Drie bolletjes

Ze staken mooi af tegen het zwart van het vierkante bord. Drie bolletjes vanille ijs. De ruimte tussen de bolletjes was opgevuld met slagroom en er stond nog een schaaltje gesmolten chocolade naast om erover heen gegoten te worden. Mijn tafelgenoten waren even stil en toen vroeg er een “hoeveel kilometer ga je morgen lopen?”. Soms antwoord je dan te snel en denk je al terwijl je antwoord nog niet eens helemaal gegeven is van oeps, dit was misschien niet zo handig. Ik antwoordde vol overtuiging “voor elk bolletje 10 km, dus 30 km.”. “Ok” klonk het. Dit stond dus vast. 30 km dus.

Vanmorgen stond ik om 08:00 uur bij de ingang van de duinen voor mijn loop. De website Weeronline.nl voorspelde om 10:00 uur al 26 graden, dus ik had twee bidons van 500 ml blij me en ik zou elke 10 km langs een kraantje komen om ze opnieuw te vullen. Bij elkaar zou ik dan 3 liter water drinken. Dit moest naar mijn idee genoeg zijn.

De afgelopen twee weken had ik bijna niet hardgelopen. Ik was op vakantie in Zuid Engeland ( Salisbury ) en de kanaaleilanden Guernsey en Jersey . Meestal doe ik tijdens mijn vakantie s’ochtends korte loopjes. Daar is deze keer weinig van gekomen. De focus lag nu op wandelen. Vooral op Guernsey hebben we een paar mooie wandelingen gemaakt. We liepen over het cliffpath. Voor mijn doen zaten er een paar lange tussen. Zo liepen we een dag 15 km en de volgende dag 20 km. Nou is het cliffdpath niet vlak. Eigenlijk zit er geen valk stukje tussen, maar gaat het continue op en neer. Ook van traptreden zijn ze niet vies. Tijdens een etappe van zo’n 6 km ben ik ze eens gaan tellen en kwam op een totaal van 900 treden ( kan er een paar naast zitten ) . Kortom, van hardlopen is niets meer terecht gekomen, want s’morgens voelden mijn kuiten nog duidelijk de wandel inspanning van de vorige dag. Om een blessure te voorkomen besloot ik om ze niet nog eens met een extra hardlooptraining te belasten. Geen hardlopen dus , maar wel voldoende beweging.

De eerste 10 km gingen lekker. Misschien wel te lekker ( lees te snel ). De kilometers gingen regelmatig onder de 5:30 min/km. Kwam dit door de hardlooprust van de afgelopen 2 weken of door het wandelen? Ik weet het niet , maar voor ik het wist was ik bij het eerste kraantje. Mijn bidons had ik braaf leeggedronken en vulde ze weer bij. Tijdens de tweede 10 km voelde ik de warmte opkomen en wist ik eigenlijk al dat de eerste 10 te snel gegaan waren. Bij 20 km weer de bidons gevuld. De drie bolletjes ijs waren allang verbruikt. Zelfs als ik er tien had gekregen waren die voor mijn gevoel al verbruikt geweest. Snel even wat koolhydraten aanvullen en de laatste 10 weglopen. De temperatuur was naar onaangenaam opgelopen en de snelheid gedaald naar zo’n 6:00 min/km. Gelukkig was ik zo verstandig geweest om de route zo te plannen dat ik de laatste 5 km onder de bomen kon lopen en na 2:53 uur ( gemiddeld 5:45 min/km ) had ik de 30 km erop zitten.

Gelukkig staat er bij de “finish” een fonteintje waar ik met veel plezier een tijdje boven gehangen heb. Op het terras een glas cola gedronken en toen ik vrij snel daarna naar het toilet moest om te urineren, wist ik dat het met de vochtbalans goed zat.

Misschien vanmiddag nog wat bolletjes vanille ijs aanvullen.

Weekmarathon

Op dag 5, afgelopen vrijdag, was mijn Apple Watch van slag. Dit doet Henny anders nooit dacht hij. Vijf dagen achter elkaar dezelfde route en afstand lopen. Dus ging hij nadenken. Dat krijg je met die high tech apparaten die vol zitten met kunstmatige intelligentie. Zo dacht hij, “normaal loopt Henny na een paar korte afstanden altijd een langere afstand dus dat zal nu ook wel het geval zijn. Weet je wat, ik plak er een kilometertje aan”. Echter omdat hij niet met de tijd kon manipuleren liet hij mij wat snellere kilometers lopen en liep ik onder andere een kilometer in 3:00 min. Leuk, maar niet de bedoeling. s’Avonds een goed gesprek gehad met Siri (Apple’s virtuele assistent) dat hij geen dingen uit eigen beweging moest doen, maar eerst overleggen. Daarna ging het weer goed. Hij bleek te kunnen leren.

Hardloopideeën ontstaan bij mij vaak tijdens het hardlopen en zo ook afgelopen maandag. Ik moest tijdens mijn loopje denken aan een aantal loopmaatjes die dit najaar de Amsterdam marathon gaan lopen. Jaren geleden heb ik hem ook een paar keer gelopen en na één van die keren vroeg iemand mij “Heb je die in één dag gelopen?” Toen deed ik er nogal lacherig over, liep hem in 2:50 uur, maar nu dacht ik “waarom ook niet?” Ik had een leuk rondje en als ik dat 7 dagen achter elkaar zou lopen had ik er een mooie marathonafstand opzitten met eigenlijk alleen maar voordelen.

Om te beginnen hoef ik er niet voor te trainen en ik denk dat menig hardloper al snel in staat is om dit ook te doen, zeker als je snelheid ondergeschikt maakt en op praattempo dit samen met bijvoorbeeld een loopmaatje gaat doen. Ik heb de doordeweekse 6 km’ters na het werk gedaan. Ik ben de hele dag binnen en dan vind ik het lekker om naar buiten te gaan. Behalve gezond eten vraagt het niets extra’s aan voeding. Geen spierpijn na het lopen en op de beruchte 2e dag na de marathon. Hoewel ik voor dat laatste natuurlijk nog even moet afwachten hoe het dinsdag is. Eigenlijk zie ik geen nadelen en is voor mij de weekmarathon geboren, die ik zeker vaker ga doen.

Het lopen ging na de eerste etappes steeds makkelijker. Ik was in een ritme gekomen Vanmorgen de laatste etappe gedaan. Ik voelde mij superfit en het lopen ging als vanzelf (zie tabel hieronder) Na een marathon nam ik altijd enige tijd rust. Na deze weekmarathon denk ik dat één dag , misschien twee, voldoende is en mijn hardloopschoenen weer kan aantrekken en van het buiten zijn genieten.

Tussen 1896 en 1920 is de marathonafstand regelmatig veranderd. De officiële afstand van de marathon zoals die tot heden geldt, werd voor het eerst gelopen bij de Olympische Zomerspelen 1908 in Londen. Toen werd de oorspronkelijke afstand van 25 mijl verlengd naar 26 mijl, dit om louter organisatorische redenen ten gevolge van een verzoek van het Britsekoningshuis. Ik heb nu ook de vrijheid genomen de afstand iets te wijzigen, dit om louter organisatorische redenen vanwege het leuke rondje dat bij mij voor de deur begint en eindigt.

Duin Zonder Naam

Terwijl de vogels in de bomen floten, renden onder het balkon waar ik op zat twee duiven achter elkaar aan. Eigenlijk rende de één achter de ander aan die het op een gegeven moment genoeg vond en wegvloog. Het was vrijdagavond en deze duivenactie deed mij denken aan het weekend dat komen ging. Wat voor trainingen ging ik doen. Afgelopen week had ik al een snelle training gedaan dus die viel af. Ik besloot zaterdagmorgen een rustig loopje te doen en zondag een duurloop waarin het aantal hoogtemeters centraal stond. Lekker heuvel op, heuvel af in de duinen.

Vanmorgen, zondag, vroeg opgestaan. Een licht ontbijtje genomen en op de fiets gesprongen naar de duinen. Vandaag ging ik voor de hoogtemeters. Ik had drie duinen in gedachten die kwa hoogte duidelijk boven het landschap uitstaken Deze drie zou ik achter elkaar nemen met daartussen nog wat lagere duinen en aan het eind weer terug. Dit een paar keer. Een beetje het Heen en Weer van Drs P. Oeps, zie ik dat dit nummer uit 1974 komt. Ik word oud 😀.

Eerst drie km vlak inlopen en toen begon het. De eerste duin. De vleermuizenduin. Zo noemen we hem omdat bovenop een stenen luik met rooster is die de bunker eronder afschermt. In deze bunker zouden vleermuizen overnachten. Dit is de makkelijkste duin van de drie. Er zitten maar een paar stukje mul zand in en niet zo steil. De afdaling is ook gemoedelijk, hoewel ik daar later als ik er naar boven loop er anders over ga denken.

De tweede is de Alp. Zelf vind ik dit de zwaarste van de drie. Steile stukken, veel mul zand en iedere keer als je denkt boven te zijn komt er weer een nieuw stukje omhoog. Datzelfde had ik ook tijdens de paar keer dat ik de Jungfrau marathon deed. Daarom de Alp. Heerlijk om te weten dat als ik straks de Alp van de andere kant omhoog mag , de zwaarste helling van vandaag, mijn benen helemaal zullen verzuren. Ik deze training als waanzin ga betitelen, maar ook weet dat ik na afloop voldaan gevoel zal hebben.

De derde is de Duin Zonder Naam. (Suggesties zijn welkom ) Deze duin is heen het zwaarst. Regelmatig steile stukjes mul zand waarbij je na elke twee passen er één terugzakt. Na de drie duinen even vlak met aansluitend een 150 m pittig vals plat. Het keerpunt is een 50 m steile zandheuvel en dan weer terug over de Duin Zonder Naam, des Alp , de Vleermuizenduin en weer terug. Heen en Weer. Na 22 km kreeg ik mijn benen niet meer hardlopend naar boven. Nou had ik voor de snelheid soms ook kunnen gaan wandelen, maar ja, je bent hardloper. Het werd tijd voor de koffietafel .

Het doel van deze training was hoogte meters maken en dat is met onder andere 15 keer een lang onverhard duinpad naar boven naar mijn idee goed gelukt. 467 m.

Misschien de volgende keer toch maar een duintje erbij voor de 500 m. 😀

Amerikaans

Ik kende hem wel van naam en wist dat hij muziek maakte. Ik wist niet wat voor muziek, maar had hem stil in het rijtje van het genre Nick en Simon en de drie J’s geplaatst ( sorry fans ). Lees ik vrijdag in de Volkskrant ” Gelukkig bestaan er artiesten als Tim Knol ” en even verder ” Nederlanders die diepgewortelde Amerikaanse genres spelen” Het betrof hier een recensie van Tim Knols laatste album Happy Hour. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en luisterende gelijk het album.

Gistermorgen stond ik op het punt om een rondje te gaan hardlopen. Ik wilde mijn Route 66 gaan lopen, de beroemde Amerikaanse route. Mijn Route 66 is een rondje van 6,6 km dat ik al jaren loop en moest terwijl ik mij klaarmaakte om te beginnen opeens denken aan Tim Knol en zijn laatste album. In een flits kreeg ik een idee. Het album Happy Hour duurt 30 minuten en er staan 12 nummers op. Korte nummers dus. Ik ging dit album luisteren en moest voordat hij afgelopen was terug zijn. De 6,6 km moesten dus binnen de 30 minuten.

Ik had geen warming up gedaan, alleen wat losmakende bewegingen en rekken, dus kon niet als een idioot beginnen. Nou is dat natuurlijk nooit handig, maar ik had mij wel een doel gesteld. Ik begon in een soort van gematigd snel tempo. Echter toen het tweede nummer al even bezig was en ik het eerste km punt nog niet zag besloot ik toch het tempo op te voeren. Een nadeel van korte nummers is dat ze zo snel voorbij zijn. Het zesde nummer was al even bezig toen ik op mijn apple watch zag dat er al 13 minuten verstreken waren. Ging dit wel lukken? Ik hoopte dat er nog wat langere nummers zouden komen, maar wist dat dat niet ging gebeuren. 30 Minuten bleven 30 minuten. Op de Lage Kadijk sloeg even de twijfel toe. Was dit nu nummer 7 of 8 ? Een blik op de klok en even rekenen. Nee dit moest nog nummer 7 zijn. Ik zag een moedereend met haar kleintjes dobberen in het water. Meestal minder ik dan even het tempo om te kijken. Vandaag niet, want ik had een missie. Nummer 8 en 9 liepen lekker door. Het volgende nummer, nummer 10, begon en ik was nog niet bij de brug. Nog maar een tandje erop. Ik was net onder de brug door toen nummer 11 begon. Ik wist dat ik het in dit tempo ging halen. Kon nog een mooi stukje bij een fietser aanhaken en toen rechtsaf het park in. Bij 26:45 min begon nummer 12. Een paar scherpe bochten en langs een hondenuitlaat veld. De finish was in zicht. Nog een tandje erop en klaar. 28:51 min.

Ik had zelfs nog tijd over om samen met Tim wat uit te lopen.

Vet rustig

Het zag er koud uit toen ik vanmorgen naar buiten keek. Nou kun je je afvragen hoe dat eruitziet, koud, maar voor mij zag het er koud uit. Een pittig windje, grauwe lucht en misschien nog wel het belangrijkste , de katten waren binnen. Toch even het balkon opgegaan om te voelen, want je wilt geen verkeerde kledingkeuze maken. Wat trek ik aan voor mijn hardlooprondje. Nou maak ik bijna altijd een verkeerde keuze, want ik merk dan dat ik weer eens teveel heb aangetrokken. Vandaag stond er een uitermate rustige duurloop op het programma, dus wat extra kleding achtte ik wel gewenst. Het werd een loopshirt, dunne trui, windjack en lange tight. Nog twee mokken hete thee naar binnen, want dan begin je lekker warm en gaan.

Ik had er al vier loopjes op deze week, variërend in afstand en snelheid maar allemaal op gevoel. Vandaag ging ik het anders doen. Ik ging een duurloop doen op hartslag, waarbij ik de bovengrens op 70% van mijn maximale hartslag stelde. Dit betekende dat ik onder de 116 moest blijven. Ik hoor al een paar lopers uit mijn oude loopgroepen zeggen “dat lukt mij nooit” . Vroeger dacht ik dat ook, maar eigenlijk is het heel simpel. Je moet je niet willen inspannen. Heel rustig beginnen waarbij je het gevoel hebt dat je stilstaat en dan één stapje erbij doen. Niet meer.

Op internet lees je mooie dingen over trainen bij een hartslag van 60 tot 70% van je maximale hartslag. In deze zone bereik je je optimale vetverbranding, het verhoogd het aërobe uithoudingsvermogen, versterkt het lichaam zodat het beter bestand is tegen hogere intensiteit trainingen en meer. Vooral het stimuleren van de vetverbranding wordt genoemd. Allemaal positieve gezondheidseffecten. Ik ben een gezondheidsloper dus waarom zou ik niet altijd deze training doen. Nou omdat ik van afwisseling hou en ook wel eens wil zweten, , hijgen, snot voor de ogen krijgen en thuis kapot op de grond wil vallen.

Vandaag dus dat laatste niet. Vandaag stond de rem erop. Koste het moeite? Nee! Ik mocht een paar keer zelfs “versnellen” omdat mijn hartslag onder de 110 kwam. Na anderhalf uur was ik weer terug en zag dat mijn gemiddelde hartslag 112 was. Ik had in een vet rustig tempo gelopen.

Ging het langzaam? Nee! Ik passeerde zelfs een slak.

Zijweg

Soms heb ik iets in hoofd van dat ga ik doen en als ik dan onderweg ben ontstaat er opeens een zijweg. Niet dat ik dan gelijk afsla, maar soms is zo’n zijweg zo verleidelijk dat ik hem wel moet nemen. Zo ook dinsdag.

Ik had een dag vrij en op zo’n vrije dag vind ik het lekker om s’morgens te gaan hardlopen. Niet gelijk als het licht wordt, maar eerst even uitslapen, een mok thee en de krant doorbladeren. Klinkt best een beetje gek, de krant doorbladeren, als ik die op mijn iPad lees. Ok, de krant door swipen. Na dit ritueel de hardloopschoenen aan. Kledingkeuze maken en op pad gaan. Ik had een training in mijn hoofd van twee km inlopen, vier km snel en twee km uitlopen. Dit is één van mijn favoriete trainingen, maar soms……..

Het was goed hardloopweer. Droog en zo’n tien graden maar wel een pittig windje. Dat laatste vind ik niet erg, want die kun je ook mee hebben. Ongemerkt was ik na een paar honderd meter al sneller gaan lopen en in een comfortabel snel tempo gekomen. Dit is een tempo waarvan je voelt het niet langzaam is maar ook weer niet zo snel dat je loopt te hijgen en wat je best lang vol kunt houden. Vlak voordat ik bij het punt was dat ik aan de vier km snel zou beginnen zag mijn hoofd zo’n verleidelijke zijweg. Ik was vrij , had alle tijd en liep lekker, waarom niet een langere duurloop. Lang hoefde ik er niet over na te denken, wat ook niet kon, en koos voor die duurloop. Een mooi stuk langs de Ringvaart en terug , eindigend met het jaagpad langs het Spaarne.

Tijdens een stukje langs de Ringvaart liep ik samen op met een roeiboot. ( vier met stuurvrouw ) We groeten elkaar. De wind blies in mijn gezicht, want ik had hem tegen. De roeiers gingen ook tegen de wind in, maar hadden de wind in de rug. Ik riep naar hun ” Grappig dat jullie tegen de wind in gaan met de wind in de rug”. Ze keken mij verbaasd aan.

Marathonfit

“Ik wil dan graag marathonfit zijn” zei één van mijn loopmaatjes enige tijd geleden aan de koffietafel na een duintraining. Een ander loopmaatje keek vragend naar hem op “Wat bedoel je?” Hij had in het najaar een reisje met loopmaatjes gepland naar de Alpen om daar een marathon te gaan lopen. Dit ging niet door, maar hij wilde wel trainen alsof hij de marathon dan ging lopen. Mocht er zich nog een marathon aandienen dan was hij er klaar voor om die te gaan lopen. Hij was dan marathonfit.

Eigenlijk best een leuk idee. Voor iets gaan trainen dat je niet gaat doen, maar als dat iets zich aandient je er wel aan mee kan doen.

Ik weet dat als ik voor een marathon of een andere lange afstand aan het trainen ben ik mij altijd fit voel. Niet alleen mijn lijf voelt sterker, maar ook mentaal kan ik meer aan. Daarnaast blijf ik lekker op gewicht. Lekker omdat ik dan, ik ben toch al geen zwaargewicht, alles kan eten wat ik lekker vind. Een ander positief punt is dat ik dan ook vaak buiten ben. In plaats van op de bank te gaan liggen netflixen trek ik mijn loopschoenen aan en ga een stukje hardlopen. Nou moet je misschien weten dat als ik voor een marathon aan het trainen ben ik minimaal 4 keer in de week loop en vaak 5 keer, waarvan één keer een lange duurloop. Met lang bedoel ik dan minimaal 20 km. Nu ik dit zo opschrijf realiseer ik mij hoe fijn het is om voor marathonfit te trainen en en te blijven. Ik ga voor marathonfit.

Ik was bijna bij een keuze moment aangekomen. Afslaan en terug of rechtdoor wat inhield dat ik zeker 10 km langer moest lopen. Ik moest denken aan een paar minuten terug toen ik luisterde naar het nummer Take the Long Way Home van Supertramp. Eigenlijk had ik helemaal nog geen zin om terug te lopen. De benen voelden goed vanmorgen, het weer was goed en er was tijd genoeg om een stukje verder te lopen. Rechtdoor dus. Onderweg kon ik een paar keer niet de verleiding weerstaan om een lusje erbij te lopen, omdat juist die lusjes zo leuk zijn. Terug zag ik dat de teller 30,5 km aangaf. Op weg naar marathonfit.

Borstel

De plukken staken alle kanten op. Het was een chaos. Dit was het eerste dat mij opviel toen ik mijn lenzen in had en in de spiegel keek. Ik heb het hier over mijn haar. Ik hoorde de wind gieren. Over een paar minuten zou ik naar buiten gaan voor een duurloopje. Had het zin om een borstel door mijn haar te halen om het in model te brengen wetende dat de wind er in no time weer een chaos van zou creëren. Ik moest denken aan Ronaldo die ik afgelopen week zag spelen. Zijn kapsel is altijd picobello in orde. Zelfs als hij een bal kopt, die nog vaak het doel treft ook, lijkt er geen haartje verschoven. Is je kapsel belangrijk voor je prestatie? Voor alle zekerheid haalde ik er toch maar een borstel door.

Ik had er zin in. De benen voelden goed na een paar dagen hardlooprust. Ik was niet de enige die er zin in had want ik kwam al gauw heel wat lop(st)ers tegen ondanks het onstuimige weer. Heerlijk om de wind door je haar te voelen woelen. De verwachtte chaos was al snel daar. De eerste versnellingen had ik al achter de rug en ik keek uit naar de lage Kadijk. Een smal asfaltpad tussen twee weilanden van zo’n 400 m en gezien de windrichting had ik hem tegen.

400 m. Rechtuit, Het eind in zicht. Start. Daar ging ik. Mijn lichaam gestrekt. Als een snaar gespannen tussen de zwaartekracht en de hemel. De schouders naar beneden en de armen ontspannen , maar niet slap, laten meedansen in de beweging. Mijn buik in en uit voelen gaan door de ademhaling. De heup van het standbeen licht liften zodat de bijbehorende voet als vanzelf van de grond komt en de andere voet met een kort contact onder het lichaamszwaartepunt het asfalt laten raken. Voor ik er erg in had waren de 400 m voorbij.

Ik weet niet of de borstel geholpen heeft , maar ik heb heerlijk en ook best hard gelopen. Nou wil ik komende week nog naar de kapper. Misschien nog even kijken naar het Ronaldo kapsel.

Saai

De lucht is egaal grijs en er valt water uit waar geen kleur in zit. Saai weer dus. Het is zondagmorgen, duurloopmorgen. Ik heb voor vandaag geen spannende training in gedachten. Die spannende trainingen heb ik afgelopen week al gedaan. Vandaag wordt een gewone duurloop. Een beetje saai dat wel. De route die ik ga lopen is niets bijzonders. Ik heb hem al zo vaak gelopen dat ik hem ook zonder mijn lenzen in zou kunnen doen. Nou moet je weten dat ik zonder mijn lenzen pas en boomstronk op het pad zie als ik er al over gestruikeld ben. Saai weer. Saaie route. Eigenlijk is het dus een duurloop van niks.

Als ik begin, begint het ook gelijk harder te regenen. Het is nog opvallend rustig. Op de parkeerplaats stond slechts één auto. Misschien dat het straks nog drukker wordt als de lopers ontwaakt zijn en horen dat de CPC loop vandaag niet doorgaat. Even later als ik op een open stuk ben merk ik dat het begint te waaien. De route die ik loop is een acht en even is daar de verleiding om vlak voor ik aan de tweede lus begin af te slaan en terug te lopen naar het begin, maar ik doe het niet. Ondertussen zingt Morrissey , zanger van the Smiths, ” Will nature make a man of me yet” Op de één of andere manier vond ik The Smiths wel passen bij deze loop met hun melancholische maar ook geestige teksten.

Mijn kleding was ondertussen wel doornat geworden en ik voelde een paar druppels al pogingen ondernemen zich van mijn shirt los te maken om zich dan langs mijn ruggengraat langzaam naar beneden te laten glijden naar mijn bilspleet. Terwijl ik dit gewaar werd zag ik in de verte een hert met vol gewei midden op het pad staan. Werd het dan toch nog spannend. Nee, want toen ik hem naderde liep hij in een soort van verveelde draf van het pad weg en lag er weer een saai lang rechtstuk voor mij.

Eigenlijk liep ik helemaal niet verkeerd. Had een heerlijk rustig tempo. Een rustig ademhaling. Was niet moe. Geen zware benen. Een mooie rustige hartslag. Allemaal top, maar wel een beetje saai. Volgende week maar eens een spannende duurloop doen.

Chill

Ik was nog maar net over het eerste bruggetje toen ik al naar beneden keek. Naar mijn voeten. Beter gezegd naar mijn schoenen. Had ik misschien mijn wandelklompen aangetrokken in plaats van mijn hardloopschoenen. Het was zaterdagochtend en ik was niet vooruit te branden. Het plan was een kort loopje met een sneller 2 km middenstuk. Nou, dat korte loopje zou zeker lukken, maar door die snellere 2 km ging een vette streep. Ik had het gevoel dat de zwaartekracht vertienvoudigd was en ik niet meer loskwam van de grond.

Ik liep in een heel rustig tempo het jaagpad op. Dit is zo wie zo geen pad om snel te lopen vanwege de smalte, wandelaars, honden en de boomwortels die door het asfalt komen. Achter mij hoorde ik de twee jonge dames die ik even tevoren over de Schalkwijkerweg had zien lopen ook het jaagpad op komen. Één van de twee was aan het vertellen en de ander hoorde ik zo’n beetje om de 10 sec chill zeggen. Aan hun stemvolume hoorde ik dat ze langzaam op mij inliepen en omdat het pad smal was stapte ik even opzij om ze langs te laten. De verteldame voorop en de chilldame er vlak achteraan. Een paar honderd meer verderop zag ik ze chill linksaf slaan.

De lol die ik had om de twee danes had er ook voor gezorgd dat ik iets makkelijker was gaan lopen. Ik kwam weer los van de grond wat maar goed was ook, want anders was ik zeker gestruikeld over één van de vele boomwortels. Na het jaagpad nog even een stukje ringvaart en Molenplas en dan via de Lage Kadijk weer terug. Ik weet niet of het om mij was, maar toen ik hier langs de koeienstal liep hoorde ik opeens een luid geloei. Hadden ze lol om mij. Wilden ze mij gedag loeien. Of was het puur toeval. Het maakt niet uit, want de lol die ik hier om had zorgde ervoor dat ik de laatste 2 km heerlijk ontspannen naar huis liep.

Vanmorgen was een nieuwe ochtend en dat heb ik gemerkt. Niks zware benen. Ik liep heerlijk , bijna als een jonge god , een duurloop door de duinen. Zo zie je maar. Niet teveel blijven hangen in de dag van gisteren, maar gewoon opnieuw beginnen.