naar huis terug dribbelen.

Volgende week misschien een training op Queen. Zal je net zien dat ik een versnelling mag doen op Bohemian Rhapsody

(Foto is een paar dagen later genomen)

Wind

De wind haalde mij in en nam het ritselen van de bladeren mee. Ik had net een drukke straat achter mij gelaten en liep nu over de vrijheidsdreef naar het Groenendaalse Bos . Ik had een lekker windje in de rug. Een fietser kwam kromgebogen over zijn stuur mij tegemoet met zijn blik op de weg een paar meter voor hem. Ik verlegde mijn looproute een metertje opzij. Ik had hem ook verbaal op mijn aanwezigheid kunnen attenderen, maar dan had ik hem zeker uit zijn kadans gehaald en dat zou jammer zijn. Hij had het met wind tegen een stuk zwaarder dan ik, die bijna werd gedragen door de wind.

Bij de molen rechts aanhouden, nog een paar honderd meter door en ik was op de plek waar ik de kern van mijn training wilde gaan doen. Liever had ik gelopen in een ander deel van het Groenendaalse Bos, maar dat had in het verleden al menig keer problemen gegeven. Het bos is in tweeën gedeeld. Ik noem het een noord en zuid deel. Het noordelijke, waar ik liever had gelopen, is ook toegankelijk voor honden. Nu vind ik dat geen probleem als ik een rustige duurloop doe, maar bij de training die ik in gedachten had wel. Ik wilde iets gaan doen met een korte interval in een pittig tempo.

In deel noord ligt het mooiste , breedste, recht uit lopende, vlakke onverharde pad van 500m uit de omgeving (vind ik). Ideaal voor een snelle training, maar menig hond ziet daar ook een leuke training in waarbij speels fysiek contact niet geschuwd wordt.

Ik liep dus door naar deel zuid. Ook daar is het fijn lopen en ik wist een mooie rechthoek waar ik mijn training zou doen. Twee lange stukken van zo’ n 150 m , aan de uiteinden met elkaar verbonden met een pad van 50 m. Dit rondje ging ik 10 keer doen. Dus 20 keer 150 m in een pittig tempo. Pittig, maar niet maximaal. Goed de grond lezen en de voeten voor(bij) gevallen takjes plaatsen. De ademhaling onder controle houden en proberen laag te houden. Niet gaan werken, maar de ontspanning blijven houden. De verbindingstukjes van 50 m rustig dribbelen en opnieuw focussen op de volgende versnelling. Kortom, een training met maximale aandacht.

Tijdens één van mijn versnellingen zag ik vanuit mijn ooghoek een paar runderen lopen. Die zouden toch niet……….

Drie op een rij

Nog een flauwe bocht en 200m. Ik kan ze al zien. Er zit nog geen lijn in , maar dat zal weldra anders zijn.

Het is donker en ik loop met een reflecterend hesje aan mijn rondje in Heemstede. Eigenlijk is het een driehoek. Drie lange stukken weg waarvan één helemaal recht en de andere twee hebben een flauwe bocht. Ik hou van deze driehoek om vele redenen. Het is geheel op de stoep. Hoef geen wegen over te steken. Geen stoplichten. Goed verlicht en een driehoek biedt vele trainings mogelijkheden. Deze training loop ik elke poot van de driehoek iets sneller en doe de driehoek drie keer waarbij ik elke driehoek rustig begin. Oh ja, de driehoek is 2,5 km.

Het mooie van zo’n training is dat ik iedere keer dezelfde punten passeer en er herkenning is. Zo is er een hond die steevast begint te blaffen als ik langskom. Ik zie hem niet, omdat hij achter een hoge heg zit, maar het volume doet vermoeden dat het geen schoothondje is. Ik verdenk hem ervan dat hij mijn rondetijden klokt en dan precies weet wanneer hij weer aan moet slaan.

Ik zit in mijn rustige tempo als ik aan een flauwe bocht begin. Aan mijn rechterkant zie ik drie rijen bomen. Één langs de stoep., één in de middenberm en één aan de overkant. Er zit geen structuur in de rijen op één moment na en dat moment komt over 200 m. Ik kijk er elk rondje naar uit. Nog 10 m en dan is het zover. Ik draai mijn hoofd alvast wat naar rechts. Het fijnste moment is eigenlijk de fractie van een seconde voor het zover is. Dan, in een tiende van een seconde, staan drie bomen, van elke rij één, precies in lijn.

Ik maak een scherpe bocht naar links en doe er een tandje op voor het tweede rechte stuk. Dit stuk heeft twee bushaltes waar ik even op moet passen. Aan het einde van dit rechte stuk weer links af en nog een tandje erop. Na een flauwe bocht scherp links af. Twee tandjes eraf en op naar de drie op een rij.

Een ontmoeting

Met een soepele tred kwam ze me tegemoet lopen . Ze liep aan de andere kant van de weg en had er flink de vaart in. Haar paardenstaart wapperde achter haar aan. Vlak voordat ze bij me was keek ze me aan, glimlachte en haar rechterhand bewoog soepel omhoog ter begroeting. Op datzelfde moment hoorde ik Neil Youngs ” You are like a hurricane . There’s calm in your eye . And I’m gettin’ blown away ” mijn hoofd binnenstormen.

De hartslagmeter , die ik niet omhad, zou ongetwijfeld een piekmoment aangegeven hebben. Als ik later mijn trainingen terug zou kijken dan zou ik vast gedacht hebben dat ik een versnellingsmomentje had. Dat had best gekund, want ik deed een korte training met daarin versnellingen. Ik ben de rustige en lange trainingen die ik voor de Keulen marathon deed opeens een beetje zat en voel nu regelmatig de behoefte voor een korte en snelle training.

Rockin’ the Free World brulde ik de wereld in terwijl ik ” denderde” over een smal dijkweggetje tussen de koeien door. Een tweetal koeien begonnen te loeien wat niet als een aanmoediging klonk en ik besloot , ook omdat er wandelaars mij tegemoet kwamen , mijn mond te houden. Ik liep op muziek van Neil Young. De snelle nummers snel. Gelukkig waren er ook wat rustige nummers zoals Old Man. Een heerlijk rustig dribbel nummer dat je dan wel weer aan het denken zet. Gelukkig begon net voordat ik in een Old Man depressie geraakte Southern Man. Het tempo kon weer omhoog. Geen tijd meer om te denken, maar focussen op ademhaling en looptechniek.

Ik wist dat er nog één snel nummer kwam voordat ik kon uitlopen naar huis. Like a Hurricane.

Ik draaide mijn hoofd en keek haar na. Een tel later zag ik haar hetzelfde doen naar een loper achter mij.

Leerzame ochtend.

Vanuit het raam van de B&B kon ik een sportveld zien.

Ik was in Ardara. Een klein plaatsje in het noordwesten van Ierland. Het weer was Iers. Buien en een stevige wind. Er waren veel smalle onoverzichtelijke wegen in en rondom het dorp die geen optie waren om op te lopen als je er zeker van wilde zijn dat je de volgende dag nog ging meemaken.

Vanuit het raam van de B&B kon ik een sportveld zien en daar was vast een mogelijkheid voor weer een leuke hardlooptraining. Rustig dribbelde ik over een smalle weg naar het veld. Omdat het weggetje nog doorliep besloot ik het nog een stuk te volgen en maar kijken waar het uitkwam. Het eindigde bij een relatief grote weg die niet uitnodigde om langs te gaan hardlopen en dus weer terug naar het sportveld. was een gebouw met kleedkamers met aan de muur een. het bord waarop stond :” C.L.G. Ard an Ratha”.

Doorlopend naar het veld vroeg ik mij af waar de letters C.L.G. voor stonden, maar kon het zo gauw niet bedenken. Ard an Ratha is gaelic voor Ardara, want dat had ik op het plaatsnaam bord zien staan. Op het veld aangekomen, ik had ondertussen mijn eerste kleine buitje gehad, viel mijn oog op iets voor ons Nederlanders onbekends. Namelijk een doel wat een combinatie was van een voetbaldoel met rugbypalen. Ik was nog niet lekker ingelopen voor de intervaltraining die in mij opgekomen was en liep dus nog een paar rondjes rond het veld denkend aan de vreemde doelen. Ik moest denken aan Hurling wat ik eerdere vakantie in Ierland op tv had gezien en aan Gaelic Football Dit laatste is een soort van combinatie tussen voetbal en rugby. Dat moest ik later maar even uitzoeken. Nu eerst de training

Ik deed een intervaltraining rondom het veld. Eerst 5 rondjes waarbij ik de korte (doel) zijde versnelde. Twee rondjes rustig dribbelen en aansluitend weer 5 rondjes waarbij ik de lange (tribune) zijde versnelde. Het viel mij op dat in de hoeken van het veld een hoop kleine paddenstoeltjes stonden. Misschien werden deze tijdens het spel niet benut en ik liep er dan ook maar omheen, wat ook wel weer goed uitkwam voor mijn interval, want nu benutte ik de gehele rechte stukken voor de versnelling. Van die versnelling moet je je trouwens ook niet teveel voorstellen. Het was eigenlijk meer een versnelde dribbel waarbij vooral het aandachtspunt lag bij de looptechniek ( hierover in een ander blog meer ) Nog een paar rondjes uitlopen en dan weer over het smalle weggetje terug naar de B&B.

Daar aangekomen gelijk op internet gekeken en inderdaad wordt er op het veld Gaelic Football gespeeld en is de plaatselijke club vooral bekend van één speler, genaamd Anthony Molloy, de eerste lokale aanvoerder die een belangrijke Ierse cup, De Sam Maguire Cup omhoog mocht houden. Dit was weer een leerzame ochtend. Ik moest nog even terugdenken aan mijn rondjes en aan het shirt dat over de reling hing. Het zal toch niet………….